'De basis voor het koningschap is verdwenen'

Het koningshuis valt of staat met de populariteit van het staatshoofd, ziet filosoof Hans Dijkhuis. Hij wil af van de erfopvolging: 'Laten we de koning voortaan kiezen en maak de functie louter functioneel.'

Het zal een mooie Koninginnedag worden, daar in het Limburgse Weert. Ze verwachten de koninklijke familie tegen het middaguur, waarna ze een grootse tocht maken, die start bij het Stadspark en via het grote veld langs paarden, en via het kleine veld langs traditionele schutterijen voert. Daarna volgt de Oelemarkt met een cultuurplein, en de Hoogstraat vol streekproducten. De tocht eindigt met een wervelend programma van muziek en dans op de Korenmarkt.

Zoals burgemeester Dijkstra het zegt: "We laten Weert zien zoals Weert écht is: een complete stad, waarin inwoners elkaar én mensen van buiten de stad stimuleren om mee te doen!"

Koninginnedag - het is het meest tastbare restant van eeuwenlang koningschap. De filosoof Hans Dijkhuis publiceerde onlangs het boek 'Monarchia', waarin hij het fenomeen van het koningschap onderzoekt. Wat is een koninkrijk eigenlijk? Mag een koning boven de wet staan of moet hij zijn macht delen? Is de monarchie wel verenigbaar met democratie, of zal zij uiteindelijk helemaal verdwijnen?

"In Zweden", zegt Dijkhuis in een gesprek naar aanleiding van zijn boek, "is men in de jaren zeventig overgegaan tot een zuiver ceremonieel koningschap. Uit een enquête bleek dat de populariteit van het koningshuis gedaald was en net boven de vijftig procent lag. Het is lastig te bewijzen dat deze daling alleen veroorzaakt wordt door de verdere ontmanteling van het Zweedse koningshuis, maar ik ben ervan overtuigd dat invoering van het ceremoniële koningschap uiteindelijk leidt tot afschaffing ervan."

Vanwege die dalende populariteit?
"Het lijkt me voor een koningshuis niet prettig dat zijn voortbestaan afhangt van zijn populariteit. Toch is dat tegenwoordig zo. De voornaamste oorzaak is, denk ik, dat aan het koningschap geen werkelijke macht meer is verbonden. We zitten nu al ruim anderhalve eeuw met een koning zonder macht; op een gegeven moment verdwijnt de herinnering aan wat een echte koning voor zijn volk kon betekenen."

Sinds wanneer is onze koning precies tandeloos?
"Rond 1850 verloren de koningen in heel West-Europa hun feitelijke macht - met Pruisen als uitzondering, waar men in de nieuwe grondwet de functie van de koning als onbeperkt opperbevelhebber onaangetast liet.

"Een belangrijk moment in de Nederlandse ontwikkeling is het moment dat koning Willem I in 1840 akkoord gaat met een nieuwe wettelijke regeling waarin de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers voor de bestuursdaden van de koning worden vastgelegd. Vanaf dat moment zijn de ministers verantwoordelijk, sindsdien ondertekenen zij ook koninklijke besluiten en beschikkingen."

Toen was het gebeurd met de macht van de koning.
"Nee, nog niet. Het is mooi om te zien wat er dan gebeurt met zo'n nieuwe Grondwet, en ook hoe belangrijk de rol van kranten daarbij is geweest. Want ook na de nieuwe Grondwet betekende kritiek op het regeringsbeleid nog kritiek op de koning. En dat mocht niet, kritische burgers riskeerden strafrechtelijke vervolging wegens majesteitsschennis."

Maar was daarmee niet de vrijheid van meningsuiting in het geding?
"Precies. Dat meende ook de heer Thieme, uitgever van de Arnhemsche Courant, waar in 1846 kritiek op de troonrede van dat jaar was geuit. Thieme weigerde bekend te maken wie het stuk geschreven had, en werd verantwoordelijk gehouden en aangeklaagd wegens 'aanranding van de waardigheid des Konings'. Hij kreeg twee jaar maar ging in beroep. Die beroepszaak draaide nu om de interpretatie van de nieuwe wet. De advocaat van Thieme betoogde dat onschendbaarheid van de koning ook betekent dat hij onaantastbaar is voor kritiek, en dat kritiek op de troonrede dan ook alleen maar de betreffende ministers kan gelden.

"De Nieuwe Rotterdamsche Courant sloot zich hierbij aan: 'Indien de inhoud van de troonrede afkomstig is van de ministers, en zij er alleen aansprakelijk voor zijn, wat blijft er dan over, dat aan de Koning toegerekend kan worden? Niets dan het uitspreken des redes. De daad van dat uitspreken is niets anders dan een vorm, die met de rede zelf volstrekt niets gemeen heeft.' Dit betekende dat ministers niet alleen strafrechtelijk verantwoordelijk waren voor hun beleid maar ook politiek. De Hoge Raad volgde de kranten en sprak de uitgever vrij. Een jaar later, in 1848, werd deze politieke of parlementaire verantwoordelijkheid van de ministers vastgelegd. Zo voltrok zich in Nederland een geweldloze revolutie. En sindsdien moet de koning permanent zijn legitimiteit aantonen, en daarbij werd populariteit cruciaal."

Koninginnedag.
"Ik citeer in mijn boek H.J. Schoo, die de monarchie een 'holle institutie' noemt, omdat zij helemaal afhankelijk is geworden van de persoon en de performance van het staatshoofd en haar familie. Schoo: 'De koning, als de Bekendste Nederlander, staat met zijn entourage voor de vermoeiende opgave om als de eerste de beste politicus of popster zijn 'mandaat' telkens te verversen. Deze populariteitstest-in-permanentie leidt licht tot trivialisering van de monarchie en commercialisering van het Oranjegevoel'."

Dit is negatief geformuleerd, je zou ook kunnen zeggen dat het koningshuis zich met deze bezoeken geliefd maakt.
"Dat is een veelgebruikt onderscheid. Koningin Beatrix heeft het zelf ook wel eens gebruikt in een interview: 'Het koningschap is niet iets wat als sinaasappelen verkocht moet worden. Populair zijn is iets totaal anders dan geliefd zijn.'

"Dit onderscheid is al te vinden in het boek 'Opvoeding van de christenvorst' van de Nederlandse filosoof Desiderius Erasmus, dat bij de opvoeding van koningen in het verleden vaak gebruikt werd. Volgens Erasmus is geliefd zijn duurzaam, omdat het afhangt van de zedelijke kwaliteiten van de koning, en is populariteit slechts tijdelijk en afhankelijk van afzonderlijke daden die het volk gunstig stemmen."

Wat zou Erasmus zeggen over het huidige Koningshuis?
"Jij haalde net Koninginnedag in Weert aan, waarschijnlijk zou de filosoof Erasmus dat onder populariteit scharen."

Iets dergelijks speelde bij de Middeleeuwse vorsten niet?
"Wie machtig is hoeft niet populair te zijn om zijn macht te kunnen tonen. Daardoor waren vroegere vorsten ook minder geïnteresseerd in populariteit. Maar de machteloze koningen in de parlementaire democratie probeerden zich meer en meer door publieke optredens populair te maken. Dat begon in Nederland bij koningin-regentes Emma, die met haar minderjarige dochter Wilhelmina het land in trok, en vervolgens van Wilhelmina's inhuldiging een volksfeest maakte. En nu is het koningshuis opgenomen in de high society, de jet-set, de rich and famous."

Waar het volk zich op Koninginnedag aan mag vergapen.
"Ja. Voor veel mensen heeft het koningschap nog een aura, die te maken heeft met traditie. Kijk ook maar naar de vele kinderboeken over prinsen en prinsessen, die opgroeien in pracht en praal."

Niets mis mee, toch? U citeert filosoof Arthur Schopenhauer, die stelt dat de meeste mensen niet in staat zijn de essentie van religie te doorzien en zich tevreden stellen met fabels en sprookjes. Zo zou het volk zich tevreden kunnen stellen met de fabels en sprookjes over de 'rich and famous'?
"Dat vind ik cynisch."

Waarom?
"Ik behoor zelf ook tot het volk, zijn idee vind ik paternalistisch."

Wat moeten we dan met het koningshuis? Het langzaam laten uitsterven?
"Ik doe in mijn boek ergens terloops het voorstel om de koning maar te kiezen: maak de functie van staatshoofd louter ceremonieel en geef hem de koningstitel. Maar deze verkiezing moet volstrekt democratisch zijn, iedere volwassen staatsburger, man of vrouw mag zich kandidaat stellen, inclusief de leden van het voormalige Koninklijk Huis. Laten we een termijn stellen van zo'n vijf jaar, daarna verlangt de koning vast weer naar het gewone burgerschap. Maar in die tijd mag hij op staatskosten met familie en al in een koninklijk paleis wonen."

Dat voorstel leek me een grap. Een president kun je kiezen, kenmerk van het koningschap is juist dat het erfelijk is.
"Dat is een misvatting. Omdat wij gebakken zitten aan het systeem van erfopvolging kunnen wij het ons nauwelijks meer voorstellen, maar tot diep in de Middeleeuwen is het vanzelfsprekend geweest dat koningen gekozen werden. In Europa werden Germaanse 'koningen' of stamhoofden tijdens een vergadering van vrije mannen tot leider gekozen, door hen op een schild te heffen. In de laat-Romeinse tijd deed de erfopvolging haar intrede. En dan ontstaat ook het idee van het 'koningsheil', een soort magische kracht die recht gaf om te heersen en die erfelijk overdraagbaar was. Maar in bijvoorbeeld Polen bleef het gekozen koningschap zelfs gehandhaafd tot eind achttiende eeuw.

"Er heeft een heel vreemde ontwikkeling plaatsgevonden: naarmate de koning aan macht inboette, werd het erfelijk koningschap vanzelfsprekender. Maar het is natuurlijk niet te rijmen met de democratische beginselen. Zoals de socialistische voorman Troelstra ooit zei: 'Erfelijkheid moge een geschikt leidend beginsel zijn voor paard- en rundveestamboeken, voor het bekleden van publieke ambten kan het nu eenmaal geen leidraad geven.'

"Met de teloorgang van de geboorte-adel in Nederland is ook de maatschappelijke basis van het koningschap verdwenen. Het lijkt mij uiterst onwaarschijnlijk dat die geboorte-adel ooit terug zal keren. Maar misschien ontstaat er ooit een nieuw soort adel dankzij genetische manipulatie, en kunnen laboratoria wel zoiets vervaardigen als 'koninklijk bloed'."

Hans Dijkhuis: 'Monarchia; Het fenomeen van het koningschap' uitg Boom, 334 blz.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden