De beste plek kan ook het vmbo zijn

Vwo-advies? Daar gá je voor als achtstegroeper, want vwo is het hoogste en het beste. Welnee, vinden sommige eigenwijze kinderen: zij willen naar het vmbo. Voor die keus is weinig begrip.

Het advies van de basisschool en de Citoscore waren duidelijk voor Derk Gommers: het kon best havo/vwo worden. Maar zijn broer deed al vwo en die zat thuis altijd met zijn neus in de boeken. Dat was niks voor Derk. "Ik leer liever door te doen en zelf te ontdekken."

En dus koos Derk voor de nieuwe opleiding innovatieve techniek in het vmbo. En hij startte, 13 jaar oud, een eigen ict-bedrijf. "Sommigen verklaarden mij voor gek dat ik naar het vmbo ging. Maar mijn ouders stonden achter me. Ik was niet gemotiveerd voor havo of vwo, ik zou zeker een drop-out zijn geworden."

Derk Gommers is een uitzonderlijk geval. Al die achtstegroepers die vorige week de Citotoets hebben gedaan en nu wachten op de uitslag hopen op het beste voor zichzelf. Bijna alle zullen ze met 'het beste' doelen op het hoogste, liefst havo of vwo. Want zo kijken de meeste kinderen en hun ouders tegen schoolkeuze aan: het vwo is het hoogste, het vmbo is 'laag'. En in de grote steden geldt daarnaast: het vmbo is 'zwart', daar willen ouders hun kind niet op school hebben.

Als kinderen het advies krijgen om naar het vmbo te gaan, dan moet dat bij voorkeur niet een beroepsgerichte leerweg (vmbo-basis of -kader), maar de theoretische of de gemengde leerweg worden. Want die bieden de kans voor zoon of dochter om alsnog door te stromen naar de havo. Dus wat heeft een jongen als Derk, met de capaciteiten voor het vwo, op het vmbo te zoeken?

Die lage maatschappelijke status van het vmbo blijkt niet alleen uit de wensen en verwachtingen van ouders en scholieren, het is ook diep geworteld in het Nederlandse onderwijsstelsel. Bijvoorbeeld in de regels waarmee de onderwijsinspectie de prestaties van scholen beoordeelt. Als een leerling die van de basisschool een havo- of vwo-advies krijgt, toch voor het vmbo kiest, wordt dat 'afstroom' genoemd. En dat levert minpunten op in het inspectieoordeel. Hetzelfde geldt voor een leerling die begint op de havo en later overstapt naar het vmbo.

Het adagium in het onderwijs is dat leerlingen op een plek moeten zitten waar ze hun talenten het beste kunnen ontplooien. Maar in de praktijk komt het erop neer dat het advies van de basisschool en de Citoscore bepalen wat die plek is. Een school heeft dus geen belang bij eigenwijze leerlingen als Derk Gommers, die vinden dat het vmbo voor hen een betere plek is dan de havo of het vwo.

Het Westerpoort College in Tholen maakte het twee jaar geleden mee. Een tiental leerlingen switchte van vmbo-gemengd naar vmbo-kader, van een hogere leerweg met vooral theorievakken naar een lagere met veel praktijk. "Dat was een bewuste keuze van leerlingen, ouders en school", zegt interim-directeur Jaap Oomen. "Deze kinderen hadden weinig met theoretische vakken, ze wilden vooral met de praktijk bezig zijn. Ze zitten nu beter op hun plek. Maar de inspectie neemt daar niet zomaar genoegen mee, het droeg bij aan een negatieve beoordeling."

Impliciet gaat van een negatieve beoordeling van afstroom sowieso de boodschap uit dat de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo in lager aanzien staan dan mavo, havo en vwo, zegt Jacqueline Kerkhoffs van de stichting Platforms Vmbo. "Het zou ideaal zijn als deze twee soorten onderwijs als gelijkwaardig zouden worden beschouwd, maar ik zie dat nog niet gebeuren."

Dat stoort ook Rob Franken, bestuursvoorzitter van ROC West-Brabant, waarvan het Westerpoort College deel uitmaakt. "Het is een inconsistentie in ons onderwijssysteem. We kunnen in dit land geen vakman meer vinden. Dan is het toch goed dat leerlingen bewust kiezen voor beroepsonderwijs, ook al zouden ze naar mavo, havo of vwo kunnen? Nee, dat wordt afgestraft, want dat noemen we afstroom."

Ook in de berekeningen die ten grondslag liggen aan de jaarlijkse publicatie Schoolprestaties in Trouw wordt die afstroom bestraft met minpunten. Terecht, vindt hoogleraar onderwijssociologie Jaap Dronkers, die die methode ontwierp. Maar als het gaat om het afzakken van de gemengde leerweg naar vmbo-kader betwijfelt hij nu of dat nog houdbaar is. "Uit de cijfers van Schoolprestaties blijkt dat de gemengde leerweg een slecht functionerend schooltype is", zegt Dronkers. "De overstap van een leerling naar kader kan dus een verstandige keuze zijn, die niet als afstroom gekenmerkt zou moeten worden, maar als een keuze voor meer kwaliteit." Maar, vindt Dronkers, in de samenleving leeft nu eenmaal breed de opvatting dat een algemeen vormende opleiding beter is dan een beroepsopleiding.

Met Derk Gommers gaat het prima. Hij heeft een diploma vmbo, mbo3 én 4 op zak, liep een half jaar stage bij een ict-bedrijf en studeert nu met veel zin aan Avans Hogeschool. Derk is pas 17 jaar. En zijn bedrijf, dat zich richt op websites en mobiele applicaties, loopt op rolletjes.

Geen denkers, maar echte doeners
Dennis Kneepkens (24), had een havo/vwo-advies, maar wist van zichzelf dat hij meer een doener dan een denker was. Hij koos, met instemming van zijn ouders, voor de gemengde leerweg van het vmbo in de sector groen. Daar ontdekte hij de pracht van de bloemenwereld.

In de praktijk kwamen zijn creatieve talenten snel tot bloei. De theorievakken deed hij met twee vingers in zijn neus (op mavoniveau). Het mbo volgde, hij kreeg de kans om ervaring op te doen in Doebai, heeft binnenkort een hbo-diploma en is razend druk met zijn eigen bedrijf.

Dennis is blij dat hij deze weg heeft gevolgd. "Als ik de 'koninklijke route' via havo of vwo had gevolgd, was ik waarschijnlijk ongelukkig geworden." Hij houdt er niet van om uit boeken te leren. "Ik werk heel graag met mijn handen, maar ik denk tegelijkertijd."

Debbie Hage (15), leerling van het Westerpoort College in Tholen, kon op grond van haar citoscore heel goed de theoretische leerweg van het vmbo aan. Ze koos voor de gemengde leerweg: hetzelfde niveau, maar met één praktijkvak erbij. Maar na het derde jaar maakte ze de overstap naar vmbo-kader in de sector zorg en welzijn. "Ik zag het niet zitten om vakken als natuurkunde en scheikunde te doen. Ik wilde de verzorging in. Dat is toch meer mijn ding, en daarom ben ik naar kader overgestapt. Dan ben je meer met de praktijk bezig. Het gaat nu ook veel beter op school. Later wil ik kapster worden. In mijn klas hebben we met zijn vieren die overstap gemaakt. Ik heb het zelf aan mijn ouders voorgesteld en die waren het er mee eens."

Yannick Hasny (16) maakte op het Westerpoortcollege in het derde jaar ook de overstap van gemengd naar kader. Het leren uit boeken was voor hem demotiverend, 'ik ben meer een doener'. Zijn ouders vonden het jammer, maar legden zich bij zijn wens neer. Yannick doet nu de opleiding zorg en welzijn, maar dat komt omdat de keus op school beperkt is. In het mbo wil hij iets in de richting nieuwe media en ict gaan doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden