De bedelaar, de hoeren en Bach

De Ruhrtriennale van 2015, de eerste editie van Johan Simons, begon dit weekend ijzersterk met Simons' eigen enscenering van Pasolini's film 'Accattone'. En er was een ontroerend muzikaal eerbetoon aan wijlen Gerard Mortier, de eerste intendant van dit door hem bedachte festival.

Seid umschlungen', wees omarmd! Aan die beroemde tekstregel uit Schillers 'Ode an die Freude' is in het Ruhrgebied deze dagen geen ontkomen aan. Op grote witte billboards staan die woorden in zwierige, rode letters geschreven. Van Dinslaken tot Gelsenkirchen en van Duisburg tot Bochum, overal in dit eens zo verguisde en vervuilde gebied worden de mensen genereus opgeroepen deel te nemen en te komen kijken. 'Seid umschlungen' is dit jaar het omarmende thema van de Ruhrtriennale, die dit weekend begon en nog duurt tot eind volgende maand.

Het grote, interdisciplinaire kunstenfestival, met een jaarlijks budget van 14 miljoen euro (ruim het dubbele van het Holland Festival), heeft elke drie jaar een verse intendant, een bedenksel van de oprichter en eerste artistiek leider Gerard Mortier. Deze 2015-editie van de Ruhrtriennale is de eerste van de Nederlandse regisseur Johan Simons. Die ging zelf meteen met de billen bloot. Zijn nieuwe enscenering van Pier Paolo Pasolini's eerste film 'Accattone' (1961) was de opening van het festival.

Die voorstelling markeerde tevens het debuut van weer een nieuwe, fantastische locatie in het met industrieel erfgoed bezaaide Ruhrgebied. Mortier noemde dat erfgoed met hoge schoorstenen ooit 'de kathedralen van de moderne tijd', en zelden zal die uitspraak zo van toepassing zijn geweest als op de enorme steenkolenhal in de achterstandswijk Lohberg in Dinslaken. Deze Kohlenmischhalle Zeche Lohberg is een dramatische locatie, bijna een extra personage in het drama over de door de maatschappij uitgekotste kanslozen rondom de Romeinse bedelaar Accattone.

Ruig en ruw

De omgeving van deze Zeche Lohberg is ruig en ruw, nog niet zo gepolijst en opgepoetst als bijvoorbeeld de Jahrhunderthalle in Bochum, het trotse vlaggeschip en festivalcentrum van de Ruhrtriennale. Het is precies de plek waar een theatermaker als Simons gedijt, waar zijn fantasie de vrije loop krijgt. Het was een schitterend idee om het publiek in een soort slingerende optocht, kriskras over het rommelige terrein naar de tribune te leiden, de plek waar het bijna drie uur zou verblijven.

Met z'n allen kwamen we als het ware achter de bühne op en moesten we als pelgrims de hele lengte van die kolossale en kale fabriekshal door lopen om bij onze zitplaats te komen. Zo hadden we nog vóór aanvang van de voorstelling de locatie, de speelplek in ons opgenomen, voelden we hoe het voor de acteurs was om bezit van die ruimte te moeten nemen.

De lege hal zelf was het decor. Een losstaande container diende als een soort verdwijnpunt voor de acteurs. Er liep een oud spoorlijntje middenin de hal helemaal naar achteren, verdwijnend naar de horizon. En, heel belangrijk, op een verhoging links vooraan zat dirigent Philippe Herreweghe met zijn koor en orkest van Collegium Vocale Gent. Zij gaven, als een heus Grieks koor, met delen uit cantates van Bach commentaar op de gebeurtenissen naast en voor zich. Die combinatie van de ruwe en vuile meute rondom Accattone en de perfecte schoonheid van Bachs muziek zat ook al in Pasolini's film. Op zich was dit dus geen echt origineel of vernieuwend idee, maar de uitwerking ervan, daar in die ruige, steeds donker wordende ruimte, was perfect.

Eén beeld, vrijwel aan het begin van de voorstelling was werkelijk onvergetelijk: Pasolini's hoeren die met een soort nonchalante en hautaine verbazing naar de musici en zangers staan te kijken en luisteren. Het openingskoor uit cantate nr. 48 klinkt: Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen vom Leibe dieses Todes?, zingen de koorleden. De hoeren hebben net niet de houding van 'wat-moet-dat-hier?'. Er spreekt zelfs eerbied voor Bach uit hun lichaamstaal. Maar na een tijdje laten ze de muziek, schijnbaar onaangedaan, voor wat die is.

Hoeren en Bach die elkaar beroeren. Even hangt er een overgave, een verandering in de lucht. Om stil van te worden. Het was een van de meesterlijke scènes in een voorstelling die als een soort Bachpassie voorbijtrok. Omdat Simons zijn acteurs ook regieaanwijzingen uit het oorspronkelijke filmscenario laat oplepelen lijkt het soms zelfs alsof er, net als bij Bach, een evangelist is die een lijdensverhaal vertelt.

Accattone (Steven Scharf) lijdt. Hij lijdt aan werkeloosheid en honger. Er heeft zich een groep andere verliezers en hoeren rond hem geschaard, die deelt in zijn misère. Simons laat dat koel en nuchter zien, het katholieke van Pasolini is wat protestanter geworden. Zelfs het einde - Accattone sterft niet van de honger maar door een stom motorongeluk - is uiterst afstandelijk en precies geregisseerd. Het past nog iets beter bij de muziek van Bach dan het origineel.

In het uitstekende acteursensemble vallen vooral Elsie de Brauw (Amore), Anna Drexler (Stella) en Benny Claessens (Das Gesetz) op. Van die laatste kun je je ogen niet afhouden.

Ondertussen is het op de eerste rijen naar stof happen als er weer eens heftig gerend of gevochten wordt op de grond vol steengruis. Schitterend is de rondedans tijdens het onwaarschijnlijk mooie preludium van cantate nr. 8 'Liebster Gott, wenn werd ich sterben?' Als Accattone het verwijt krijgt dat hij 'de lijdende Christus speelt', klinkt cantate nr. 22 'Jesu, deine Passion'. Helemaal aan het eind als Accattone sterft en roept: Aaaah, jetzt geht's mir gut, zingt Peter Kooij de bekende cantate 'Ich habe genug'. Het ligt misschien voor de hand, het werkte wonderwel. Bach, Pasolini en Simons versmolten op een ontroerende manier.

Hommage

Ontroering was er ook op zondagmiddag. Als een hommage aan de vorig jaar overleden Gerard Mortier speelde Klangforum Wien muziek van componisten die hem na aan het hart lagen: Scelsi, Busoni, Berg, Webern en Messiaen. In de Kraftzentrale Duisburg-Nord eerde Simons zijn voorganger en voorbeeld in een aandoenlijk eerbetoon. Hij noemde Mortier een humanist die altijd klaar was voor de strijd.

Sylvain Cambreling (jarenlang de partner van Mortier) en Emilio Pomàrico dirigeerden afwisselend het uitmuntende ensemble uit Wenen in een zeer divers en mooi programma. Bergs 'Altenberg Lieder', in een wonderschone bewerking van Pomàrico zelf, kreeg een schitterende uitvoering van sopraan Sarah Wegener. Cambreling leidde als slot een tintelende uitvoering van Messiaens 'Couleurs de la Cité Céleste'.

Ondertussen waren er een dag eerder twee installaties geopend. 'The Good, the Bad and the Ugly' van Joep van Lieshout siert het voorplein van de Jahrhunderthalle. Voor wie Van Lieshout kent, biedt het weinig verrassends, maar het bruiste op deze late zatermiddag wel van de jonge mensen. Misschien waren die er voor het concert met dj's later die avond. In een oude haven van Duisburg word je als toeschouwer, met zwemvest en al, onderdeel van de installatie 'Nomanslanding'. Van de ene oever naar de andere, via een ritueel met complete duisternis, gefluister en live muziek. Een oversteek met loutering in het midden en de natte, winderige oever aan de andere kant. Mortier zei het ooit al: 'De werkelijkheid speelt altijd mee in het Ruhrgebied'.

'Accattone' is in Dinslaken nog te zien op 19, 20, 22 en 23 augustus. De kunstinstallaties zijn permanent en gratis te bezoeken t/m 26 september. Voor het hele programma zie www.ruhr3.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden