'De Belgen waarderen mij'

Commentator Jan Mulder (71) houdt niet van symboliek, maar nu zijn werk zich heeft verplaatst naar Brussel, de stad waar hij als voetballer groot werd, komt het hele leven toch mooi weer samen en verdrinkt hij in nostalgie.

Les 1

Zoen altijd eerst naast de mond

"Een uitstekende levensles kreeg ik van Jan Pieter Guépin, voorzitter van de Morgan Sports Car Club en vooral kenner en vertaler van Janus Secundus en diens wereldberoemde kusgedichten. Ik reed eens met Guépin van Enschede naar Amsterdam, 'de stad van de melkwitte tepeltjes en verdorven geestjes,' zoals hij de hoofdstad noemde. Tijdens de reis hield hij een vlammend betoog over zoenen. 'Eerst naast de mond!' Zacht. Aarzelend. Heel lang. Dan langzaam aan de lippen beginnen. 'Niet zuigen, blazen!' Meteen sabbelen, zuigen en winkelhaken in de tong van de geliefde bijten: laat het, dat is stucwerk. Nee, je moet je ziel erin blazen en dan vangt zij 'm zuigend op. Resultaat: ze valt slap achterover in je schoot.

Guépin is niet meer. De schone kunst van het oogjes roven, wordt door niemand nog onderwezen. Maar zijn talrijke bloemlezingen en vertalingen van de kusgedichten kan men nog lezen."

Les 2

Je hebt meer aan een goede levenshouding

"Mijn ouders hebben me nooit levenslessen gegeven, ik heb veel meer gehad aan hun levenshouding. We hadden het thuis niet breed, mijn vader was schoenmaker, maar toch had ik de indruk dat we het royaal hadden. Hij kwam altijd aan met leuke cadeaus en was het zonnetje in huis. Mijn ouders waren fijne sociaal voelende mensen, daar heb je geen geloof voor nodig. Ik ben blij dat ze mij niet verplicht hebben op zondag drie keer naar de kerk te gaan, want dan had ik me verzet. Je hebt geen hulp van een fictief opperwezen nodig, je leven is je eigen verantwoordelijkheid. Zo heb ik ook geen belangstelling voor het hiernamaals of reïncarnatie. Je moet het hier doen. Iets concreets in de gedachten, daar hou ik wel van. En ik ben blij met wat ik heb.

Ik heb mijn moeder altijd als volmaakt gezien, mijn vader net niet, maar die was daardoor misschien nog wel leuker. Het waren de jaren vijftig. Mijn vader was kostwinner, het hoofd van het gezin, daar had je ontzag voor. Mijn moeder was iemand met een wit schort voor, bescheiden.

Mijn moeder is nu 94 en ik ga graag naar haar toe. Niet voor haar, maar voor mezelf. Ze heeft een ijzeren geheugen, een scherp oog voor detail en kan prachtig over de oorlog vertellen. Ik ben op 4 mei 1945 geboren. Zij reisde van Blijham naar Bellingwolde voor de bevalling. Er werd nog geschoten door zich terugtrekkende Duitsers. Een boerenknecht die nog net even werd afgeknald. Toen ik drie was kwamen we in Winschoten te wonen. Na Amsterdam de stad met de meeste Joden. Wat zich daar allemaal heeft afgespeeld. Daar vertelt ze heel precies over. Ik heb een rotsvast geloof in haar. Zoals zij het zegt, zo was het."

Les 3

Wees niet ijdel, ga uit van jezelf

"Tweede in de categorie levenskunstenaars zijn mijn kinderen. Youri en Geret zijn allebei gespeend van elke ijdelheid, dat heb ik altijd in ze bewonderd. Ikzelf heb het altijd fijn gevonden om toegejuicht te worden. Complimentjes te krijgen. Als men niets zei als ik het veld afkwam, dan kon ik dat absoluut niet verdragen.

Dat heb ik bij mijn zonen nooit opgemerkt. Die zijn sterk, niet zo onzeker over wat anderen ervan vinden."

Les 4

Zeventig is het nieuwe veertig

"Ouder worden is een groot genot. Dat zit 'm reeds in het opstaan. Ik sta veel vroeger op dan vroeger. Ik was een laat-naar-bed- ganer - laat naar bed, laat op - maar nu: ik kan niet wachten. Dat domme slapen. Opstaan. Ik vlieg de trap af. Vitaal. Genieten van dingen. Kleine dingen. Dat je leeft. Ik woon op het platteland. Prachtig, om zeven uur 's ochtends, dat weidse uitzicht, de dauwdruppels, mist die optrekt, de lucht. Vroeger had ik daar geen aandacht voor, maar nu: pfff, ik klink als een oude man. Mag ik het niet twee uur over 'langs de mond kussen' hebben?

Ik ben blij met mijn leeftijd, ik zou voor eeuwig zeventig willen zijn. Niet jonger. Nee zeg, vijftien, ik moet er niet aan denken, die verlegenheid. Met veertig was ik er ook nog niet. Te veel adrenaline. Pas als je ouder wordt, word je minder agressief, minder impulsief, milder, en dan kijk je terug op dingen en denk je: joh man, kalm aan. Ik heb echt stomme dingen gedaan waar ik spijt van heb. Ruziemaken met trainers, waarom?"

Les 5

Bevrijd het kleine kind

"Kunsthistoricus Louis Gans hoorde ik een keer zeggen: 'Om te weten wat de mensen denken, moet je omdraaien wat ze zeggen.' En dat klopt. Als iemand na een voorstelling roept dat het schitterend was, nee, dan was het niet best. Mensen willen pleasen, ze durven de waarheid niet te zeggen. En misschien is dat ook maar beter. De kunst is om te kunnen verdragen wat men echt zegt, zonder dat je denkt: dit moet ik omdraaien. Maar je draait het toch weer om. Terwijl zij het dan niet anders bedoelen, maar dan is het hard tegen jou. Ondraaglijk. Een ingewikkelde zin, maar het is zo: mensen zeggen niet rechtstreeks wat ze vinden. Het leven zou er wel interessanter van worden. Dat kleine gekwetste kind moet eruit, sterker worden. Maar dat is lastig. Zelf ga ik deze levensles niet meer redden."

Les 6

Sta op

"Als voetballertje lag ik graag op de grond. Een kind, de mens, is dramatisch. Ik ook. Ik wou graag met de neus in het gras. Gekwetst. Slachtoffer. Kapseizend de modder in. Mijn jeugdleider was de heer Wubs, voornaam Engel. Een klein mannetje, kaal, bolhoed op. Geweldige vent. En die riep dan: 'Niet liggen!' Dat zinnetje ben ik altijd in mijn hoofd blijven horen, niet alleen tijdens het voetballen. Het stond symbool voor het gekwetste kind, de gekwetste papa, minnaar, voetballer. Alles waarin ik op dat moment niet sterk was. Opstaan!

Ik heb altijd te veel aandacht voor bijzaken gehad. Of mijn shirtje goed zat, of de lijnen mooi wit en recht waren. Als de middenstip niet goed rond was, dacht ik: waarom nu? Dat kon mij van slag brengen. Ik speelde bij Anderlecht, en in de herfst genoot ik van de bomen die ik zag in het Astridpark waar het stadion staat. Dat is ten diepste fout. Je moet ook zonder beukenblaadjes goed kunnen spelen."

Les 7

De vaderrol blijft aftasten

"Mijn jongetjes zijn 47 en 46. Belachelijke getallen, ik moet daaraan wennen. Ik wil ze nog steeds beschermen en tegelijkertijd niet voor de voeten lopen. Het is moeilijk daar een grens in te vinden. Ik merk dat ze makkelijker met hun moeder praten als er iets aan de hand is. Zo'n vaderfiguur, wat moet je ermee? Dat drukt steeds zwaarder op me. Je hebt niet door welke fouten je eventueel hebt gemaakt, vroeger.

Ik was dolgelukkig met mijn jongens, alles was goed. Maar ik had ook een eigen carrière, ik was bezeten van voetbal, ik was bekend, werd thuis geïnterviewd, gefotografeerd. Wat doet dat met een kind, wat gaat er in die hoofdjes om terwijl jij denkt dat het allemaal wel goed gaat. Zo'n vader die het middelpunt is van de hele bedoening, met zo'n zware Groningse basstem. Misschien maakte het wel heel veel indruk. Wat vinden ze daarvan nu ze ouder worden? En daar komt dan nog eens bij dat ik me niet met hun leven wil bemoeien. Ik heb ook niet de eigendunk dat mijn mening belangrijk is, ik probeer daar bescheiden in te zijn. Maar ik heb er toch een onbestemd gevoel over. Het beklemt me soms een beetje.

De ironie wil dat ik altijd heb gedacht dat ik een leuke, jongensachtige vader was, maar misschien ben ik toch meer zoals mijn vader. Met zo'n opgeslagen, brede revers en een das voor. Je zou het kunnen vragen, goh jongens, hoe hebben jullie dat ervaren? Maar het is bijna te intiem. Ik ben wat angstig voor het antwoord, merk ik."

Les 8

In Brussel kom ik thuis

"Mijn werkzaamheden hebben zich bijna allemaal verplaatst naar Brussel. Dat vind ik om twee redenen fijn. Johanna en ik zijn daar op ons twintigste naartoe gegaan, ik ben daar groot geworden, we hebben er de kinderen gekregen, ik heb daar nog steeds vrienden. Het maakt me gelukkig als ik daar door de straten loop. Een gevel, een winkel die ik ken. En men herkent mij op een leuke manier, als sterspeler van Anderlecht. 'Hé, dat is Jan Mulder,' hoor ik dan. Dat vind ik dan zo fijn voor die mensen, en voor mij, dat je dat deelt. Het verleden. Dat het nog bestaat. Daarnaast kom ik in België beter tot mijn recht. De mensen moeten om mij lachen.

Nederland vindt mij een mopperaar, mensen hebben niet door dat ik het geestig bedoel. In België word ik geapprecieerd. Wat leuk is. En dat heeft niks met ijdelheid te maken of gestreeld worden, weet je wel, het kind in mij. Ik ben graag waar men mij ziet zoals ik graag wil dat men mij ziet, of ik me voel zoals ik ben. Ik voel me er thuis. Ik ben een Brusselaar."

Les 9

Attent zijn is bevorderlijk voor het leven

"Ik ben geen beller en ik faal in contact houden. Ik ga er nooit van uit dat een ander mijn aanwezigheid misschien ook leuk vindt. Maar een beetje attent zijn is wel bevorderlijk voor het leven. Een keer een brief schrijven, of een mail, dat men weet dat je aan hen denkt.

Ik krijg al sinds 1976 wekelijks een brief van Jaco Groot, uitgever van De Harmonie. Hij stuurt me knipsels van Duitse, Engelse, Zwitserse, Spaanse en Amerikaanse kranten en magazines, je kunt het zo gek niet bedenken of hij heeft het gelezen, met onderwerpen waarvan hij denkt dat ik er iets aan heb. En dat doet hij niet alleen voor mij, maar voor nog honderd anderen. Ausdauer in het attente. Daar buig ik diep voor. Soms denk ik aan een attentie terug, maar ik kom er niet op en vervolgens vergeet ik het weer. Alsof de gedachte alleen al genoeg is geweest. Maar nee, hij weet dat niet! Ik moet hem een appartement aan zee in Knokke schenken."

Les 10

Schrijf met humor

"Van Gerard Reve heb ik geleerd dat schrijven met enige humor moet. Ik weet nog dat ik eens las wat hij over Simon Vinkenoog schreef: 'Als er ergens een boom in een kamer staat, klimt hij erin.' Hardop lachen met een boek in de hand: het is een verrukking. Als eerbetoon aan de grote Simon Vinkenoog zou ik graag gefotografeerd worden in een boom of een klimrek of zoiets. Kan dat?"

Jan Mulder

Jan Mulder (Bellingwolde, 4 mei 1945) is ex-profvoetballer, schrijver, columnist, voetbalanalist en tv-persoonlijkheid. Zo was hij jarenlang sidekick bij 'Barend en Van Dorp', is hij vaste tafelheer bij 'DWDD' en schuift hij eens in de twee weken aan bij 'Studio Voetbal'. Mulder speelde vanaf 1965 bij het Brusselse Anderlecht en vanaf 1972 bij Ajax, maar moest op z'n 30ste zijn voetbalcarrière stoppen na aanhoudende knieblessures. Hij richtte zich op de journalistiek, schreef jarenlang afwisselend met Remco Campert de dagelijkse column Camu in de Volkskrant.

Hij is getrouwd met Johanna en vader van Youri (47) en Geret (46).

Mulder woont en werkt nu vooral in België, hij is columnist van Het laatste nieuws en Humo en voetbalanalist bij het programma 'Extra Time' op Canvas en bij het Belgische tv- en telecombedrijf Telenet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden