De behoudzucht in de VS is moordend

Trump of niet, de Verenigde Staten komen in zwaar weer, voorspelt econoom Tyler Cowen. Toch gloort er hoop.

Tyler Cowen


The Complacent Class


The Self-Defeating Quest for the


American Dream


St. Martin's Press; 272 blz. euro23,43


oordeel


Overtuigend, maar net iets minder als de filosoof bovenkomt


Een land dat net een politiek onervaren miljardair tot president heeft gekozen, met een mandaat om "het moeras droog te leggen", kun je er eigenlijk niet van beschuldigen dat het stilstaat. Maar dat doet econoom en filosoof Tyler Cowen wel, in zijn boek 'The Complacent Class' (De zelfgenoegzame klasse).


Er gebeurt veel te weinig in Amerika, vindt Cowen. En juist dan krijg je ongelukken zoals de verkiezing van Trump vorig jaar; de rellen in Ferguson (2014) en Baltimore (2015), na politieoptreden waarbij een zwarte burger omkwam; de economische crisis van 2008.


Denk niet dat het alleen een Amerikaanse ziekte is. Dat Europa van muntcrisis naar Brexit wankelt, is een symptoom van dezelfde aandoening, een waar alle succesvolle, rijke landen op den duur aan gaan lijden: hun inwoners kiezen voor veiligheid, voor de status quo. Ze gaan geloven dat die voor altijd is. En juist daardoor gaat het op den duur fout.


Op safe spelen is geen Amerikaanse deugd. Het land werd opgebouwd door immigranten, en zodra er een generatie op leeftijd en tot rust kwam, ging de volgende alweer op pad, verder naar het westen, de Amerikaanse droom achterna. En ook toen de westgrens de Stille Oceaan had bereikt, bleef het een land van verhuizers.


Anderhalve eeuw geleden zocht een op de drie Amerikaanse mannen van boven de dertig zijn geluk aan de andere kant van het land. In Engeland, toch veel kleiner en makkelijker te bereizen, was het maar een kwart. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog is het percentage Amerikanen gehalveerd dat voor studie, baan, liefde of pensioen in een andere staat gaat wonen. Ook binnen staten daalde de verhuisdrift


.


Droevig? Ja, want verhuizen smeert de arbeidsmarkt en zorgt dat talent daar terechtkomt waar het rendeert, zegt econoom Cowen. Je kunt ook verhuizen omdat ergens anders het weer beter is, de cultuur rijker, er geen apartheid bestaat, waar ze niet moeilijk doen over je seksuele voorkeur. Als het je alle gedoe waard is, moet de potentiële opbrengst van verhuizen, hoe je die ook meet, wel groot zijn.


Maar waarom gebeurt het minder? Voor een deel omdat de Amerikanen gemiddeld ouder zijn dan vroeger. In een vergrijzend land heb je meer mensen die hun plek gevonden hebben. Een andere factor is dat Amerika eenvormiger is geworden. Welk beroep je ook hebt, grote kans dat je het in je eigen stad kunt uitoefenen.


En een laatste belangrijke factor is dat in de paar steden die grote aantrekkingskracht blijven uitoefenen, zoals New York en San Francisco, nauwelijks nog een betaalbare woning te vinden is. Degenen die er al wonen zijn bevoorrecht en verzetten zich zo veel mogelijk tegen nieuwbouw en nieuwkomers. Ze vertegenwoordigen bij uitstek de groep waar Cowen zijn boek naar noemde: de zelfgenoegzame klasse.


Voor zelfgenoegzaamheid lijkt alle reden te zijn in het Amerika van nu, en niet alleen voor welgestelden, rekent Cowen voor. De armoede is sterk afgenomen, de staat besteedt meer aan sociale ondersteuning dan je zou denken, de misdaad is sterk gedaald - wie zit er eigenlijk te wachten op meer dynamiek?


Cowens wil de lezer ervan overtuigen dat die bevredigende situatie nooit anders dan tijdelijk kan zijn. Dat doet hij eerst als econoom, met veel statistieken en rapporten. Later neemt de filosoof het over, en gaat hij ook op zijn gevoel af. Dan komt zijn relaas meer tot leven, maar is het ook speculatiever - het leest prettiger, maar is iets minder overtuigend. Hij stelt vast dat de VS allang zo innovatief niet meer zijn. Het aantal start-ups neemt af. Apple heeft miljarden dollars in Amerikaanse staatsleningen gestoken in plaats van in nieuwe producten.


Deze verminderde dynamiek leidt tot grotere segregatie, rekent Cowen voor, zowel tussen blanken en niet-blanke minderheden als tussen inkomensgroepen en zelfs politieke voorkeuren. Technologische ontwikkelingen versterken dat: Cowen ziet matching, het met schijnbaar grote precisie aan elkaar koppelen van mensen op datingsites, van meningen op Facebook en zelfs van honden en vrijwillige hondenuitlaters via de daarvoor beschikbare app, als een prachtige vooruitgang. Maar zo belanden mensen ook in hokjes, vanwaaruit ze selectief naar de samenleving kijken. Ze gaan voor de problemen van andere groepen niet zo snel meer de straat op. Ze zien ze vaak zelfs niet meer. Het mag allemaal wel zo blijven.


En vanuit hun vaste plaats in de sociaal-economische orde kijken al die Amerikanen naar hun regering in de verwachting dat die de boel wel op orde zal houden, en hun bestaan veilig. Maar die komt steeds minder aan regeren toe. Als het leeuwendeel van de uitgaven naar sociale voorzieningen en defensie gaat - twee vormen van veiligheid voor de bevolking - is er voor dynamiek in het beleid weinig ruimte meer. Maar dan is er ook weinig reden meer om je nog druk te maken over democratie.


Dat moet wel misgaan, voorspelt Cowen. Er komt een dag dat een crisis, of die nu economisch, sociaal of militair is, de beperkte flexibiliteit van de overheid te boven zal gaan. En nu al zijn de zelfgenoegzame burgers door aan het krijgen dat hun stabiele bestaan helemaal niet zo goed gezekerd is. De 'Grote Recessie' van 2008 heeft ze wakker geschud; de rellen in Ferguson en de verkiezing van Donald Trump vloeiden daaruit voort.


Kan Amerika weer dynamisch worden? Het zal vanzelf gaan, concludeert Cowen, al zullen de Amerikanen moeten doormaken dat hun huidige stabiele opbouw instort. Het Amerika dat oprijst uit de chaos, hoeft geen slecht land te zijn om in te wonen, schildert hij in het laatste hoofdstuk, omdat ook dan de technische ontwikkelingen weer volop komen. Goedkope energie en transportmiddelen maken reizen en verhuizen weer aantrekkelijk. Techniek maakt het leven zo gemakkelijk dat mensen weer meer kinderen gaan nemen. De positie van Afro-Amerikanen is verbeterd, onder meer doordat ze versterking kregen van massa's jonge immigranten uit Afrika.


Maar dat lijstje overtuigt niet echt. Het sprenkelt wat verplicht Amerikaans optimisme over wat in feite een pessimistisch verhaal is. Er komen andere tijden. De overgang zal bepaald niet genoeglijk zijn.


Econoom Tyler Cowen (1962), hoogleraar in Virginia, blogt en is columnist van de opiniesite Bloomberg View. Hij schreef over de geschiedenis van de Amerikaanse economie en over de economische aspecten van kunst en beroemdheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden