De beer is terug, kassa!

Terwijl veel kleine boeren het Europese platteland verlaten, rukken de beer, de wolf en de lynx juist op. 'Wildernis' kan in de oude agrarische streken de motor van een nieuwe economie vormen.

In Nederland mag staatssecretaris Henk Bleker van landbouw dan wel zeggen dat er geen hectare boerenland meer mag worden omgevormd tot natuur, op Europees niveau ligt de zaak compleet anders. Steeds meer landbouwgrond wordt door de boeren verlaten omdat zij geen opvolgers hebben. Hun kinderen verlaten de dorpen in de heuvels en kiezen voor een leven in de stad. Alleen 's zomers, tijdens hun vakantie, keren ze terug naar het dorp van hun jeugd.

Die leegloop begint serieuze vormen aan te nemen. De afgelopen vijftien jaar is in Europa maar liefst twaalf miljoen hectare landbouwgrond verdwenen. Tot 2030 zal daar nog eens achttien miljoen hectare bijkomen, voorspelt het Institute for European Environmental Policy (IEEP) in zijn laatste rapport over 'landvlucht', zoals het gedwongen vertrek van de plattelandbevolking is gaan heten. Dat betekent dat grote gebieden, die samen de oppervlakte van tien keer Nederland vormen, geen enkele economische functie meer hebben, terwijl zij nog steeds dunbevolkt zijn.

Vooral de gebieden waarin kleinschalige landbouw werd bedreven, vallen nu vrij. In de jaren dertig, toen de vraag naar voedsel sterk toenam, was het nog aantrekkelijk om in heuvelland, in steppes, overstromingsgebieden of aan de randen van berggebieden onder moeilijke omstandigheden landbouw te bedrijven. Maar in de huidige ontwikkeling naar een grootschaliger en intensievere landbouw vallen de veelal kleine boerenbedrijven als eerste om. Deze gebieden zijn niet geschikt voor moderne en intensieve voedselproductie.

In grote delen van Oost- en Zuid-Europa, maar ook in Scandinavië en zelfs het Nederlandse Limburg hebben overheden grote moeilijkheden het voorzieningenniveau voor de achtergebleven bevolking op peil te houden. En dat is in Nederland eenvoudiger dan in de uithoeken van het Europese continent. In Roemenië of in delen van Spanje leven de boeren in armoede en zijn zij afhankelijk van hun kinderen in de stad. Alleen een infuus met landbouwsubsidie houdt de dorpjes overeind.

Het verval van het oude Europese boerenland kan gekeerd door de situatie van een totaal andere kant te benaderen door de 'leegloop' juist als 'ruimte' te zien, waarin natuur de kans krijgt als nieuwe economische drager voor het gebied te dienen. Volgens Frans Schepers, algemeen directeur van de internationale organisatie Rewilding Europe, kunnen in de gebieden die door de leegloop zeer dun bevolkt zijn geraakt, grote wildernisgebieden worden gecreëerd die allerlei nieuwe economische activiteiten stimuleren, vooral op het vlak van natuur-toerisme.

"Op dit moment worden grote delen van het Europese platteland in stand gehouden door een enorm bedrag aan Europese landbouwsubsidies", zegt Schepers. "Maar die vormen geen duurzame oplossing voor het probleem. Hoe lang wil je dat op deze schaal volhouden? Wij stellen een andere oplossing voor. De leegloop van het platteland schept ruimte voor een nieuwe, concurrerende vorm van landgebruik, namelijk wilde natuur. Op dit moment is er nog maar 1 procent van de Europese wildernis over, namelijk de oerbossen van de Karpaten in de Oekraïne en Roemenië. De nu vrijgekomen Europese landstreken bieden de mogelijkheid de wildernis in grote stappen terug te brengen. Het gaat hier om een historische kans, die een ommezwaai voor het Europese platteland kan betekenen."

Sinds Rewilding Europe haar visie in 2009 op een 'wildernis-congres' in Praag presenteerde en deelnemers uitdaagde voorstellen in te dienen, hebben zich twintig Europese regio's aangemeld. Daarvan zijn er vijf uitgekozen waar de komende jaren met de ontwikkeling van dergelijke wildernissen wordt begonnen (zie kaartje), in 2013 worden er nog eens vijf reservaten uit de aanmeldingen geselecteerd. In 2020 moet minstens één miljoen hectare verlaten boerenland zijn omgetoverd in nieuwe wildernis.

"Het gaat ons om gebieden die de potentie hebben binnen tien jaar uit te groeien tot een omvang van minstens honderdduizend hectare. Ons doel is niet minder dan complete ecosystemen terug te brengen, waarin de natuur zelf het landschap vormt, niet de mens. Daartoe zullen we waar nodig ook dieren terugbrengen, van bevers tot gieren, van kuddes wisenten tot wilde paarden. Het gaat hier echt om unieke en robuuste gebieden, waarin trek van dieren mogelijk is, maar ook overstromingen, erosie, ziektes en bosbranden. "

Bij de beoordeling van projecten kijkt Rewilding Europe ook naar de politieke situatie in het land waar de aanvraag vandaan komt, de capaciteit en de kennis bij de organisatie die de aanvraag doet en de economische mogelijkheden die de natuurontwikkeling in die regio biedt.

"Het is niet de bedoeling dat deze grootschalige natuur door subsidies in stand wordt behouden", zegt Schepers. "Integendeel. Deze kwaliteit moet zichzelf gaan terugverdienen. Kijk naar de wildparken in de Verenigde Staten en Canada. Daar komt een uitdijende schare liefhebbers van wilde natuur op af die graag willen betalen voor een verblijf of safari."

Bij de vijf en straks tien voorbeeldprojecten voor grootschalige wildernisontwikkeling profiteert Rewilding Europe van de ervaringen die onder meer zijn opgedaan in Afrika. In Namibië bijvoorbeeld is met beperkte startsubsidies begonnen met de ontwikkeling van gemeenschapsreservaten, die uiteindelijk konden bestaan van de gelden die toeristen binnenbrachten. Toen landeigenaren het succes van de buren zagen, sloten zij zich aan. "Zo moet het ook in Europa gaan", zegt Schepers. "Wij leveren beperkte financiële ondersteuning, en kennis over de wildernis-ontwikkeling. We helpen bij de herintroductie van soorten. Maar al snel moeten de regio's door de ontwikkeling van ondernemingen in de nieuwe wildernis zelf hun inkomsten genereren."

Om die investeerders en natuurtoeristen te trekken, moeten deze gebieden volgens Schepers wel de 'allure' krijgen van echte Europese wilde natuur, met de dieren die daarbij horen. Hij doelt dan vooral op grote zoogdieren: grazers, de lynx, wolven, en beren. "Het slechte nieuws is dat de Europese wildstand tot de jaren zeventig volstrekt gedecimeerd was, maar het goede nieuws is dat deze zich razendsnel herstelt. In 1980 waren er nog maar 6500 bruine beren, nu weer 39.000. In 1970 waren er maar 75.000 bevers, tegenwoordig 639.000 exemplaren. Wolven: in 1970 slechts 15.000, nu 21.000. Het exemplaar dat een paar maanden geleden de Duits-Nederlandse grens overstak staat voor een ontwikkeling: het gaat steeds beter met een groot aantal wilde diersoorten in Europa."

Onderzoek van de gerenommeerde Zoological Society of London dat binnenkort uitkomt, bevestigt de enorme revival van de Europese grote zoogdieren en vele vogelsoorten zoals de zeearend. Die wordt onder andere veroorzaakt door de afname van het gifgebruik in de landbouw, de aanleg en aaneenschakeling van natuurgebieden en gerichte beschermingsmaatregelen.

Toch worden populaties nog kunstmatig klein gehouden door bosbouw en jacht. "Het is toch vreemd dat je in een ruig gebied als de Franse Cevennen vrijwel geen wild tegenkomt. Dat natuurgebied is helemaal leeggeschoten. In veel Europese bosgebieden leeft maar 5 procent van de populatie aan edelherten die daar zou kúnnen leven. Wat overblijft aan herten is te angstig om zich aan het publiek te tonen. Niet alleen de ecologische functie van het edelhert wordt daarmee tekort gedaan, het is voor een doorsnee-Europeaan bovendien moeilijk om er eentje te zien. En dat is jammer. Kijk alleen eens naar de populariteit van het aanschouwen van burlende herten in de bronst. De vraag naar die tripjes is enorm. De Veluwe heeft overigens, mist gekoppeld aan de Oostvaardersplassen en de Geldersche Poort, zeker de potentie een Europees wildernisgebied te worden."

In Finland hebben jagers inmiddels ontdekt dat een levende beer veel meer geld opbrengt dan een dode. Achttien ondernemers zijn enkele jaren geleden met bear-watching begonnen, en deze onderneming levert jaarlijks 7 miljoen euro op. Een aanpak die zo te kopiëren is naar de Kroatische kust, waar jaarlijks zo'n 11 miljoen toeristen komen - op een steenworp afstand van gebieden in het binnenland waar wolven en beren in hun natuurlijke habitat kunnen worden geobserveerd.

Schepers: "Een van onze uitgangspunten is dat we de projecten worden ontwikkeld en uitgevoerd door lokale organisaties, in nauwe samenwerking met betrokkenen. De regionale experts, de plaatselijke bevolking. Lokale ondernemers. Dat kunnen ook jagers zijn. Maar geen jagers die negentig procent willen afschieten. Tegen hen zou ik dit willen zeggen: als ze het wild tien jaar met rust zouden laten, zodat de populaties kunnen groeien, zouden ze vervolgens met enkele procenten afschot evenveel oogsten als nu. Maar wel in zeer aantrekkelijk gebied, waar het zien en beleven van wilde dieren veel inkomsten kan generen."

Het klinkt misschien vreemd, zegt Schepers, maar collega's in Canada zijn jaloers op onze mogelijkheden. "Wij hebben alleen maar natuur, zeggen ze. Jullie hebben prachtige natuur én eeuwenoude cultuur. Daar hebben die collega's gelijk in. En die zijn zelfs met elkaar verweven." Op de eerste grottekeningen in Europa kwam al wild voor, in Rome bijvoorbeeld hangen de musea vol met kunst die verwijst naar wildernis. "Dan is het toch prachtig dat je als toerist op een uurtje rijden van Rome op safari échte wolven kunt aanschouwen?"

Samenwerking
In Rewilding Europe werken het Wereld Natuur Fonds, de Nederlandse natuurorganisatie ARK, Wild Wonders of Europe en Conservation Capital samen. De Nationale Postcodeloterij steunt het initiatief financieel.

Meer informatie over de afzonderlijke projecten en foto's van dieren in het wild in Europa zijn te vinden op www.rewildingeurope.com

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden