De bedreigde leefomgeving van de kroegtijger

In het Haarlemse café Koops drinkt iedereen op voornaam. 'En die onthouden we ook', zegt kastelein Giuseppe Orlandini. Beeld Patrick Post

Elke week gaat in vier cafés de deur definitief op slot. Midas Dekkers schrijft in zijn nieuwe boek 'Volledige Vergunning' een ode aan het goede leven in de kroeg. Klein, bruin en een oord van geborgenheid, maar waar vind je dat straks nog?

Van die typische dikke tapijtjes op de tafels, koper aan het plafond dat pas bij de inval van schemer echt gaat glimmen en vitrage voor de ramen waardoor de buitenwereld heel ver weg lijkt. De drie jonge vrouwen bij café Koops in Haarlem zijn druk met hun zoektocht naar een stamkroeg. "We willen een café waar er altijd een spel kaarten klaar ligt, waar we onze eigen tafel hebben én waar de barman vraagt hoe ons weekend is geweest", zegt de 25-jarige Manon Binkhorst. 

Vijftien weken achter elkaar bezoekt het drietal een bruine kroeg. In een excelbestand noteren ze cijfers bij tig criteria. Van gratis water bij de wijn tot geïnteresseerd barpersoneel en van niet te harde muziek tot beschaafde openingstijden: de dames weten wat ze willen.

Het is niet gemakkelijk, het vinden van een goed café. Volgens Midas Dekkers, geboren en getogen in het café, is er van kroeglopen geen sprake meer nu in steeds meer kneipen het licht dooft. "Het is hink-stap-sprong geworden. Of beter nog: kroegzoeken", schrijft hij in zijn boek dat vandaag verschijnt. De 25-jarige Jip Stegmeijer, een van de drie vriendinnen, ziet genoeg nieuwe bruine kroegen in de stad verschijnen, maar het is niet wat ze zoeken. "Dan schenken ze bijvoorbeeld ook gin tonics of er komen alleen maar jonge mensen. Dat hoort niet in een echt bruin café." Naast haar zit Jan Vis, 69 jaar en door Stegmeijer omgedoopt tot 'opperhoofd' van Koops. "Ik weet nu al bijna alles van Jan. Hoeveel kinderen hij heeft, iets over een liefde in Enkhuizen en dat hij hier soms wel drie keer per week zit. Hier hoor je de leukste verhalen."

Verrassingen gecombineerd met vrijheid, dat hoort bij een bezoek aan een goed café. "Als je denkt 'Ik vind er geen zak meer aan', dan ben je zo weer weg. Dat heb je niet als je mensen thuis uitnodigt", zegt Fred Bont, 49 jaar.

Thuis en welkom

Samen met twee collega's is hij in Koops beland. "We zijn nog maar net binnen, deze leuke heren draaien zich om en het is direct gezellig", zegt zijn collega Joukje Kat (52). "Ik voel me hier thuis en altijd welkom", vult Ruudt Pen aan, een biertje in zijn hand. Al tien jaar komt hij in Koops, een plek waar alles en iedereen samenkomt. "Ik vind het lekker om hier mijn eigen ding te kunnen doen. Beetje kletsen over sport, politiek, van alles."

Is een goed café als een tweede huiskamer? "Als er iets geen huiskamer is, dan is het een café wel", aldus een stellige Midas Dekkers. Het grote verschil? De bar die de ruimte in twee gebieden verdeelt. Voor de toog? Publiek terrein. Achter de toog? De kastelein als alleenheerser. Adonia Matena (48) ondervond het tijdens haar eerste bezoek hier. "De eigenaar keek me strak aan toen ik achter de bar liep richting de pinautomaat. Het was meteen duidelijk: wie je ook bent, niemand komt achter mijn bar."

Kastelein Giuseppe Orlandini (36) is een van de gastheren bij Koops. "Een biertje tappen kan iedereen. Een goed café vergt meer. Iedereen persoonlijk groeten en geen gedoe met computersystemen." Hij pakt het boek erbij, dat op een kleine verhoging statig op de bar ligt. "Iedereen drinkt hier op voornaam en die onthouden we ook", zegt hij. Orlandini vreest het einde van zulke cafés. De generatie van nu heeft het café niet meer nodig als ontmoetingsplek. "Vroeger ging je de cafés langs op zoek naar iemand. Nu laat iedereen continu weten waar ze zijn." Natuurlijk komen er nog jonge mensen, zegt hij, die vinden het 'retro' om naar zo'n café te komen. "Alsof ze een museum inlopen. Ze komen alleen bijna nooit meer om de reden waarvoor het ooit bedoeld is."

Ondertussen staan de 25-jarige Jip Stegmeijer en de 69-jarige Jan Vis samen aan de toog. Zij rekent af, hij komt straks weer terug. Hij gaat, zoals wel vaker, even een whisky drinken in een café om de hoek. Vanavond drinkt hij in ieder geval niet alleen. Stegmeijer: "Wij haken gedrieën gezellig bij Jan aan."

Van kroeglopen naar hink-stap-sprong

In 2007 telde Nederland nog bijna dertienduizend cafés. Tien jaar later zijn er daar nog 10.720 van over, een daling van 16 procent. De grootste dalingen deden zich in deze periode voor in de provincies Groningen, Drenthe en Limburg waar het aantal cafés met ruim 20 procent terugliep. Flevoland was de enige provincie met een toename.

Succesvol kroeghoppen? De meeste cafés zijn gevestigd in Zuid-Holland (2.010) en Noord-Holland (1.950), de minste in Flevoland (105) en Drenthe (255).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden