De beken in Overijssel staan droog, ‘waterboswachter’ Van Dongen heeft de oplossing

Hezinge, in natuurgebied Springendal laten een hydroloog (links) en een boswachter (rechts) van Staatsbosbeheer zien dat het in het gebied dankzij een waterbuffer en hun uitgevoerd beleid nog steeds nat is. Op de foto een bruggetje over een bijna droogevallen beekje. Beeld Herman Engbers

In de Springendalse beek kringelt het water nog steeds enthousiast naar beneden. Volgens ‘waterboswachter’ Rob van Dongen is ze hét voorbeeld voor haar opgedroogde collega’s.

Ze staan als kale karkassen tussen het uitbundige struikgewas. Toch is het alleen maar goed nieuws dat de kastanjes en beuken aan oever van de Springeldalse beek het loodje leggen. Ze horen hier helemaal niet en konden alleen maar gedijen omdat het dal lange tijd veel te droog was. Daar is sinds 2015 een einde aan gekomen, toen Staatsbosbeheer besloot de beek minder diep te maken.

Rob van Dongen liet de ingesleten geul van wel twee meter diep vullen met takkenbossen, waarna de beek zelf voor de zandaanvoer tot op maaiveldniveau zorgde. Op een enkele plek moesten kleine bulldozers worden ingezet, maar het resultaat is er. Niet alleen is de beek trager geworden, maar het hele dal ook vochtiger. Van Dongen: “Kijk hier groeit Bosbies en Goudveil, en er komt jonge Els op.” Hij gaat wijdbeens over de beek staan en graait met één hand een hap zand en grind omhoog. Daarin krioelt het leven. “Vlokreeft en larven van de Beekprik. Die komen alleen voor als er een constante stroom van koud water is. Nou die is hier: zomer en winter precies op 12 graden.”

De hydroloog laat het leven zien in uit springendalsebeek.Beeld Herman Engbers

De hydroloog van Staatsbosbeheer noemt zichzelf liever ‘waterboswachter’. Dat bekt niet alleen lekker, maar het woord legt ook een combinatie tussen het waterbeheer en de effecten die dit op de natuur heeft. Zijn eigen werkgebied Twente is afgelopen zomer vooral in het nieuws geweest door het ontbreken van water: in nog maar 10 procent van de beken zit water. Maar Van Dongen ziet volop kansen om dit deel van Overijssel na deze stresstest ‘klimaatbestendig’ te maken. Daardoor is het in de toekomst opgewassen tegen langdurige droogte.

De werkschuur van Van Dongen staat precies op de stuwwal van Ootmarsum die met 75 meter boven NAP de waterscheiding vormt tussen de riviertjes de Regge en de Dinkel. Het wemelt hier van de stroompjes omdat de kleilagen in de grond in de IJstijd door elkaar zijn gehusseld. Daardoor zijn er tientallen bronnen ontstaan die ergens hun water naar buiten persen. Alleen op het zuidelijke Veluwe-Massief en in Zuid-Limburg zijn zulke concentraties te vinden. De boeren maakten in het verleden handig gebruik van dat water door af te takken richting hun hooilanden. Daardoor ontstonden er alleen maar nog meer beken, waardoor er een rijke natuur kon ontstaan die ook nog zeldzaam is.

De hydroloog staat boven het punt waar water uit het bronmeer stroomt.Beeld Herman Engbers

Maar die is ook uiterst kwetsbaar, hebben ze in Twente gemerkt. In een normaal jaar heeft dit gebied in de herfst en winter 350 millimeter neerslagoverschot, en is er in de zomer een neerslagtekort van 100 millimeter, dat in de winter weer wordt aangevuld. “Deze zomer laat een ander plaatje zien. We hebben nu een tekort van 300 milliliter, en ik maak me niet zozeer zorgen over de droge zomer, maar over de winter die nog moet komen. Dieren en planten kunnen zich heus een paar maanden aan de droogte aanpassen, maar brengt de winter de verlossende neerslag? Ik moet het nog zien. Als de winter óók relatief droog blijft, begint de lente van 2019 rampzalig.”

De springendalsebeek blijft door de enorme waterbuffer stromen. Beeld Herman Engbers

Waar het in de toekomst allemaal op neerkomt, zegt Van Dongen, is dat er zoveel mogelijk regenwater door de bodem wordt opgenomen, en dat dit water zo langzaam mogelijk het gebied verlaat. Dat blijft dan - ook bij langdurige droogte – zo vochtig mogelijk blijft. “We kunnen natuurlijk schrikken van plotselinge droogval van beken en dan in paniek de vissen gaan verplaatsen, maar dat blijft bij goedbedoelde aanpak van de symptomen. Er zijn echt structurele maatregelen nodig”.

Maar om dat te laten zien moet Van Dongen verder de stuwwal op, naar de bron van de Springendalse beek. Die ontspringt in een enorm grindpakket van veertig meter dik, dat net onder het oppervlakte ligt. “Tien jaar geleden was dit open veld nog een akker, en voerde de boer met drainage en sloten zoveel mogelijk water af. Toen de landbouwgrond natuurgebied werd, hebben we alle sloten dichtgegooid en de drainage verwijderd. Zo ontstond er boven op de stuwwal een enorme waterbel die zorgt voor een constante stroom in de beek in droge tijden.” Die is zo breed en ondiep gemaakt en van drempels voorzien, dat het dal niet meer kan opdrogen. Natuurlijk, niet overal in Twente zijn de omstandigheden zo gunstig, maar elementen van Van Dongens aanpak zijn overal toepasbaar, beek voor beek.

De springendalsebeek. Beeld Herman Engbers

Lees ook:

Hoe te leven, wonen en werken in het hittebestendige Nederland van de toekomst

Het was dit jaar de zomer van de hittegolf en nieuwe warmterecords. Hoe bieden we de vaker voorkomende hitte in de toekomst het hoofd? Een vooruitblik op hoe Nederland zich kan inrichten op hittebestendig wonen, werken en leven.

Kan een boer zich wapenen tegen de droogte?

Niet iedereen is even blij als de zon zich laat zien. Boeren moeten rekening houden met droogte. Kunnen ze meer doen dan hopen op regen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden