Interview

De best betaalde debuutroman ooit

Garth Risk Hallberg: 'Ik vind dat je als kunstenaar risico's moet nemen.' Beeld Patrick Post
Garth Risk Hallberg: 'Ik vind dat je als kunstenaar risico's moet nemen.'Beeld Patrick Post

Garth Risk Hallberg achtte zijn dikke pil over New York onverkoopbaar, tot een uitgeverij hem er twee miljoen voor gaf. 'Stad in brand' is een levendig stadsportret, en bovenal een ambitieus debuut.

Er is een prachtig essay over New York van E. B. White, begint Garth Risk Hallberg. "Hij verdeelt New York in drie categorieën. De natives, die er geboren zijn, de forenzen, vanuit de suburbs, en de kolonisten - de mensen van buiten, die ergens naar op zoek zijn. Het zijn die kolonisten die volgens White New York zijn energie en passie geven."

Hallberg is zo'n kolonist. De romanschrijver groeide op in een plattelandsgemeenschap in North Carolina, maar voelde zich er nooit echt thuis. Zoals kinderen dat doen, vluchtte hij de boeken in, naar het Narnia van C. S. Lewis, het Middle-earth van Tolkien. Maar ondertussen was er zo'n fantasiewereld waar je echt naartoe kon. Eenmaal in New York kreeg hij het idee voor zijn eigen boek.

Dat verscheen in oktober, debutant Hallberg (37) werd in The New York Times prompt tot 'literair wonderkind van 2015' gebombardeerd. Een debutant ter waarde van twee miljoen dollar - het recordbedrag waarmee uitgeverij Knopf de rechten voor zijn 'Stad in Brand' binnensleepte. Dat terwijl Hallberg lang dacht dat niemand het ooit zou lezen. Zijn boek is namelijk nogal lijvig: 900 pagina's, 1100 in de vertaling.

Blackout van 1977
Dat lijkt veel, voor wat in feite een whodunnit is. Op Oudejaarsnacht 1976 wordt Sam neergeschoten en belandt in coma. Sam is een vriendin van de 17-jarige Charlie, die weer punker/kunstenaar Billy tegenkomt, die weer de vervreemde broer is van de rijke erfgename Regan, die weer net gescheiden is van zakenbankier Keith. En zo zijn er nog wat personages die allemaal met elkaar verknoopt raken in aanloop naar die broeierige zomeravond, tijdens de blackout van 1977: de stroomstoring die New York in duister hulde, met plundering, brandstichting en chaos tot gevolg. In elk van die personages zit wel iets van Hallberg.

"Ze hebben allemaal het gevoel niet thuis te horen waar ze hun leven begonnen. Net als ik. Velen dromen over New York als de plek waar zoekenden kunnen thuiskomen", vertelt de schrijver tijdens een bezoek aan Amsterdam. De jeugdige Hallberg is lang, een tikkeltje slungelig, en praat bedachtzaam, in meanderende monologen, maar zijn hardop uitgesproken gedachtes komen telkens weer bij de kern terecht.

Stad in Brand doet sterk denken aan Tom Wolfe's 'Het vreugdevuur der ijdelheden': ook een perspectiefroman, met vele personages uit verschillende klassen, in de beste traditie van het sociaal realisme. Het is een levendig stadsportret van het New York van eind jaren zeventig, waarin de stad zuchtend verkruimelt onder drugs, armoede en wanorde. Dat vunzige New York spat van de pagina's, des te knapper omdat het zich afspeelt in 1977, een jaar voordat Hallberg werd geboren.

Wie is Garth Risk Hallberg?

Garth Risk Hallberg (1978) wordt geboren in Louisiana en groeit op in Greenville, North Carolina. In 2003 verhuist hij naar New York, waar hij zijn master aan New York University afrondt en korte verhalen en recensies in diverse tijdschriften publiceert. In 2007 verschijnt de novelle 'A Field Guide to the North American Family' en begint hij aan de debuutroman 'City on Fire', vertaald als 'Stad in Brand'. In 2013 koopt uitgeverij Albert A. Knopf de rechten voor bijna twee miljoen dollar. Het boek verscheen in oktober vorig jaar en is inmiddels in zeventien landen verkocht. Hallberg woont met zijn vrouw en twee zoontjes in Cobble Hill, Brooklyn, New York.
'Stad in brand' van Garth Risk Hallberg. Uitgeverij Atlas Contact. Vertaling: Harm Damsma, Niek Miedema. €24,99.

null Beeld Stad in Brand
Beeld Stad in Brand

Punkrock
En dat terwijl hij maar weinig research deed, hoewel hij een zomer lang kranten uit die tijd doorploos. Vooral de advertenties en lezersbrieven leerden hem veel over die dagen, maar onbewust kende hij de tijdgeest al via muziek: de begindagen van de punkrock.

Voor punkmuziek reed de jonge Hallberg vijf uur naar Washington, de dichtstbijzijnde grote stad. De eerste keer dat hij daar hardcore-band Fugazi zag spelen was een openbaring - precies zoals Charlie die in het boek meemaakt, badend in een muur van geluid bij zijn eerste bezoek aan een New Yorks punkconcert. Het geweld, de chaos, het nihilisme, maar ook de creatie die uit die schijnbare vernietiging voortkomt, trok Hallberg aan.

Niet voor niets heet zijn heldin Patti Smith, die, zoals Sam in het boek omschrijft, de enige is die het allemaal écht begrijpt. "Ik ken geen muziek zo rijk als de hare: terwijl punkrock vaak naakt en minimalistisch is, is zij behoorlijk maximalistisch. Er is dichtkunst, er zijn gitaarsolo's, nummers duren negen minuten."

Contrasten
Bij zijn eerste bezoek aan New York, hij was zeventien, kwam hij met vrienden op zo'n punkfeestje terecht. Ze spendeerden ook een nacht in een luxeappartement aan Central Park en logeerden op een campus. "Die contrasten en verscheidenheid waren precies het New York waarover ik had gefantaseerd."

"En eind jaren zeventig was dat allemaal in verhoogde zin aanwezig. Dat is precies waar een fictieschrijver naar zoekt. Want een fictiewereld, zelfs in een boek zo dik als het mijne, is altijd een gecomprimeerde versie van de werkelijkheid. Het is altijd zwaarder aangezet, hyperbolischer. Vandaar dat die periode zich als decor opdrong. Een ander geschikt decor had 2001-2003 kunnen zijn, toen ik het idee voor het boek kreeg."

Hallberg noemt het spiegelende periodes. "Beide kenden een enorme catastrofe met nasleep. In 2001 was de ramp natuurlijk heel specifiek. Eind jaren zeventig was die abstracter, voortgekomen uit het bankroet van de stad in 1975. De moordcijfers waren het zesvoudige van die van vandaag. Veel levens zijn vernietigd door drugs en armoede. Er was leegstand, wanorde, pessimisme."

In die vernietiging schuilt een scheppende kracht, meent Hallberg. "In die tijd werd de huidige cultuur geboren. Hiphop, punk, Scorsese, veel moderne kunst, het stamt allemaal uit de jaren dat New York een enorme zooi was."

Straaljagers
Hallberg verhuisde met zijn studerende vriendin, inmiddels zijn vrouw, in 2001 naar Washington DC. New York kon het bijklussende stel nog niet betalen. Zes weken na hun verhuizing werden beide steden aangevallen.

"Dat moment die ochtend waarop ons gebouw werd geëvacueerd voelde als het eind van de wereld. Je wist niet hoeveel vliegtuigen er nog zouden komen. Er schoten straaljagers door de lucht. Bedenk, iedereen in de VS had het destijds over the end of history. Het zat er op, we waren klaar, we konden vrolijk doorleven in ons liberale kapitalistische systeem. Enorm Amerikaans, natuurlijk."

"Maar plots was daar het radicale feit dat alles kon gebeuren. Na 9/11 begon ik obsessief New York te bezoeken. Ik mag me die ervaring niet toe-eigenen, maar ik zag een stad in rouw, gewond en kwetsbaar, door de schaal van vernietiging en verlies. Maar ook een zeer bewuste stad over hoe hecht al onze levens met elkaar verbonden zijn."

In 2003 besloot het stel eindelijk naar New York te verhuizen. Normaal pakte hij de auto, maar nu nam Hallberg de bus vanuit Washington om appartementen te bezichtigen. Dezelfde Greyhound die hij als 17-jarige had genomen toen hij voor het eerst New York bezocht.

Metafoor
"Er is een moment dat die Greyhound de New Jersey Turnpike afdraait en die skyline opdoemt. Alleen nu misten er twee dingen. New York scheen me altijd toe als een schip met twee masten, met het verdwijnen van die twee torens klapte die metafoor ineen. De stad zag eruit alsof het zijn definitieve vorm nog moest vinden."

"Ik luisterde naar mijn iPod, waarop mijn hele muziekverzameling stond. Van al die liedjes koos de shufflefunctie een nummer van Billy Joel, dat ik nog niet kende. Hij bezingt in 'Miami 2017' het New York van midden jaren zeventig, mensen kennen het misschien door die eerste zin: 'I've seen the lights go out on broadway'. De inwoners besluiten de chaos van dat New York achter zich te laten door de stad in zee te duwen, en met z'n allen naar Florida te verhuizen. Maar de manier waarop hij het zingt heeft zo'n onuitsprekelijk verlangen naar iets dat samen met de stad verloren is gegaan. Dat zingt hij niet, maar dat voel je uit dat nummer."

Notitieblok
"En ik zat in die bus, te kijken naar de gemankeerde skyline, met dat nummer, en - klik - dat is het boek. Dát is het boek. Ik dacht meteen: 'Bleak House', a la Dickens, maar dan in het New York van 1977. Verschillende personages. Er is iemand neergeschoten, ze balanceert tussen leven en dood, er is een bankier in de problemen, het culmineert in de stroomuitval van 1977. Ik bedacht meteen plotelementen, er waren vroege silhouetten van de personages. Toen ik uitstapte bij Union Square begon ik meteen te schrijven. Het voelde alsof er vuur door mijn vingers schoot; een beetje waar Mercer uit het boek op hoopt dat hem zal overkomen wanneer hij aankomt in New York."

Hallberg overkwam het, maar na zijn verhuizing naar New York kwam dat notitieblok in een la terecht. Hij durfde het niet aan. Hij was 24, een niemand: hij ging toch niet aan zo'n enorm project beginnen? Want Hallberg wist vanaf het begin dat het zo'n omvang zou krijgen, om recht te doen aan alle personages en om recht te doen aan de stad. Wie zou zo'n dik boek van een onbekende schrijver ooit publiceren?

Tot hij stuitte op een citaat van Carl Jung. 'Draai je naar de schaduw en vraag wat hij wil.' De enige manier om van je angst af te komen, is hem te confronteren, anders blijft hij je achtervolgen. Dus in 2007 begon Hallberg te schrijven, met de hand, notitieblok na notitieblok, vijf jaar lang, tot hij een literair agent tegenkwam die twaalf uitgeverijen zo gek kreeg tegen elkaar op te bieden.

Het is een ambitieus debuut. Een moedig boek? "Moedig zijn Artsen Zonder Grenzen, die een oorlogsgebied binnengaan. Ik knalde tijdens een college ooit 'Mrs. Dalloway' op het bureau. 'Virginia Woolf, dat is jullie competitie', riep ik tegen mijn studenten. 'Of Tolstoy, Dickinson. Vermoedelijk kom je nooit bij hen in de buurt, maar je danst tenminste met de besten'. Want als jij je richt op het allerbeste en je faalt, dan faal je tenminste vanuit je poging je te hebben gemeten aan het beste dat er is. Dat is altijd beter dan te hebben gefaald terwijl je eronder hebt gemikt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden