De bakermat van de Poggenpohlkeuken heeft nu ook een museum van FrankGehry.

Duitsland en België kennen tal van musea die een dagtocht waard zijn.Een kijkje over de grens. Deel 3: Het kersverse museum Marta in Herford.

Twee gevorderde vijftigers hebben zojuist hun toerfietsen tegen degolvende bakstenen gevel van het museum Marta in Herford geparkeerd. Metde handen op de heupen kijken ze eens even goed om zich heen. ,,EineGeldvernichtungsmaschine, zegt de een. De ander knikt instemmend. Zehebben genoeg gezien.

Kunst in de provincie: een geldvernietigingsmachine. Of eencroissant van 28,8 miljoen euro, zoals de Süddeutsche Zeitung hetuitbundige museum voor moderne kunst en design bij de opening in meinoemde, vanwege de manier waarop het geschubde bouwwerk zich in eenu-vorm rond de ingang heeft gedrapeerd.

Maar...Herford? Hoe komt een gloednieuw museum als dit, ontworpen doorsterarchitect Frank Gehry, die onder meer het Guggenheimmuseum in Bilbao bouwde, dan ook terecht in een provincieplaats in Noordrijn-Westfalen?

Herford is inderdaad een Duitse provinciestad. Het telt 65 000 inwoners, heeft een redelijk goed, gezinsvriendelijk Italiaans restauranten de dichtsbijgelegen metropool is Osnabrück. Het is niet opvallendmooi, maar ook niet lelijk. Niet zieltogend, wel onverwacht groen.Twee lieflijke riviertjes meanderen door het stadshart, dat over eenhistorische bron beschikt, enkele oude kerken, wat vakwerkhuizen en eengroot, nogal monsterlijk uitgevallen monument van Wedekind te paard: deSaksische legeraanvoerder die hier in de buurt pas na herhaalde nederlagenhet hoofd boog voor keizer Karel de Grote. De firma Faller van debouwpaketten voor modelspoorbanen zou in Herford veel inspiratie op kunnen doen.

Maar Herford is ook een belangrijk centrum voor de Duitse meubelindustrie. Hier komt de Poggenpohlkeuken vandaan, van Interlubke.De ondernemers uit deze branche stonden samen met een ambitieuzeburgemeester die de jeugd uit zijn stad zag wegtrekken aan de basisvan dit museum en namen bijna de helft van de bouwkosten voor hunrekening. De M van Marta staat niet voor niets voor Möbel: het Marta zal naast het museum ook een expertisecentrum voor de Duitsehout- en meubelindustrie huisvesten. Toch waren de inwoners van Herfordniet onverdeeld blij: de helft van de hoge bouwkosten moest door de stadworden opgebracht. En dat allemaal voor kunst en architectuur! Deprotesten duurden voort tot aan de opening.

Maar nu staat het er dan toch, en voor de bezoeker van buiten de stad,die langs de historische bron en de vervaarlijke Wedekind is gewandeld isde eerste confrontatie met het Marta een prettige verstoring van demiddelmaat, als tussen keurig pleisterwerk en grijs wederopbouwbeton dewelvende gevels van Gehry opdoemen, afgedekt met glimmend staalplaat.Tussen de poten van de croissant is naar de ingang een beschutplein ontstaan. De daadwerkelijke toegang welft van onder een stalen ooglid vandaan, daarboven zijn de letters met de naam van het museum inweer een andere plaat gestanst.

Eenmaal binnen valt het even wat tegen. Wat is de toegangshal laag enwaarom zijn de rijen voor de kassa zo lang? Wat van buiten zo gul enroyaal oogt is hier nog goed verborgen gehouden. Naar de bovenverdieping gaat slechts één trap, er mogen maar mondjesmaat mensen naar boven:weer een rij. Op dus eerst naar de zalen beneden, waar directeur Jan Hoet,die andere grote naam die zich aan het Marta heeft verbonden, heeftuitgepakt met zijn visie op het heldendom in de beeldende kunst met de openingsexpositie (my private) Heroes.

Daar vinden we terug wat buiten wordt beloofd. Daar bevinden zich dezalen die zich in een heerlijke verkwisting van ruimte mogen wentelen,ruimtes die als omgekeerde, fraai vervormde trechters meters en metersnaar boven reiken naar het daglicht en daarmee de blik van de bezoekereveneens de hoogte in trekken, weg van de kunst.

Misschien dat dit effect bij volgende bezoeken zal wegebben, maar bijeen eerste kennismaking dient de kunst eerder als opsmuk van de ruimtes,in plaats van dat de ruimtes de kunst dienen. Niet omdat ze opdringerigzijn, maar simpelweg zo fraai.

De expositie van Hoet lijkt daarnaast ook vooral bedoeld als eerste,laagdrempelige publiekstrekker, met een aansprekend thema waar de grote,gevestigde namen uit de twintigste eeuw makkelijk in te passen zijn: van Beuys en Picasso tot Baselitz en Bacon. Maar ook andere iconen uit depopulaire cultuur passeren de revue. Rapper Tupac, de gele trui van JanUllrich, de juwelen van Marlene Dietrich, het dagboek van Anne Frank: zezijn allemaal moeiteloos in het thema heldendom in te passen. Zo gaat datmet grote thema-tentoonstellingen: ze gaan over alles en eigenlijk ook weerover niets.

Na een bezoek aan de ruimte boven die valt tegen na de zalen beneden, zon rechte doos met laag plafond en geen licht van buiten rest ineens alleen nog het restaurant, de andere helft van het gebouwwordt in beslag genomen door een conferentiezaal en de kantoorruimtes van het centrum voor de meubelindustrie.

Gelukkig is het aangenaam toeven in dat restaurant, waar weer royaalmet de kubieke meters is omgesprongen en men beneden op een golvende bank of boven op het wulpse, met koper beslagen balkon latte machiata enKüsekuchen serveert en waar ook buiten de openingstijden van het museumbehoorlijk gegeten kan worden. Toevallig was het restaurant dezezaterdagavond verhuurd. Voor een bruiloft. Een beetje provincie is overal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden