De beerput achter Broeckx bij het Nationale Ballet

Achter het bericht van het vertrek van Wim Broeckx als assistent van artistiek leider Wayne Eagling bij Het Nationale Ballet (HBN) gaat een beerput schuil. De verhoudingen tussen dansers en directie zijn ernstig verstoord. De bevlogenheid waarmee Nederlands grootste balletgezelschap in de jaren zeventig en tachtig internationale bekendheid kreeg, sloeg om in het tegendeel: technische vooruitgang kan de artistieke impasse en de algemene demotivatie niet verhullen.

Alle ellende is al vóór de benoeming van Eagling, dus in de late jaren tachtig begonnen. Destijds raakte ook Henny Jurriëns overspannen omdat hij als assistent van de toenmalig artistiek leider Rudi van Dantzig te weinig bevoegdheden van het bestuur had gekregen. Han Ebbelaar, die daarop als artistiek leider in spe werd aangesteld, gaf het na een klein jaar op, omdat hij zich te weinig door het bestuur gesteund wist.

Geschiedenis herhaalt zich en het HNB-bestuur blijkt wel erg hardleers. Wim Broeckx lijkt eenzelfde lot beschoren als die twee voorgangers. Ook deze ex-danser van HNB die bereid was de oude geest en gedrevenheid te redden, is het slachtoffer geworden van een bestuur dat zijn verantwoordelijkheden te laat onderkent en dat bij herhaling lijken in de put laat verdwijnen. Wat bleef HNB de afgelopen tien jaar eigenlijk bespaard? Toen Wayne Eagling in oktober 1990 op proef werd aangesteld, verkeerde HNB in grote financiële problemen. Dick Hendricks, die in 1992 Anton Gerritsen als zakelijk leider opvolgde, smeekte om twee miljoen extra subsidie, maar moest bij de behandeling van de cultuurnota 1992-1996 een bezuiniging van acht ton incasseren. Onder druk van gloeiendrode cijfers zouden de artistiek leider en de zakelijk leider al snel niet meer goed kunnen optrekken. Toen al had het bestuur daadkrachtig moeten optreden. In plaats daarvan kreeg Eagling een aanstelling voor onbepaalde tijd.

Hoewel hij op basis van ronduit negatieve persreacties op zijn eigen choreografieën, als ook door zijn aankoop van oude balletten van Ashton en Graham en zijn invitatie van bedenkelijke gastchoreografen als Redha, Fabre en Page steeds minder vertrouwen genoot, werd hem in 1995 het voordeel van de twijfel vergund. Het bestuur ging daarbij voorbij aan de toenemende ergernis binnen en buiten het gezelschap over zijn functioneren. De grote kracht van deze Canadees uit het Engelse Royal Ballet zou zijn vermogen zijn om het technisch niveau van vooral de mannelijke werknemers op te krikken. Maar de geruchtenstroom zwol aan, over zijn lakse, ongeïnteresseerde houding, zijn onvermogen om te motiveren en solidariteit te kweken. Het bestuur wisselde van voorzitter en in het conflict tussen Eagling en zijn zakelijk leider (in het verlengde daarvan ook nog eens met de leider van de artistieke staf, Reuven Voremberg) werd opnieuw voor Eagling gekozen.

Na anderhalf jaar ziekteverlof verdween Dick Hendricks, om opgevolgd te worden door Jaap Mulders, ex-directeur van een koerier- en sneldienstbedrijf. Hij moest de strop opvangen van de Cultuurnota 1996-2000, waarin de adviesraden geen extra subsidie van 2,5 miljoen toekenden maar het subsidiebudget op 8,4 miljoen hielden. Het Nationale Ballet ging vanaf toen snel bergafwaarts. De slechte kritieken hielden aan, de eigen choreografische kweek (Ted Brandsen, Krzysztof Pastor, David Dawson) kreeg bovendien te weinig kansen en vertrok. Blunders als 'Frankenstein', 'Toverfluit' en 'Sacre' culmineerden in juni 2000 in een titanische ondergang in de productie 'Access to all areas'.

Een catastrofale neerwaartse versnelling trad in het voorjaar 2000 op. De ondernemingsraad liet een rapport met 27 pittige kritiekpunten naar de Volkskrant uitlekken. Niet veel later kwamen de Cultuurnota's 2001-2004 van het rijk en de gemeente Amsterdam uit. Erger had niet gekund. De Amsterdamse Kunstraad sprak een openlijke motie van wantrouwen naar Eagling uit, de Raad voor Cultuur eiste dat Eagling en Mulders hun huiswerk overdoen en stelde een strafkorting van vijf ton op het subsidiebudget voor. Maar de trammelant binnenshuis werd het ergste. Het bestuur, inmiddels aangevuld met Han Ebbelaar, suste de binnenbrand door Eaglings taken dramatisch te reduceren en Wim Broeckx als zijn assistent voor het functioneren van corps de ballet en coryphés (meer dan de helft van de dansers) aan te stellen. En wederom begingen ze dezelfde blunder als in 1987: zijn bevoegdheden gaven hem geen enkele garantie. Hij ziet zich mede daarom genoodzaakt eind van dit seizoen op te stappen.

Arme Broeckx, het zoveelste slachtoffer van artistiek en zakelijk mismanagement. De grootste gotspe acht ik het feit dat Eagling zelf nu belast is met het formuleren van de taakomschrijving voor de van buiten aan te stellen adjunct-artistiek-leider. Bovendien moet in de toekomst bij conflicten of meningsverschillen tussen de artistiek leider en zijn adjunct een daartoe door het bestuur aangewezen bestuurslid bemiddelen. Nota bene: evaluatie van de problematiek bij het HNB volgt pas in januari 2002. Waarom volhardt het bestuur in deze naar buiten toe zo kritiekloze bescherming van Eagling? Waarom kiest het niet voor een bezielende leider, die eendracht en bevlogenheid in het gezelschap kan laten terugkeren? Waar blijft de gouden handdruk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden