De banjo, jazeker!

Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand test de houdbaarheid van Nederlandse naoorlogse romans.

Niets veroudert zo snel als het nieuwe. Zo te zien moet Anna Blamans roman 'Eenzaam avontuur' ooit heel nieuw zijn geweest. Wie er in 2002 aan (her)begint kan een waarschuwing goed gebruiken: het is niet om door te komen. Toch heeft de catalogus van het Letterkundig Museum ''t Is vol van schatten hier' uit 1986, het nog over 'de scherpzinnige analyse van een romantische liefde, waarin de jaloezie Kosta tot gekmakens kwelt', zo onschuldig dat je er nauwelijks meer uit kunt opmaken dan dat het een liefdesgeschiedenis betreft. Hier volgen de feiten, voorzover ze door het literaire oerwoud van Blaman heen schemeren.

Kosta, intellectueel en schrijver, begeert hogelijk de femme fatale Alide, die op haar beurt weer wordt aangetrokken door de platvloerse kapper Peps. Voorts zijn er nog vier jonge meisjes, waarvan Yolande verliefd raakt op Kosta, terwijl Berthe van Alide houdt. Daarnaast leren we uit de thriller die Kosta aan het schrijven is, de detective King kennen die hunkert naar de vrouw die hij schaduwt, Juliette. King en Juliette figureren zo'n beetje als de gesublimeerde ego's van Kosta en Alide, het centrale liefdesstel, en ook zij krijgen elkaar niet echt, zoals niemand in dit boek. Het leven, of de liefde, is een eenzaam avontuur.

'Eenzaam avontuur' deed destijds (1948) veel stof opwaaien, vooral in christelijke kringen, vanwege de expliciete erotiek en de onmiskenbare vertoning van wat lesbische liefde. Je kunt het Anna Blaman moeilijk kwalijk nemen dat sedertdien de NVSH en de seksuele revolutie onze opvoeding ter hand hebben genomen: wie weet heeft Blamans boek daar zelf aan toe bijgedragen. Ik moet aannemen dat men in de jaren vijftig en zestig nog opgewonden raakte bij het vermelden van iemands 'puntborsten' en al helemaal bij een tafereel als dit: ,,Hij wierp zijn mooie kamerjas af en zei: 'Neem me nu in je armen'. - En zijn directe drift zelfs werd gestuwd vanuit dezelfde geladen vertedering. Die drift waarin hij eigen wellust nastreefde wilde geen ogenblik vereenzamen en nam haar hunkerend en vleiend in zich op. Nu eens drukte hij zijn hoofd aan het hare, dan weer omhelsden en presten zijn handen haar smalle schouders of heel haar tors. Zo bleef dat, zelfs nog toen zijn lichaam sidderde in uiterste wellustspanning, en totdat hij kreunend naast haar gleed, zijn hoofd tegen haar schouder aan.''

Meer echter dan door de oubollige zinnelijkheid zakt de aandacht van de huidige lezer weg vanwege de draderige stijl, de eindeloze overwegingen van de personages, het malende en slepende geweld aan schemerige gevoelens. Vooral de eerste helft van het boek, waarin de hopeloze liefde tussen Kosta en Alide wordt uitgemeten, is als een taaie stroop, waarvoor geen vrijwillige lezers meer te vinden zijn, lijkt mij. Je merkt voortdurend dat we in onze tijd alles tien keer zo snel beleven. Een punctie uit de brei volstaat niet, je moet er helemaal doorheen om het te ervaren maar het gaat om observaties als ,,De wereld buiten doet nu denken aan een menselijke stemming die zonder concrete oorzaak gestrand is op een redeloze melancholie.'' En dat duizend keer en nog eens duizend. Vage, almaar bespiegelende zinslinten die waarschijnlijk iets van de slopende wanhoop van de vergeefse liefde willen verbeelden maar intussen de lezer allengs het boek uitspugen.

Jaap Goedegebuure, die in zijn handboek Nederlandse literatuur 1960-1988 ongeveer eenzelfde herleeservaring beschrijft, heeft het over 'een ongenietbare kruising van bakvisromantiek en existentiële twijfels', maar die bakvisromantiek bespeur ik niet zo, al was het maar omdat Cissy van Marxvelt honderd keer pittiger leest. Het doet mij eerder denken aan een dolgedraaide sprookjes-Maeterlinck, vol onverteerd legendarisch, mysterieus innerlijk en zinnelijk leven. Gezochte geheimzinnigheid die per se niet opgelost mag worden. Valt er dan helemaal niks meer te genieten in deze liefdespasta? Jawel hoor, wie volhoudt komt halverwege het boek bij passages terecht waar tenminste iets scherps en herkenbaars over de personages wordt gezegd. Met een haast Gideaans oog voor menselijke zwakte, beschrijft Blaman hoe Peps opportunistisch meelijdt met de verscheurde Alide: ,,'Hoe vreselijk als je aan iemand het liefste wat hij heeft ontnemen moet.'

En toen gluurde hij al snikkend door zijn vingers naar Alide. Het hielp, hij zag dat in Alides ogen tranen welden. Hij snikte dus nog even zachtjes door.'' Ja, zo had ik het meer gewild: het effectbejag van al die personages gecartografeerd. De schaarse dialogen hebben trouwens de tijd beter getrotseerd dan de overvloedige atmosferische en mentale beschrijvingen. Misschien had het boek als toneelstuk nog wel een kans gemaakt. Voor de cultuurhistoricus resteert ook nog wat naoorlogs levensritme toen men opgewonden raakte van banjomuziek 'en het rauwe syncopische gezang van een der meisjes was daar bovenuit gesprongen als een geritmeerde kreet'. De banjo, jazeker! Ook waren intellectuele bezwaren tegen het massatoerisme nog niet in zicht getuige deze observatie: ,,Met vakantie-zijn is op zichzelf toch al zo'n topvorm van leven.'' Dat alles heeft nog wel een eigenaardige, weemoedig stemmende charme. Maar in hoofdzaak sleept de lezer zich door dit voormalige, vrijwel geheel afgebladderde, meesterwerk als een dorstige door de woestijn, snakkend en zonder verlossing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden