De beerput in mijn hoofd

De afval in mijn kop zou ook gerecycled moeten worden. Niet de herinneringen die in steeds andere samenstelling voor een steeds eenvoudiger beeld zorgen, maar de tonnen kennis die aangekoekt, verstoft in de uithoeken van mijn brein liggen te liggen. Zonder dat ik nog weet wat daar ligt. Ook het goede brood dat door leerlingen is weggegooid en door leraren is verzameld, staat in het Techniek Museum Delft in de tentoonstelling over de Gemeentereiniging te rotten, als illustratie van hoe afval ontstaat. Gaat goede en bruikbare kennis ook rotten als je er niets mee doet? Van het papier wordt in Nederland 70 procent, van de blikjes 80 procent en van de batterijen 50 procent hergebruikt. Van alles wat ik heb weggegooid in de vuilnisemmers van mijn hersenen, hergebruik ik bijna niks.

“Zoals bekend mag worden verondersteld is vermenigvuldigen herhaald optellen.” Ik weet dondersgoed wat vermenigvuldigen is, ik doe het per slot van rekening al veertig jaar, maar toch valt het muntje pas nu: vermenigvuldigen is herhaald optellen. De eerste zin van een verder onbegrijpelijk tekstbordje bij een rekenmachine. Beneden in het Delftse museum staat een stalletje uit de Jordaan opgesteld en een wc uit de jaren vijftig voor 'Afval, een verhaal apart'. Boven wordt de ontwikkeling van telraam tot computer op knetterouderwetse manier in beeld gebracht. Beneden hangt een foto van een beerput ('na verloop van tijd houdt hij op met stinken en ontstaat een weeïge lucht'), boven blijkt mijn hoofd een beerput waaruit ik begrippen opvis die ik daarin niet meer vermoedde: differentiaal, anode, kathode, relais, transistor, ladingdrager, analoog, digitaal.

In eerste instantie begrijp ik (hbs-b, eindexamen 1967) niets van de uitlegbordjes. Overmand door woede dat die stomme tekstjes Chinees voor me zijn, besluit ik ze net zo vaak te lezen tot ik ze begrijp. Als een gestrande asielzoeker knars ik me zin voor zin door de museumtaal heen. Het helpt. Een beetje. Zo schuif ik van paneel naar paneel. Als ik anderhalf uur lang gelijk een demente bejaarde het gezicht van een dierbare heb afgetast tot ik het herken, weet ik hoe een computer namen op alfabet zet, hoe een mechanische Chinese nachtegaal zingt en hoe de Universal Product Code - de streepjescode - in elkaar zit. De kennis in een minuscuul hoekje van mijn brein is van de vetlaag ontdaan.

Maar waar ik naar verlang is een bijna-levend-ervaring; voor mijn geestesoog zou ik alles een keer voorbij willen zien trekken: de Franse woordjes die ik er ooit in heb gestampt, de natuurkundeproefjes die ik heb gedaan, de chemische analyses, de lappen geschiedenis die ik heb opgezogen, de anatomielessen, de eindeloze hoeveelheid wetenswaardigheden die ik ergens heb opgedaan. Het zit in die kop van mij. Of hebben mijn hersenen alles tot een geestelijke compost verwerkt, die het associëren gemakkelijker maakt?

De streepjescodekassa van Volleman Systems BV uit 1973 en de Chinese nachtegaal herinnerden me aan mijn kennismesthoop, waarvan ik in dat onpretentieuze museum in Delft even een luchtje opving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden