De beste school

“Gevoelsmatig verbaast het me niet vreselijk, dat wij er als beste uitkomen”, zegt conrector J. Kruijtzer.

“Nou, mij toch eigenlijk wel”, zegt rector ir. Th. Cox.

“Ach”, zegt Kruijtzer, “als je de cijfers over een reeks van jaren bekijkt, dan zijn we toch eigenlijk altijd goed?”

“Dat is wel zo”, zegt Cox.

Op het Stedelijk Lyceum Roermond zijn ze goed - maar ze houden er niet van gesnoef. Ze houden er ook niet zo van praten over onderwijs aan de hand van cijfers. Zo koel, vinden ze dat. Dus dat ze er in 1996 97 procent van hun VWO-kandidaten zonder zittenblijven in de vorige klas door het examen heen kregen, dat die gemiddeld een 7 haalden, dat tijdens de hele opleiding slechts 1 procent voortijdig van school ging of bleef zitten, terwijl toch niet minder dan 11 procent van alle leerlingen 'allochtoon' is - jazeker mevrouw, dat kon wel eens kloppen allemaal.

O, is dat op alle andere scholen minder? Nou, dat is fijn.

Maar mag ik, vraagt Cox, misschien eerst even die telefoon opnemen?

De Mavo van het SLR mag er ook wezen, trouwens. Daar slaagde in 1996 95 procent zonder vertraging in de voorlaatste klas, gemiddeld met 6,9, en met 3 procent zittenblijvers en uitvallers in de hele opleiding. Aangezien allochtone leerlingen niet zo vaak op het VWO terechtkomen maar vaker op (VBO en) Mavo, en dat geldt ook voor de 11 procent van het SLR, is die prestatie eigenlijk een veel grotere.

“Waar nog bij komt”, zegt Kruijtzer, de cijfer-man van de school, “dat onze Mavo-kandidaten erg vaak het zware D-niveau kiezen. Vaker dan het landelijk gemiddelde.” In 1996 deed over heel Nederland 40 procent van de Mavo-kandidaten een dergelijk 'zwaar' examen: alle zes vakken op D-niveau. Nee, dan bij hen in Roermond: daar deed dat jaar 67 procent zo'n zwaar examen. Bij de examens van dit jaar was dat zelfs 78 procent.

“Plus: we zien hier ook vaak vrij zware pakketten”, zegt Kruijtzer. De exacte vakken zijn op het SLR aanzienlijk meer in trek dan gemiddeld in Nederland. De klassen bij wis-, natuur-, scheikunde en biologie zitten er voller, die van economie en aardrijkskunde juist beduidend minder vol. Neem bijvoorbeeld natuurkunde: landelijk koos in 1996 34 procent van de Mavo-scholieren dat vak. Op het Stedelijk Lyceum Roermond was dat 53 procent. En daar haalden ze gemiddeld nog fors hogere examencijfers voor ook: een 7,2. Dat is een volle punt hoger dan het landelijk gemiddelde van dat jaar.

Jawel, daar zijn Cox en Kruijtzer best een beetje trots op. Maar op de vraag hoe het komt, wat het bedrijfsgeheim van de school is, wordt het toch een beetje stil.

Zou het misschien komen doordat het SLR - vóór de fusie van afgelopen zomer: de Stedelijke scholengemeenschap Roermond, nu een geheel met de VBO-afdeling van het Economisch Lyceum - in 1996 met zo'n 640 leerlingen een kleine school was? De twee andere scholen in de stad waren op dat moment zowat tweemaal zo groot. Dat komt, die trekken ook leerlingen uit de dorpen aan 'hun' kant van de stad. Het SLR ligt aan de oostkant, en daar zijn geen Nederlandse buurdorpen. Daar ligt Duitsland.

“Maar die twee andere scholen hebben ook mooie resultaten”, zegt Cox. Inmiddels, na de fusie, is dat verschil in grootte kleiner geworden: het SLR is 920 leerlingen groot sinds de VBO'ers erbij kwamen. Maar Cox lijkt iets te vriendelijk voor zijn collega-scholen in de stad: de Mavo-afdeling van het Bisschoppelijk College en de Dr Cuypers-VBO halen beide zesjes.

Zou dan misschien een rol spelen dat het SLR de enige openbare school in de stad is - en een van de slechts vier openbare scholen voor voortgezet onderwijs in heel Limburg? Kiezen de ouders van het SLR misschien 'bewust' voor openbaar onderwijs, en zorgt zo'n minderheidspositie soms voor goeie resultaten?

“Ouders worden wel steeds kritischer, maar dat gaat niet over identiteitskwesties”, zegt Cox. “Daar krijg je nooit vragen over. Ze willen weten hoe het allemaal georganiseerd is, waar ze op kunnen rekenen. Maar de uiteindelijke keus, of het kind naar de ene of naar de andere school gaat, die zie je steeds vaker gemaakt worden door het kind zelf. Als z'n vriendjes naar school A gaan, dan gaat hij ook naar school A. Dan kun je als school nog zo goed zijn, maar dan komen ze niet.” Van jaar tot jaar komen de kinderen dan ook van andere basisscholen in de stad. “Dat is net zo wisselvallig als het weer”, zegt Kruijtzer.

Nee, dat het klimaat in Limburg zou afwijken, daar geloven Cox en Kruijtzer ook niet zoveel van. “De problematiek van de Randstad ijlt in Limburg na”, denken ze. “Ook wij hebben kluisjes, ook wij hebben fietsenstallingen met videobewaking, ook wij werken samen met de politie, net als elke school in de buurt. Al maakt het wel wat uit of je één vechtpartij per dag hebt, of één per twee weken.”

“Maar wat de rector nu niet uitspreekt, en wat best eens gezegd mag”, zegt Kruijtzer dan, “is dat de leerlingen hier erg goed worden opgevangen. Daar steken de docenten veel vrije tijd in. Ook dat zal op andere scholen ook wel gebeuren, maar het is op deze school echt een sterk punt.”

“We geven de leerling bijvoorbeeld een stukje vertrouwen bij de overgang naar de examenklas”, zegt Cox. “Het is natuurlijk een kleine kunst om 100 procent geslaagden te bereiken wanneer je ze het jaar tevoren laat zitten. Dat doen wij niet. Het mooie is: in dat laatste jaar zie je ze zich dan boven verwachting ontwikkelen. Je ziet ze na de zomervakantie terug als een ander mens. Ze halen het examen, en ze halen het goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden