De bakvissenroman

Regisseur Bruun Kuijt werpt vlak voor het begin van de voorstelling 'Een zomerzotheid' nog even een blik in de foyer van het Isala-theater in Capelle aan den IJssel. ,,Ik zie al weer massa's vrouwen en veel grijze haren'', constateert hij. Het is voor hem inmiddels een vertrouwd beeld. Vooral vrouwen komen af op deze muzikale komedie, die maandag de feestelijke première beleeft.

Zo verwonderlijk is dat niet, want de komedie is een bewerking van het boek 'Een zomerzotheid' van Cissy van Marxveldt uit 1927, een echte bakvissenroman. ,,Dat schrikt mannen af'', verzucht Kuijt. ,,Jammer, ze weten niet wat ze missen. Misschien helpt het als ik zeg dat er evenveel mannen als vrouwen meespelen in het stuk en dat het boek in een aantal opzichten een voorloper is van een serie als 'Costa!'. In 'Een zomerzotheid' gaat het net als in 'Costa!' om de belevenissen van een stel jongens en meisjes in een lange zomervakantie en hun schaamteloze verlangen naar romantiek.''

Eigenlijk is het boek 'Een zomerzotheid' van Cissy van Marxveldt nooit weggeweest. Sinds de verschijning ervan in 1927 zijn er naar schatting zo'n vijf miljoen exemplaren van verkocht. De boeken van Van Marxveldt, pseudoniem van Setske de Haan (1889-1948), waren decennialang ongekend populair. In 1919 brak ze door met 'De HBS-tijd van Joop ter Heul', waarop ze met tussenperiodes van telkens twee jaar drie keer een vervolg schreef. Meer dan twintig jaar later, in 1946, schreef ze nog een vijfde deel. Voor 'Joop ter Heul' putte ze uit haar eigen jeugdjaren in Friesland, waar ze opgroeide als dochter van een hoofdonderwijzer. Van Marxveldt werd rijk van wat ze 'het liefst van al' deed. Ze bezat drie huizen met genoeg personeel om al haar tijd te kunnen besteden aan het schrijven.

Begin volgende maand verschijnt de 40ste editie van 'Een zomerzotheid'. Al in 1971 was het boek te zien als tiendelige tv-serie. Volgend jaar komt er ook een speelfilm naar een script van Marieke van der Pol en Barbara Jurgens, die de basis legden voor de oscar-kanshebber 'De Tweeling'. Voor de hoofdrollen zijn onder anderen Carice van Houten, Johnny de Mol, Aukje van Ginneken, Georgina Verbaan, Angela Schijf, Cas Jansen en Tygo Gernandt gevraagd. En de komende maanden toert de bestseller van Van Marxveldt als muzikale komedie door het land.

Tien jaar geleden las regisseur Bruun Kuijt op aandrang van een paar actrices het boek voor het eerst. Hij werd meteen gegrepen door de knap geschreven dialogen. ,,Het is echt een boek dat uitnodigt tot een theatrale bewerking. Bovendien zit er van alles in wat ook nu nog tot de verbeelding spreekt.''

Van Marxveldt schetst een geromantiseerd beeld van de jaren twintig, waarin zes meisjes en vijf jonge mannen de zomervakantie doorbrengen op twee Veluwse buitenhuizen. Tijdens een picknick roemt een van de meisjes, Ella, mensen van stand, die ze onmiddellijk herkent aan hun houding, spraak, de manier waarop ze zich bewegen, ja zelfs aan de wijze waarop ze hun nagels verzorgen. Laatdunkend spreekt ze over 'gewone' mensen. ,,Ik zou me nooit kunnen encanailleren met iemand beneden mijn stand.'' Toevallig wordt haar tirade gehoord door jonkheer Robbert Padt van Heijendaal, die prompt besluit zich voor zijn chauffeur uit te geven. Een van zijn vrienden, de Achterhoekse boerenzoon Gerrit-Jan, wordt tot zijn plaatsvervanger gebombardeerd. De persoonsverwisseling leidt tot allerlei (humoristische) verwikkelingen, waarbij Ella model staat voor de hang naar status en snobisme en Erica, die verliefd wordt op de 'chauffeur' van de jonkheer, de draak steekt met het klassenverschil en het denken in rangen en standen.

De dialogen in deze klucht komen rechtstreeks uit de originele versie die Van Marxveldt bijna tachtig jaar geleden schreef. Met woorden als dolletjes en nonsènsica die toen in de mode waren. Kuijt gaf de voorkeur aan het gedateerde taalgebruik uit de jaren twintig boven een eigentijdse vertaling, omdat het Nederlands naar zijn smaak toen veel 'rijker en beeldender' was. ,,Dingen werden in die tijd ook minder direct gezegd onder invloed van de etiquette. De taal dekte min of meer de emoties toe. Het was allemaal wat broeieriger en minder plat dan wat we nu gewend zijn. Als Nederlandse komedies wat vaker teruggingen naar de taal van de jaren twintig, zouden ze een stuk beter zijn.''

De muziek, uitgevoerd door een 'salonorkest' onder leiding van Bas Odijk, draagt ook sterk bij aan het tijdsbeeld dat wordt opgeroepen. De roaring twenties waren de jaren van Music-Hall, Funny Face, Vaudeville en Die Dreigroschenoper. Veel muziek is ontleend aan de grote namen van die jaren, zoals Gershwin, Berlin en Porter. De liedjes zijn vrolijk en humoristisch, maar ook klinkt vaak de erotiek door die voor het eerst in de geschiedenis voorzichtig wordt benoemd. Kuijt: ,,Mensen vonden in de broeierige liedjes een uitlaatklap voor hun geheime, erotische fantasieën.'' In de meeste liedjes heeft Kuijt de Engelse tekst gehandhaafd. ,,In die tijd was het gewoon om Duits te spreken en te zingen. Engelse liedjes hadden een losbollig imago. Dat was ook het revolutionaire van het boek van Cissy van Marxveldt dat ze schreef over Engelse liedjes en liet zien hoe jongeren zich probeerden los te maken van hun calvinistische normen en waarden.''

De spelers in het stuk komen allemaal net van de toneelschool of de academie voor kleinkunst. Kuijt is achteraf blij dat hij geen bekende soapsterren heeft gecontracteerd. ,,Dat trekt misschien wel meer de aandacht, maar ik wil hiermee ook duidelijk maken dat de klucht een serieus genre is. Jonge acteurs en actrices zouden natuurlijk allemaal het liefst meteen naar Toneelgroep Amsterdam gaan, maar ze moeten ook ervaring opdoen. En waar leer je nog een komedie spelen?'' Kuijt stoort zich eraan dat in Nederland vaak neerbuigend wordt gedaan over het lichtere literaire genre. ,,In Engeland spelen de meeste grote acteurs ook in komedies. Het acteren in een komedie telt daar even zwaar als het spelen van Hamlet. In Nederland wordt daar altijd wat bekrompen over gedacht.''

De hoofdrollen worden gespeeld door Thomas Oerlemans (Robbert Padt van Heijendaal), Sieger Sloot (Gerrit-Jan), Anniek Pheifer (Erica), Kim Scheerder (Ella), Nyncke Beekhuyzen (Dot), Arnoud Bos (Jef), Richard Smolenaers (Paul), Diana Dobbelman (tante Melie), Nanette Drazic (Mia), Dorien Haan (Hetty), Michiel de Jong (Reep) en Annette Maas (Lenie).

Een paar heren op leeftijd, die hun echtgenotes 'alleen maar voor de gezelligheid' vergezellen tijdens de voorstelling in Capelle aan den IJssel, bekijken nieuwsgierig de spelerslijst. ,,Het zijn allemaal onbekende meiden'', constateert een van de mannen teleurgesteld. ,,Geen Katja vanavond, mannen.'' Maar in de pauze zijn ze helemaal óm. ,,'t Is helemaal geen flauw meidenstuk'', is de conclusie. Ze zijn vooral te spreken over de liedjes, het originele taalgebruik, de humor en vaart waarmee het stuk wordt gespeeld, en ook over de meiden, bekennen ze. ,,Het was in één woord dolletjes.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden