De beste goede doelen van Nederland

Er dongen zo'n achthonderd goede doelen mee naar een plek in een van de drie Trouw Top 50's. Trouwkeek naar transparantie, organisatie en activiteiten. Bij een gelijke score telde de kwaliteit van de website ook mee.

Een goed doel dat nu nog zijn directeur met ING-achtige bonussen beloont, is ten dode opgeschreven

Voor het tweede jaar publiceert Trouw de Top 50 van de beste goede doelen. Vorig jaar was er maar één Top 50, van goede doelen in de gezondheidszorg. Ditmaal zijn naast een Top 50 gezondheidszorg, ook een Top 50 internationale hulp en welzijn en cultuur.

Veel goede doelen hebben dit jaar meegedongen naar een plek in de Top 50: in totaal zo'n 800, ongeveer 450 uit de sector internationale hulp, 230 uit de categorie welzijn en cultuur en 120 goede doelen uit de gezondheidssector.

De term 'beste goede doelen' vergt uitleg. De antwoorden op de vragenlijst die de basis vormen van de Top 50's bieden geen harde garantie op de resultaten van een goed doel. Het onderzoek maakt de mogelijke maatschappelijke prestatie van een goed doel wel inzichtelijk.

Een organisatie die hoog scoort heeft het in zich om impact te hebben op de eigen doelstelling. Dat goede doel is zo opgezet dat aan een reeks voorwaarden voor succes is voldaan. Het onderzoek is dus voorspellend: de gegevens waarop de rangschikking in de Top 50 is gebaseerd, dragen bij aan de effectiviteit van een goed doel.

De informatie over de goede doelen komt uit de database van het Centraal Informatiepunt Goede Doelen, CIGD. Sinds 2006 verzamelt deze onafhankelijke stichting informatie over goede doelen in Nederland, met de bedoeling de transparantie in de sector te vergroten. Inmiddels is informatie over ruim 5300 goede doelen openbaar gemaakt in de Goede Doelen Monitor, een zoekmachine die ook op de site van Trouw te zien is: http://goededoelen.trouw.nl/. De Goede Doelen Monitor moet uitgroeien tot dé databank waar een zoekende gever informatie kan vinden die hem op het spoor brengt van een organisatie die de zaken op orde heeft.

De CIGD-vragenlijst is gebaseerd op wetenschappelijke studies naar effectiviteit van goede doelen. Dat is een terrein dat nog volop in ontwikkeling is. Dat geldt ook voor de ranglijsten van Trouw: de eerste Top 50 van vorig jaar, was een begin. Enkele brancheorganisaties hadden er stevige kritiek op. Broddelwerk, goede doelen zijn onderling niet te vergelijken, was een van de punten van kritiek. De goede doelen zelf, en niet alleen die voorkwamen in de Top 50, verwelkomden de ranglijst.

De Top 50's van Trouw zijn een poging om voor donateurs lijn aan te brengen in het woud van goede doelen in Nederland, in navolging van het werk van het CIGD. Om een eerlijke vergelijking tussen goede doelen te maken, is de methodiek gebaseerd op een zogenaamd procesmodel. Uit studies blijkt dat een groot aantal processen in goede doelenorganisaties, zoals het duidelijk scheiden van de verantwoordelijkheden van het bestuur en het management, invloed hebben op de effectiviteit van het goede doel.

"Het zou nog nauwkeuriger zijn wanneer wij de impact van al deze goede doelenorganisaties zouden meten, omdat we dan weten of de goede doelen effectief zijn geweest en de gestelde doelen hebben bereikt", aldus onderzoekster Kellie Liket. Dit kan echter niet, stelt zij, omdat het meten van impact complex, kostbaar en tijdrovend is. Verder is het in de meeste gevallen nog niet mogelijk om de resultaten van impactstudies van verschillende goede doelenorganisaties met elkaar te vergelijken, laat staan van goede doelenorganisaties in verschillende sectoren. Want hoe vergelijk je de verbetering van de positie van kinderen in ontwikkelingslanden met een nieuw wetenschappelijke inzicht in het voorkomen van hart- en vaatziekten?

Toch is het cruciaal voor goede doelen om impact te meten, vindt Liket. "Dat beantwoordt de vraag: wat is nou daadwerkelijk het effect van ons werk? Dragen onze activiteiten bij aan het behalen van onze missie? Ook donateurs snakken naar die informatie. Het kan hen helpen bij de beslissing wie hun gift krijgt."

Het Erasmus Centrum voor Strategische Filantropie van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, doet onderzoek naar het meten van impact van goede doelen. Onderzoeksters Kellie Liket en Karen Maas van het ECSP werken al enkele jaren aan de verfijning van methodes om maatschappelijke prestaties van goede doelen inzichtelijk te maken.

Zo deed Maas vorig jaar en dit jaar studies naar de impact van de Hartstichting op de kosten voor de behandeling van hartinfarcten en beroertes. Door sneller ingrijpen bij dit soort aandoeningen, overlijden er minder mensen, is het ziekenhuisverblijf korter en stromen patiënten sneller door naar revalidatiecentrum of verpleeghuis. Deze stroomlijning van de hulp leidt tot minder kosten. Maas berekende dat de Hartstichting door sneller ingrijpen bij beroertes aan de totale besparing op de zorg (1,75 miljard euro) 437 miljoen euro heeft bijgedragen. Eerder becijferde Maas dat de Hartstichting 505 miljoen euro heeft bijgedragen aan de daling van de maatschappelijke kosten van hartinfarcten. Het was de eerste keer dat er in Nederland een serieuze poging is gedaan om de impact van een goed doel in klinkende munt te vertalen.

Veel goede doelen meten hun eigen effect. Sommigen doen dat al jaren. Ze monitoren hun projecten en laten onafhankelijke instanties kijken naar hun werk.

Het monitoren, maar ook het inschakelen van externe deskundigen en het raadplegen van de doelgroep, speelde een rol bij de beoordeling van de goede doelen voor de Top 50's van Trouw. Maar impactmeting, zoals bij de Hartstichting is gebeurd, doe je achteraf. De methodiek van de CIGD-vragenlijst is voorspellend.

Het ECSP ontwikkelde samen met het Centraal Informatiepunt Goede Doelen een lange vragenlijst waaruit goede doelen hun maatschappelijke prestatie kunnen afleiden. Zo'n duizend goede doelen hebben die vragenlijst inmiddels ingevuld. Nog lang niet alle goede doelen hebben meegedaan. Zelfs een aantal grote, professionele organisaties heeft het nog niet aangedurfd de vragenlijst op de website van het CIGD in te vullen.

Voor de vaststelling van de Trouw Top 50's zijn alleen de vragenlijsten gebruikt, die volledig waren ingevuld: zo'n achthonderd in totaal. Voor de Trouw Top 50's is niet de volledige vragenlijst bepalend geweest. Trouw heeft uit de lijst, in overleg met het Erasmus Centrum voor Strategische Filantropie, twintig vragen geselecteerd op het gebied van transparantie, organisatie en activiteiten (zie kader).

Het is een aanzet. Er zijn vast nog zwakke punten. Daar komt bij dat het hier om zelfrapportage gaat. De goede doelen vulden zelf de vragenlijst in. Het Centraal Informatiepunt Goede Doelen controleert de opgave van goede doelen, voor zover deze online te controleren is. De controle is dus niet volledig.

Ook voor de samenstelling van de drie Top 50's zijn gegevens door ons geverifieerd en is, waar nodig, bij de organisaties een toelichting of aanvullende informatie gevraagd. Een paar goede doelen zijn door die controle hoger op de ranglijst gekomen, enkelen zijn juist gezakt. Daarbij hoeft er overigens geen sprake te zijn geweest van kwade opzet, want een enkele vraag was zo geformuleerd dat deze voor meerdere uitleg vatbaar was. Het CIGD werkt al aan een update van de vragenlijst.

Niet alleen de donateur kan voordeel hebben bij een betrouwbare, volledige databank met voorspellende gegevens over goede doelen. Ook de organisaties zelf kunnen er wat van opsteken. "Goede doelen kunnen zich vergelijken met andere organisaties in de databank", zegt Viola Lindeboom, projectleider bij het CIGD. "We hebben gezien dat goede doelen verbeteringen doorvoerden toen ze eenmaal in de databank zaten. Daarbij ging het beslist niet alleen om de kleine organisaties. Het is voor ons het bewijs dat transparantie leidt tot kwaliteitsverbetering."

Eerder dit jaar bleek uit een voorlopige verkenning die onderzoekster Kellie Liket deed bij de ingevulde vragenlijsten van negenhonderd goede doelen, dat veel organisaties geen idee hebben van hun toegevoegde maatschappelijke waarde. Uit haar analyse bleek dat maar vier van de tien organisaties in hun doelstelling hebben opgenomen, wie de belangrijkste doelgroep is van hun activiteiten, wat de beoogde verandering is en wat de hoofdactiviteiten zijn om die veranderingen te bereiken. Een op de drie goede doelen had alleen de hoofddoelstelling omschreven (bijvoorbeeld scholen bouwen) en niet geformuleerd wat nu precies de missie was, op wie de activiteiten waren gericht en wat het te bereiken doel was. Dat zijn dus organisaties die eigenlijk niet goed weten wat ze doen, zegt Liket. Voor die goede doelen kan het invullen van de vragenlijst leemtes in de eigen organisatie blootleggen.

Overigens, bij de samenstelling van de Top 50's van goede doelen is het directeurssalaris ook ditmaal geen onderwerp van betekenis geweest. In de eerste plaats is er de afgelopen jaren onder druk van de maatschappelijke discussie over de salarissen bij goede doelen, veel veranderd in de salariëring van directies en bestuurders. En er zijn door de sector ook normen opgesteld. Een goed doel dat zijn directeur anno 2011 nog met ING-achtige bonussen beloont, is ten dode opgeschreven. Daarnaast is er geen wetenschappelijk bewijs dat het directeurssalaris een rol speelt bij het voorspellen van de prestatie van een goed doel. Volgens Kellie Liket is vaak eerder het ongekeerde het geval: capabele directeuren die goed beloond worden, zijn effectiever.

Trouw selecteerde twintig vragen uit de lange lijst die het Erasmus Centrum voor Strategische Filantropie opstelde. Een greep daaruit:

Hierbij ging het onder meer om de bereikbaarheid, de publicatie of opvraagbaarheid van beleidsplannen en jaarverslagen en het al dan niet publiceren van de identiteit van minimaal drie bestuursleden op de website.

Hier is onder meer gekeken naar de strategie van goede doelen: hebben andere organisaties die (bijna) hetzelfde doen invloed op de doelstelling? Wordt er samengewerkt met andere organisaties, is er een risicoanalyse en heeft die invloed op de strategie? Wordt de doelgroep betrokken bij de opzet van de strategie? Is het toezichthouden op de organisatie gescheiden van het bestuur? Zijn minimaal drie stemmende bestuursleden onbezoldigd? Is tenminste tweederde van bestuursleden onafhankelijk? Is de voorzitter onafhankelijk?

Hierbij ging het om vragen als: zijn de activiteiten gebaseerd op ervaringen uit de praktijk of op wetenschap? Is de doelgroep betrokken bij de opzet en de voortgang van de activiteit? Is de doelgroep betrokken bij de evaluatie? Zijn de (negatieve) neveneffecten van een activiteit bekeken? Worden experts betrokken bij de opzet, voortgang en evaluatie?

Ook dit jaar eindigden veel goede doelen met een gelijk aantal punten. Om gedeelde plaatsen te vermijden, is besloten de kwaliteit van de websites van de gelijk eindigende goede doelen bepalend te laten zijn voor het eindklassement. Zie hiernaast voor uitleg over het onderzoek.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden