De begroting 2015 bewijst dat er nooit een links verbond komt

Keerpunt 1972, het Progressief Akkoord en de Progressieve Volkspartij, het zijn de namen van dromen uit lang vervlogen tijden. Mensen, die het niet meemaakten, zullen met enig ongeloof horen dat in de jaren zeventig nog serieus werd gehoopt op een duidelijke tweedeling in de politiek. Op de rechtervleugel de liberalen en de christen-democraten en op de linkervleugel eendrachtig samenwerkende progressieven, die allemaal vredig lid zouden zijn van een en dezelfde politieke beweging.

De christen-democratie zou volgens de progressieve droom uiteenvallen in een conservatief en een vooruitstrevender deel en dat laatste deel zou uiteraard wel aansluiting moeten zoeken bij de grote progressieve beweging.

Veertig jaar later is het politieke landschap fundamenteel en naar het zich laat aanzien definitief gewijzigd. Linkse samenwerking is ijdele hoop gebleken. Sterker, de tegenstelling tussen links en rechts is vervaagd, de prominente rol van sociaal-economische politiek is uitgespeeld. De begrippen progressief en conservatief hebben langzaam maar zeker een volledig andere inhoud gekregen. Conservatief betekent tegenwoordig meer een naar binnen gerichte houding terwijl in progressieve kring een open houding naar de wereld het politiek handelen bepaalt. De diplomademocratie-opleiding bepaalt voor een groot deel het politiek denken en de mate van democratisch participeren - is veel doorslaggevender dan het vermeende, door velen gehoopte, klassenbewustzijn.

De begroting voor 2015 wordt volgende week gepresenteerd door vijf voor het werkstuk verantwoordelijke partijen. Van libertaire, christelijke, liberale en sociaal-democratische snit. Welk duidelijker bewijs moet er zijn om de linkse samenwerking definitief voor onmogelijk te verklaren?

Na de jaren zeventig hield met name de PvdA linkse samenwerking immer af. Aanvankelijk vanuit de overtuiging de splinterpartijen om de partij niet nodig te hebben, maar meer en meer nu omdat de partij met de eigen koers in de knoop zit.

Linkse samenwerking op lokaal en regionaal niveau, tot voor kort nog een regelmatig voorkomend fenomeen, is, zeker na de laatste raadsverkiezingen, een bijna zeldzaam fenomeen geworden. in de grote steden is de verandering het spectaculairst.

In Amsterdam werkt de SP samen met VVD en D66, in Utrecht komt GroenLinks daar nog bij. Andere partijen op de linkervleugel zien er geen doodzonde meer in samen te werken met partijen ter rechterzijde van de PvdA en het resultaat is steevast oppositie. De droom van linkse samenwerking is ingewisseld voor het streven van in ieder geval twee partijen de PvdA definitief te overvleugelen.

De Socialistische Partij kruipt nu ook landelijk langzaam maar zeker uit het isolement van het radicale gelijk, ook al zou je het niet zeggen als je alleen kijkt naar de socialistische benadering van alle problemen in de gezondheidszorg. De partij moet zeer wel in staat geacht worden de PvdA in de hoek van de marginale partijen te drukken.

Voor D66 is dat streven op korte termijn wellicht reëel. De statenverkiezingen van maart 2015 staan in de agenda van Alexander Pechtold met hoofdletters in de agenda. Het is een cruciale datum in het streven naar een dominante positie als de kiezer besluit dat het afgelopen moet zijn met deze coalitie en de steun van drie oppositiepartijen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden