De beste coach op de zondagmiddag tussen drie en kwart voor vijf

BRUGGE - Daar komt de Racing Club Harelbeke aantuffen. Het zijn eenvoudige voetballers, deze onbekende grootheden die nochtans mikken op Europees voetbal. De Harelbekers zijn nog zo eenvoudig, dat zij worden vervoerd in een ouderwetse bus, waar doorgaans voetballers uit - pak 'm beet - Polen mee reizen, of jongens uit de Hollandse onderbond.

Trainer Henk Houwaart, 'Haagse Henkie' stapt als eerste uit. Hij is op bekend terrein, want 'zijn' Club Brugge is in het Jan Breydel- of Olympia-stadion de tegenstander. Henk heeft hier veel voetbaljaren versleten. In het begin van de jaren zeventig als gevierd speler, in de jaren tachtig als succesvol coach van de blauw-zwarten. Fans van Club Brugge begroeten Henkie op een joviale manier. Maar wanneer de eerste speler van Harelbeke zich naar de kleedkamerspelonken begeeft, wordt al gauw hoorbaar dat een stel 'boerkes' bij de onaantastbare koploper in de Belgische hoogste voetbalafdeling op bezoek komt.

Zo denkt ook Harelbeke's tot vorige week bejubelde libero Hein van Haezebrouck er over. Hein heeft veel met de club meegemaakt. Acht jaar is de 33-jarige verdediger actief geweest in het eerste elftal van De Ratten. Hij is tevens jeugdcoördinator van de club. Hein is ook niet op zijn mondje gevallen. Prachtig hoor, dat Houwaart de club die nog maar zo kort geleden dichtbij de derde klasse zat, binnen drie jaar naar een UEFA Cup-waardige positie heeft geleid. Maar dit neemt volgens Van Haezebrouck niet weg dat Houwaart in zijn ogen geen topcoach is. “De trainer is vooral uit op eigen roem.” De verdediger vindt bovendien dat Harelbeke “nog steeds een dorpsclub is met een zwak bestuur”, dat te veel onbeduidende buitenlanders aantrekt. Dit alles zei Van Haezebrouck vorige week in het blad Voetbal Magazine. Niemand begreep het, aanvoerder Joris de Tollenaere nog het minst. Hij kende zijn clubmaat als aangenaam collega en als een goed lid van de spelersraad. Nooit had hij bij hem iets van kritiek bespeurd. Maar ach, Van Haezebrouck ziet op zijn beurt De Tollenaere niet alleen als voetballer van Harelbeke. Hij is ook nog advocaat op het kantoor van clubvoorzitter Geert Sustronck. Sinds de voorzitter Houwaart bij de scheiding van het tweede in een reeks van drie huwelijken begeleidde, zijn die twee dikke maatjes. Dus, zo zou in één klap duidelijk zijn, De Tollenaere, Houwaart, Sustronck, dat is dikke mik. Mensen, die elkaar het balletje toespelen.

Toen hij de woorden van zijn verdediger had gelezen, nam Houwaart vrijdag voor zich zelf een besluit. “Die komt er bij mij nooit meer in.” Nog geen etmaal later ging Sustronck nog een stap verder: ontslag op staande voet. Houwaart kan zich er volledig in vinden. “Met zo'n speler kan ik niet samenwerken. Ik wil hem nooit meer zien. Deze brokken zijn niet te lijmen. Ik heb hem nog even gesproken en toen kreeg ik niets anders dan wat gezeik. Dat de journalist zijn woorden zou hebben verdraaid. Nou, daar trappen wij dus niet in.” De Tollenaere is het eens met zijn trainer. “Houwaart heeft ons van bescheiden tweedeklasser tot een vaste waarde bovenin eerste klasse gebracht. En dan wordt zo'n trainer de grond ingeboord. Probeer dat maar te begrijpen.” Luchtig voegt Houwaart er aan toe: “Olivier Baudry had ik al op het oog als nieuwe laatste man. Nou, die wijziging wordt gewoon wat eerder doorgevoerd.”

Club Brugge-Harelbeke dan. Het Stadion ziet er niet uit, nu in verband met Euro 2000 achter de doelen de betonnen heipalen domineren. Fanatiek leeft niettemin het publiek mee in deze West-Vlaamse derby, die wordt geleid door scheidsrechter Huyghe. Hij woont in Lichtevelde, het plaatsje dat precies tussen Brugge en Harelbeke in ligt; twintig kilometer onder Brugge, twintig kilometer boven Harelbeke. In Lichtevelde geeft Henk Houwaart ook gestalte aan zijn tweede passie, die van kroegbaas. Op een steenworp van het stadion dreef hij eerder twee café's in Brugge. Het is misschien wel deze combinatie, die sommigen doet twijfelen aan de trainerskwaliteiten van de Hagenaar, wiens privéleven in Vlaanderen enkele jaren geleden zo tumultueus was, dat hij voor een tijdje de wijk nam naar Griekenland. Belgische journalisten kennen de twijfels over Henkie maar al te goed. Vooral als er problemen met de spelers zijn, schijnt hij niet thuis te geven. Een schrijvende collega zegt er echter meteen bij:

“Tussen drie uur en kwart voor vijf op de zondagmiddag ken ik geen betere coach.” Dat is Henk Houwaart; een voetbaldier, een speler die bij ADO nog met Ernst Happel werkte en bij FC Twente met Kees Rijvers. In 1969 was hij zowaar een keer international, toen de Ajacieden weer eens geen zin hadden in Oranje. Henk Houwaart, zo wordt in België ook door iedereen gezegd, kan niet alleen goed coachen, hij is tevens in staat om van onbekende spelers een team te maken. Zo heeft hij in Harelbeke van een hutspot aan nationaliteiten een eenheid gesmeed. Gisteren gebruikte Harelbeke maar liefst negen buitenlanders: Baudry (Frankrijk), Hameg (Marokko), Kubik (Polen), Laamers (Nederland, ex-Vitesse), Visser (Nederland, ex-MVV en ex-FC Utrecht), Origi (Kenia), Zvingilas (Litouwen), Tadic (Joegoslavië) en Valdas (Litouwen). Dit bijeengesprokkelde stel heeft doorgaans een simpele manier van voetballen: achterin de boel gesloten houden. Inclusief de verdedigende middenvelder Martin Laamers wordt vaak met zeven verdedigende spelers geopereerd. Hans Visser - vorig jaar niet goed genoeg meer voor FC Utrecht - zorgt voor de openingen en bijna alles is voorts gericht op de snelheid van De Tollenaere en vooral Zvingilas. Deze geblokte Litouwer ziet er twintig jaar ouder uit dan hij in werkelijkheid is, maar hij is een countercrack bij uitstek. Hij had het duel gisteren moeten beslissen. In de eerste helft hield hij nog wel het hoofd koel bij een uitbraak. Niet zelfzuchtig liet hij De Tollenaere het balletje binnen lopen: 0-1. Zvingilas sprintte nog eens twee keer vrij door naar doelman Danny Verlinden, maar bij die opgelegde kansen miste hij.

Kop-goals van Gert Verheyen en Tjörven De Brul lieten Club Brugge vervolgens voor de zoveelste keer winnen: 2-1. Met een voorsprong van vijftien punten op de nummer twee, Racing Genk, kan Club eind maart, begin april al kampioen zijn. Dat is mooi voor trainer Eric Gerets, de gewezen ijzervreter, die vorig jaar Lierse SK ook al aan de verrassende titel hielp. Onder Gerets heeft Club Brugge dit seizoen zelfs nog niet verloren. Stilaan wordt al gedacht aan het eerste ongeslagen landskampioenschap sinds 1925 (Union St.Gillis). En Racing Harelbeke, de voetbaltrots uit het plaatsje nabij Kortrijk dat met krap vijftienduizend inwoners zo klein is dat er alleen maar boemeltreintjes stoppen, deze collectie buitenlanders en een enkele verdwaalde Belg, mikt op de UEFA Cup. Thans is men vierde, maar Racing Genk staat als tweede maar vier punten voor. Gerets: “Harelbeke had hier wel een gelijkspel verdiend. Het is een klotenploeg om tegen te spelen. Als je achterin man op man tegen Harelbeke speelt, is het de gevaarlijkste ploeg van het land.” In een mengeling van Haags en Vlaams, neemt Henk Houwaart dat compliment in dank aan. “Ik ben er fier op dat we het de veruit sterkste club van het land zo moeilijk hebben gemaakt. Met de ingesteldheid van vandaag gaan we nog veel punten pakken.” Dat kan in deze competitie. Vorig seizoen waren het

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden