De bal leidt de dans

Wie spiritualiteit wil doorgronden, moet goed naar voetbal kijken, raadt hoogleraar spiritualiteit Kees Waaijman aan. Ascese, jezelf pijn doen, zwoegen: dat werkt in het stadion, noch erbuiten. Wees aanspeelbaar, leer wegbewegen en laat de bal het werk doen.

Karmeliet Kees Waaijman (1942) is medewerker van het Titus Brandsma Insti- tuut en em. hoogleraar spiritualiteit. Zijn laatste boek is 'Lokroep van het Onuitsprekelijke' (2015).

Spiritualiteit hoort bij de 'hogere cultuur', net als naar een klassiek concert gaan, dineren, golven en een serieus gesprek voeren.

En voetbal? Er is wat veranderd in het imago, dankzij schrijvers als Anna Enquist die er literatuur van maken, maar voetbal hoort nog altijd tot de 'lagere cultuur', met zijn geldwolven, omkoperij en agressie. En dan dat publiek, dat idiote zooitje geschreeuw om niets.

Wie deze mening is toegedaan, zal aan wat volgt weinig genot beleven, want ik vind dat deze sport spiritueel te denken geeft.

Voetbal is buitengewoon complex. Behalve de scheids- en grensrechters zijn er tweeëntwintig spelers bezig met één bal: dat is erg veel. Deze spelers zijn verschillend in balvaardigheid en in functie: keeper, aanvaller, spits, verdediger, spelverdeler.

Voetbalintelligentie, 'de wedstrijd kunnen lezen', is essentieel. De kunst betreft het overzien van het geheel én voor detailproblemen de juiste oplossing vinden - dé kunstenaar van het moment is Lionel Messi, sterspeler van Barcelona, die zo behendig een aanval weet op te zetten, dat een heel cordon van hoogbegaafde verdedigers voor joker wordt gezet.

Complicerend is natuurlijk dat men de bal - die trouwens erg rond is - alleen met de voet bespeelt. Verder is voetbal een contactsport: de spelers proberen elkaar voortdurend uit balans te brengen en gaan daarbij tot de grens van het toelaatbare.

Ook lastig is ten slotte nog de lange speeltijd - twee maal drie kwartier, nog afgezien van verlenging - en de grote afmetingen van het veld: uw breedbeeld-tv biedt zelden een overzicht over het geheel. Anderhalf uur, gemiddeld tien kilometer per speler, sprints trekken, draven en hordenlopen is veel gevraagd. Vandaar dat de beslissing vaak valt wanneer de spelers aan het einde van hun krachten zijn en bijna geen controle meer hebben over het spel. En ziet u dat doel? Daar moet de bal in: behoorlijk groot voor de doelman, maar betrekkelijk klein voor de schutter.

Dit alles maakt dat het voetbalspel zich dermate lastig laat analyseren, dat in de commentaren achteraf de verliezende of winnende coach zelden kan uitleggen wat er nu eigenlijk zo fout of goed ging.

Voetbal mag wel 'de kunst van het juiste moment' heten. Voor het niet-geoefende oog heerst op het veld de chaos. Voortdurend bewegen spelers door elkaar. Voetbal is positiespel, een improvisatiedans zonder choreografie. Dat valt nauwelijks te organiseren en je kunt het maar tot op zekere hoogte inoefenen. Dat moet je aanvoelen. Beschikbaar zijn, je aandienen, op het juiste moment. Net als spiritualiteit, want ook zij is een poging er te zijn in de wisselvalligheden van het gewone leven. Jezelf vrijspelen om aanspeelbaar te zijn voor je medespelers.

Soms zijn voetballers zo geconcentreerd bezig, dat je denkt: dit kan niet goed aflopen. Zwoegen en zweten op niets af. Werkvoetbal. De kunst is in al het zwoegen en zweten jezelf te vergeten, als in een dans. Sommige begenadigde spelers hebben dat. Van Persie kan in een onnavolgbare beweging de tegenstander op het verkeerde been zetten en er dan ineens vandoor zijn. Dan verandert het geconcentreerde zwoegen plotseling in een flow. Het is alsof de geest zich meester maakt van iemand. Alles lijkt te lukken. De zwaarte van het spel is als sneeuw voor de zon verdwenen.

Maradona danst vanaf de middellijn met de bal aan de voet door alle verdedigingslinies

van de Engelsen heen, omspeelt de keeper en schiet de bal het doel in. Bij het EK in 1988 bereikt de bal die diagonaal over het veld verstuurd is Marco van Basten, die uit de draai de bal in een prachtige curve over de doelman heen in de linkerbovenhoek schiet. Bijna achteloos.

Momenten waarop - zonder berekening en als in trance - beslissingen worden genomen die geluk brengen, zijn in het geestelijk leven van grote waarde. Ascese wordt mystiek. Genade neemt de overhand over onze inspanningen.

Ik zeg niet dat dit soort spelmomenten spiritualiteit zijn. Dat weet ik niet, ik kan niet in de ziel van een voetballer kijken. Maar voor mij zijn sommige voetbalmomenten in de overgang van noeste arbeid naar vervoering wel spiritueel. Al zit ik tijdens een wedstrijd natuurlijk niet aldoor op mystieke momenten te wachten. Ik kijk gewoon wat er gebeurt en geniet van het ogenblik waarop gezwoeg ineens een adembenemende lichtheid krijgt.

Een van de geheimen van het voetbal is: de bal doet het eigenlijke werk. Beginnende voetballers zijn geneigd met de bal aan de voet een eind de vijandelijke helft op te dribbelen. Balverliefd. Kwestie van opgroeien en opvoeden: in de jeugdopleiding leren voetballertjes om niet met zijn allen op de bal af te stuiven. Volgroeide voetballers geven de bal af aan een vrijstaande speler. Is een team echt gevorderd, dan spelen ze moeiteloos de bal rond. De tegenstander loopt zich een ongeluk, achter de bal aan, tevergeefs.

De bal moet rondgaan, niet jij. Eén keer raken is de kunst. Dan doet de bal, die uit zichzelf niets doet, niet beweegt als je hem niet raakt, zijn werk. Dan is het inderdaad net alsof de bal de beweging bepaalt en de dans leidt. Zo ervaren voetballers dat ook.

Je ziet iets dergelijks bij beeldhouwers: het beeld beweegt onder hun handen, tot het zijn volmaakte vorm heeft gekregen. Violisten worden bespeeld door hun viool, schrijvers gestuurd door hun personages.

Voor mij geeft dit een doorkijk op spirituele processen. Aanvankelijk willen wij alles zelf doen: ik moet de dribbel maken, de bal aan de voet houden. Maar ook op de geestelijke weg zal eens het besef doorbreken, dat het spel de speler maakt. Spiritualiteit is weliswaar een proces dat eigen inzet vraagt. Maar het echte werk begint wanneer het spel met mij aan de haal gaat.

De laatste eeuwen was spiritualiteit vooral een soort werkvoetbal: ascese, jezelf pijn doen, afzien en zwoegen bij het leven. Gelukkig komt er tegenwoordig wat meer ruimte voor mystiek: laat de Levende het spel maken.

Na de wedstrijd Ajax-AC Milan was Johan Cruijff kritisch over de Zweedse aanvaller Ibrahimovic: "Hij wil veel te veel helpen, hij moet leren wegbewegen." Wat was het geval? Een linkervleugelverdediger kwam op links naar voren stormen. Wat doet Ibrahimovic? Hij gaat zijn ploeggenoot helpen en trekt daarbij een tegenstander mee. Nu zijn er ineens twee tegenstanders en Ibrahimovic loopt in de weg. Dus moest de Zweed leren wegbewegen, want zó trekt hij een tegenstander mee en komt er ruimte.

Als Ajax-aanvoerder had Cruijff het ook steeds over 'ruimte' gehad, vertelde zijn medespeler Hulshoff later. Hoe je moet lopen, waar je moet staan, wanneer je beter de andere kant op kunt gaan. Alles om ruimte te scheppen en die te benutten.

In spiritualiteit speelt wegbewegen een belangrijke rol. Om te beginnen in de onderlinge omgang. We zijn geneigd iemand te hulp te snellen, als pupillen in een jeugdelftal. Het is moeilijk weg te bewegen: afstand nemen, zich onthechten, loslaten, de andere kant op kijken. Het zit er bij ons zo diep in dat we te hulp moeten snellen. Wegbewegen tart ons geweten.

Dit speelt ook in de omgang met God. Ongemerkt dromen wij van een God als een jeugdspelertje dat zonder nadenken te hulp schiet. Afstand nemen, zich terugtrekken, aan zijn lot overlaten zijn kwalijke zaken. Zeker als het over God gaat. Ik heb op dit punt veel geleerd van de Joodse mystiek, die de schepping ziet als een terugtrekkende beweging van de Oneindige, zodat er ruimte komt voor de schepping. Voetbal geeft mij spiritueel te denken wanneer ik zie hoe een speler gaten trekt voor een teamgenoot, zodat deze de ruimte krijgt om een mooie actie te maken.

Het grootste voetballand is Brazilië. Daar zijn de meeste studies geschreven over hoe mensen voetbal beleven. In het stadion, met de echte spelers, de profs, en erbuiten. Veel Brazilianen hebben een diep gevoeld besef dat geestelijke krachten invloed uitoefenen op het lot. En zij verbinden hun lot met voetbal, het drama van winnen en verliezen - een oermenselijk, Grieks drama. Sterven en verrijzen.

Toen Johan Cruijff trainer van Barcelona was, gebruikte hij te pas en te onpas de frase 'gegeven moment', in het Spaans: en un momento dado. In het Spaans is dit inmiddels voetbaljargon, maar het blijft onmogelijk Spaans. Cruijff trok zich daar niets van aan.

In de documentaire 'En un momento dado' kregen elf mensen de vraag voorgelegd, welk 'moment' uit Cruijffs voetballeven onvergetelijk was. Ieder memoreerde zijn hoogtepunt.

Aan het einde van de film krijgt uiteraard ook de maestro zelf die vraag naar zijn moment. Maar hij weigerde - typisch Cruijff. Hij zei: "Er zijn geen bijzondere momenten. Alle momenten in het leven zijn gegeven momenten, net als in het voetbal. De kunst is dat je er bent, op tijd bent, op de juiste plaats bent."

Dat 'op tijd zijn' is niet alleen in het voetbal, maar ook in de spiritualiteit een grondregel. Als je goed kijkt en nadenkt, is alles gegeven. De kunst is deze genadige momenten niet over het hoofd te zien. Er niet overheen leven dus, want iedere seconde is een gave, een genademoment.

Ook na lang aandringen van de journalist zweeg Cruijff. Alle ogenblikken waren 'gegeven'. Basta.

Ik zie voetbal als een parabel voor het geestelijk leven. Voetbal is zo wisselvallig als het leven zelf. Met die wisselvalligheid proberen we zo goed mogelijk om te gaan. Het is erop of eronder, winnen en verliezen, ten onder gaan en erdoorheen komen. De kunst is er te zijn. Beschikbaar zijn. Vrij staan. Laat de bal het werk doen. Beweeg mee.

Dit is een bewerking van een artikel dat eerder is verschenen in het kwartaaltijdschrift Speling.

Wat is spiritualiteit?

Breed opgevat is spiritualiteit de zoektocht naar zin in het leven. Een kwart van de Nederlanders zoekt hier uitdrukkelijk naar, net als naar taal om daarover te praten en na te denken.

De kern van spiritualiteit vormt het zoeken naar het/de Onvoorwaardelijke en Onuitsprekelijke en daar vorm aan geven in het dagelijks bestaan, het 'geestelijk leven'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden