DE BARST IN DE SPIEGEL/Bernard Eilers' zelfportret

Onder een dikke laag stof, ruim veertig jaar lang onaangeraakt, werd dit zelfportret in 1994 aangetroffen tussen honderden glasplaatnegatieven van de fotograaf Bernard F. Eilers (1878 - 1951).

ONNO BLOM

De oude meester had zijn opdrachtenarchief in bewaring gegeven aan zijn jongere collega Marius Meijboom, die tijdens de Duitse bezetting deel uitmaakte van De Ondergedoken Camera. Meijboom had de glazen platen op zijn zolder gezet en was ze, bijna voorgoed, vergeten.

Bernard Eilers was een van de pioniers van de kunstfotografie in Nederland. Oorspronkelijk opgeleid als lithograaf - wat hem later bij het eperimenteren met allerlei nieuwe fotografische technieken nog goed van pas is gekomen - raakte hij in de ban van het nieuwe medium.

In de winter van 1896 maakte hij met een geïmproviseerde camera zijn eerste buitenfoto: een sneeuwlandschap. Als sluiter gebruikte hij de deksel van een pillendoosje, waarin hij een gaatje had gemaakt.

Al snel ontgroeide Eilers het niveau van amateurisme. Hij maakte mooie, schilderachtige foto's van zijn geboortestad Amsterdam, die qua sfeer niet onderdoen voor de opnamen van de fotograaf-schilder Hendrik Breitner.

Het 'schilderachtige' van Eilers' foto's kan letterlijk worden opgevat. Niet alleen omdat hij veel schilderijen op de gevoelige plaat zette - voor het Rijksmuseum maakte hij de eerste geslaagde reproductie van 'De Nachtwacht' -, maar ook omdat hij zich liet inspireren door, vooral de oudere, schilderkunst. Zijn sobere stijl van portretteren had hij naar eigen zeggen van Dürer afgekeken.

Nadat Eilers bij een aantal grafische bedrijven in dienst was geweest, begon hij in 1911 voor zichzelf. In zijn 'Inrichting voor artistieke lichtbeeldkunst' aan de Amstelveenscheweg 83 in Amsterdam-Zuid nam hij de uitlopendste opdrachten aan. Hij maakte bedrijfsreportages voor fietsenmakers, coöperatieve bakkerijen en Philips en publiceerde geregeld in het architectuurtijdschrift 'Wendingen'.

Daarnaast kwamen vele musici, schilders en politici naar zijn atelier om zich te laten vereeuwigen. Van de Amsterdamse wethouder Wibaut maakte hij een even ernstig, als gevoelig portet. De grijze haren van Wibaut lijken bijna tastbaar uit de foto te springen, als breekbare, krullerige draadjes wol.

Bernard Eilers huldigde over de portretfotografie nog 'ouderwetse' opvattingen. De beeltenis die hij met zijn camera van iemand maakte, moest het diepste wezen treffen van de persoon in kwestie.

Dat standpunt geeft aan zijn zelfportret een interessant tintje. Als Eilers deze foto als geslaagd beschouwde, dan moet het hem met behulp van zijn camera zijn gelukt zichzelf beter te doorgronden.

Het is zelfs nog sterker. Eilers heeft voor dit zelfportret strak in de spiegel moeten staren. Zo is deze foto namelijk gemaakt: Eilers zette zijn zware, houten platencamera op de driepoot voor een spiegel. Daarna nam hij, met zijn rug naar de camera, voor zichzelf in de stoel plaats. In zijn rechterhand pakte hij de ontspanner, die met een stevige kneep het diafragma kan openzetten. Met zijn linkerhand trachtte hij de bal quasi-nochalant te verhullen. Hij steunde peinzend opzij, keek in zijn eigen ogen, en kneep.

Was Eilers tevreden met zijn geposeerde evenbeeld? Dat moet haast wel, want hij heeft eigenhandig het glasnegatief gelijmd, dat in de linkerbovenhoek was gebroken. Het is natuurlijk verleidelijk te denken dat ook de spiegel van zijn ziel die barst vertoonde, maar dat blijft een scherf van de verbeelding.

Het ware, een tikje beschadigde glasnegatief deed Eilers in een doos, die pas decennia na zijn dood zijn ware gezicht weer zou vertonen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden