De bekering van Abraham de Geweldige

Pelgrimeren smaakt naar meer, maar een mens kan niet elk jaar naar Santiago de Compostela. En trouwens: de poppenkast op het vermeende graf van de apostel Jacobus is niet echt besteed aan deze nuchtere noorderling. Sta je na meer dan tweeduizend kilometer hoven de heilige plaats, word je ontvangen door een beambte bij een geldkist. Werp je een muntstuk in de kist, dan krijg je een bidprentje uitgereikt, maar weiger je aan zulke handel mee te doen en laat je het bij een schouderklopje voor het beeld van Jacobus, dan ook geen bidprentje. Diep gewortelde sentimenten spelen op: Reformatie!

Op dus naar Beesd. Geen plaats met een sacrale klank, maar wel de plek van een spectaculaire bekering met grote gevolgen. Bovendien: gemakkelijk te befietsen op een zonnige zondagmiddag.

In Beesd begon Abraham Kuyper (1837-1920) zijn loopbaan als predikant. Niemand kon in 1863 vermoeden dat deze ambitieuze jonge kandidaat – Kuyper was 25 toen hij in Beesd beroepen werd – zou uitgroeien tot een leidsman van formaat. Je zou hem gerust de reformator van de negentiende eeuw kunnen noemen, al zullen er velen zijn die hem deze kwalificatie misgunnen omdat ze hem vooral als een scheurmaker zien. Toegegeven, dat was hij ook.

Beesd is van grote betekenis geweest voor Kuyper, want hier kwam hij in aanraking met een innige variant van orthodoxie die tegenwoordig wordt omschreven als 'bevindelijkheid'. Deze vroomheid, die kenmerkend was voor een geestesstroming uit de zeventiende eeuw, werd verpersoonlijkt door molenaarsdochter Pietje Baltus (1830-1914). Door haar toedoen bekeerde Kuyper zich tot een zwaardere variant van het protestantse geloof, met veel nadruk op de zondigheid van de mens en de noodzaak om door God verlost te worden. Dit geloof motiveerde hem tot de school- en kerkstrijd, waaraan hij de volgende dertig jaar van zijn leven zou wijden. In Kuypers Confidenties (1873) schreef hij dierbaar over zijn bekeringsgeschiedenis en de rol van de vrome Pietje. Aangenomen wordt dat hij het verhaal nogal heeft aangedikt.

Op dus naar Beesd. Niet om te bidden op Pietjes graf, dat zou ze niet gewild hebben, maar wel om wat te mijmeren in haar voetsporen. En om te kijken of er in dat dorp aan de Linge nog iets is dat aan Kuyper herinnert.

Vanaf het station Driebergen-Zeist gaat het eerst richting Odijk, en dan vlak voor Odijk linksaf naar Nederlangbroek, langs de Langbroekerwetering. Vlak voor de torens van Sterkenburg boven het geboomte opdoemen rechtsaf het water over, even verderop de Kromme Rijn over en bij de provinciale weg linksaf en na een paar honderd meter weer naar rechts, de borden naar Culemborg volgend. Mooi, afwisselend landschap, van boomgaarden en rivieroevers met als bekroning de Lek, met de pont naar de overkant.

In Culemborg is het even zoeken, maar volg de fietsborden richting Leerdam-Beesd, en de rest wijst zich vanzelf. Culemborg heeft veel te bieden, maar de rusteloze pelgrim wil voort. Via de Daam van Dijkweg voert de tocht vlak langs de A2, met z'n files voor knooppunt Everdingen. Daar heeft de fietser geen last van. Zelfs de nabijheid van de snelweg hindert geen moment.

Aan de rand van Beesd ligt de begraafplaats. Maar wie er ook liggen – Daam van Dijk, onder anderen – naar een Baltus is het speuren tevergeefs. Zij moet al lang geruimd zijn, gesteld dat ze hier ooit ter aarde besteld is in een graf met een naam. Zij sleet haar laatste jaren in een door de hervormde diaconie gesticht oude mannen- en vrouwenhuis. Ook bij de hervormde kerk is het vergeefs speuren naar een herinnering, hoe gering ook, aan Abraham de Geweldige. Tot voor kort was er in de royale zaalkerk met zijn massieve stompe toren nog een kleine vitrine met wat relikwieën van Pietje – een mutsje, een boek en nog zo wat – maar bij de laatste verbouwing zijn die spullen weggehaald. De belangstelling ervoor is gering, vertelt dominee Alserda die woont in de pastorie uit 1741 waar ooit Kuypers eerste kinderen geboren werden. Af en toe bellen er wel eens mensen aan omdat ze op Kuyper-bedevaart zijn, maar die komen steevast uit Japan, Amerika of andere verre oorden. Zij moeten het doen met de Pietje Baltusstraat, een zijstraat van de dr. Kuyperstraat.

De hervormden in Beesd waren er in 1867 helemaal niet rouwig om toen hun predikant naar zijn volgende standplaats, Utrecht, vertrok. Zij hadden hem immers beroepen als een veelbelovende, moderne dominee. Beesd bleef ook gewoon hervormd toen in 1886 onder leiding van Kuyper de Doleantie plaatsvond en er overal gereformeerde kerken ontstonden. Met enige aarzeling omschrijft dominee Alserda zijn tegenwoordige kudde als midden-orthodox. Sporen van bevindelijkheid worden nog wel aangetroffen, maar die zijn zeker niet dominant. De enige andere kerk van Beesd is de rooms-katholieke. Bij speciale gelegenheden zijn er wel gezamenlijke diensten: de paaswake, met Hemelvaart, en een enkele doopdienst.

Via een uitstapje naar molen De Vrijheid aan de Linge – Pietje was tenslotte een molenaarsdochter – gaat het over de dijk naar landgoed Mariënwaerdt, waar tegenwoordig allerlei heerlijkheden van het land verkocht worden. In Kuypers dagen zetelde hier de graaf van Bylandt, dankzij wiens invloed Kuyper het beroep naar Beesd kreeg. Waarschijnlijk mede dankzij die graaf kon Kuyper een voor die tijd royaal tractement verdienen. De relatie tussen Mariënwaerdt en de hervormde kerk van Beesd bestaat tot op de huidige dag. Een telg uit de familie Van Verschuer is president-kerkvoogd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden