De beker is leeg, het leven voltooid; ik dacht het niet

Het is nog steeds onrustig in euthanasieland. Er loopt een aantal verwikkelingen door elkaar en ik kan soms door alle hulpgeroep heen de terecht afgedwongen humane dood niet goed meer in het vizier krijgen. Eén ding is duidelijk: zodra je denkt dat je er redelijk uit bent qua regeling, duikt er weer een nieuwe groep mensen op, die vinden dat ook zij in aanmerking komen. En dan begint het wrikken, smeken of stampvoeten om de nieuwe kandidaten te kunnen inlijven bij de groep die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, want aan die laatste twee aspecten houdt iedereen wel graag vast.

Niemand heeft problemen met de oude interpretatie van de euthanasiewet, die betekent dat iemand in het laatste stadium van een dodelijke ziekte om levensbeeindiging kan vragen. Vervolgens stapten we af van dat 'dodelijke' en beseften we dat ook langdurende, ongeneeslijke ziektes ondraaglijk en uitzichtloos lijden kunnen veroorzaken. Als iemand bijvoorbeeld in een toestand van ernstige hulpbehoevendheid belandt na een beroerte. Weer een groep erbij. Vervolgens groeide het besef dat dementie in de vroege stadia uitermate ellendig kan zijn en het bleek dat sommige getroffenen dat steekhoudend konden koppelen aan een doodswens. Het lijden in de beginstadia van dementie is uiteraard geestelijk van aard. De ervaring steeds dommer te worden, de onmogelijkheid om nog enigerlei notie van een plot te handhaven in je eigen leven, of te ontwaren in de levens om je heen, dat alles wordt in sommige gevallen gezien, terecht vind ik, als ondraaglijk en uitzichtloos. Weer een groep erbij. En nu we het over geestelijk lijden hebben, wat te zeggen van psychiatrische patiënten die ongeneeslijk depressief zijn of die lijden aan steeds terugkerende angsttoestanden waarin zij in paniek wegvluchten van demonen die de dokter noch de farmaceut goed kan bestrijden? Weer een groep erbij.

Er komen vast nog andere kandidaten opzetten, maar de recentste aanmelding is die van oude mensen die vinden dat ze aan het eind van hun leven zijn gekomen. Mensen die na een lang leven aan de rand van het graf worden geparkeerd, maar die van het noodlot nou net niet dat duwtje krijgen dat hen zou verlossen van verdere ellende. Althans zo ervaren zij hun gedwongen voortbestaan. Niemand weet hoe groot deze groep is, maar we hebben het hier niet over enkele tientallen of honderden, zoveel is wel duidelijk. Rond deze groep spreekt men in termen als: de beker is leeg, het leven is voltooid, door de dood vergeten enzovoort. Weer een groep erbij? Ik dacht het niet.

Voor ik verder ga met hier iets over te zeggen wil ik uitdrukkelijk stellen dat ik vind dat er een recht op zelfdoding bestaat, alleen weet ik niet altijd goed te zeggen onder welke omstandigheden een mens dat recht mag opeisen. Daarnaast vind ik dat zelfdoding rond de lege beker door de vertrekkende zelf geregeld moet worden en niet door een arts. Ik zal proberen dat uit te leggen.

Er bestaat een geleidelijke overgang tussen de volgende twee uitersten. Aan de ene kant is er de diagnoseloze negentiger, die zelf kan opstaan, zichzelf kan wassen en zelfstandig de wc kan bezoeken, die nog naar Albert Heijn fietst voor haar eigen boodschappen en die haar eigen maaltijd nog kan bereiden. Als zij om de dood zou vragen omdat ze haar kinderen nooit meer ziet, omdat haar man en al haar broers en zusjes, vrienden en vriendinnen zijn overleden, dan zou ik dat wel begrijpen, maar ik zou geen overdosis voor haar regelen. Ik zou haar wel goede informatie geven over hoe zij haar leven zou kunnen beëindigen.

Aan de andere kant is er de eveneens negentigjarige vrouw met botontkalking, ingezakte wervels, veel pijn, ouderdomsdoofheid, incontinentie van urine, een pijnlijke inoperabele versleten heup, matige hartfunctie, duizeligheid, suikerziekte met falende nierfunctie, een pijnlijke schouder na de zoveelste val en daarbovenop ook nog eens zeer slechte ogen door zogenoemde ouderdomsstaar (maculadegeneratie). Zij kan geen boek meer lezen, geen televisie kijken, geen telefoongesprek voeren, geen brief meer schrijven of typen, geen maaltijd koken en niet zelfstandig opstaan, wassen, aankleden en naar de wc. Als ze pech heeft moet ze nog jaren doormodderen, terwijl haar onmogelijkheden zich almaar uitbreiden. Al leven haar man, kinderen en kleinkinderen nog, als zij om de dood vraagt omdat haar lichaam haar zo vreselijk in de problemen brengt dan zou ik haar helpen, al is er geen sprake van een dodelijke ziekte en al heeft ze wellicht nog jaren te gaan.

En nu begint het gelazer, want waar moet je zitten op dit continuüm tussen deze twee negentigers om in aanmerking te komen voor euthanasie wegens ondraaglijk en uitzichtloos lijden? Er is een toenemende maatschappelijke druk om wat meer op te schuiven naar de lichamelijk niet zo gehavende negentiger. Artsen willen dat niet. Zij willen vasthouden aan lijfelijke ellende en hoewel ze beseffen dat er geen scherpe lijn valt te treffen zouden ze van die andere ellende willen zeggen: nee, tenzij, waarbij het formaat of de rekbaarheid van dat tenzij iets zeer individueels zal blijven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden