De beekprikken doen het stiekem met de rivierprikken

Je kunt maar een hobby hebben: al zeven jaar trekken vrijwilligers naar Limburg om paaiende prikken te tellen. Recordaantal is 72. En wat blijkt nu: beekprikken doen het stiekem met rivierprikken.

Prikken zijn lange, dunne vissen. Een beetje zoals paling, maar dan met zeven gaatjes achter het oog (kieuwopeningen) en een eng rond bekkie. Daarmee zuigen en bijten ze hele stukken uit andere vissen, zoals haring en sprot. De soort is ook een evolutionaire bijzonderheid: ze zwemt al 500 miljoen jaar rond.

Het stroomgebied van het Limburgse riviertje de Niers is een van de weinige plekken in Nederland waar zowel beek- als rivierprikken voorkomen. Van de beekvariant tellen de vrijwilligers er meestal maar een paar. Dat ze het met elkaar doen viel extra op omdat een rivierprik veel groter is.

De vrijwilligers van Ravon, de organisatie die alles weet van reptielen, amfibiën en vissen, hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de larven. Prikken bouwen nestkuilen waarin de eitjes worden afgezet. De larven leiden een rustig en verborgen bestaan in de modder. Daar groeien ze langzaam op door zich te voeden met allerlei micro-organismen.

De Niers mondt uit in de Maas, maar begint in Duitsland. De onderzoekers hebben zich dus ook niet aan de landsgrenzen gehouden. Zo ontdekten ze dat de priklarven zich verspreiden over een vrij groot gebied, tot dertig kilometer verderop. De populatie bestaat waarschijnlijk uit vele duizenden dieren.

Het goed gaat met de prikken in Limburg, omdat de waterkwaliteit is verbeterd. Een vermindering van stuwen en andere obstakels, helpt de trek stroomopwaarts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden