De badgast moet wel zijn lijf wentelen

Voor het veertiende jaar konden krantenlezers hun tanden stukbijten op de Nationale Wetenschapsquiz. Dit keer zaten er veel onzorgvuldige vragen tussen.

Eigenlijk is het beschamend. Het lukt NWO, de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, maar niet om een vlekkeloze wetenschapsquiz af te leveren. Zaten er in het verleden altijd wel onzorgvuldigheden in of foutjes, dit jaar is het echt mis: zeker drie vragen (6, 12 en 15) zouden uit de strijd moeten worden gehaald omdat de vraag niet goed is geformuleerd of het antwoord niet deugt. Diverse andere vragen rammelen.

„Quizzer ziet het licht niet”, zet NWO boven het persbericht met de uitslag: slechts negen procent had vraag 12 over het rode duimlicht goed (u zat daar als Trouw-lezer met vijf procent nog onder).

Niemand van de ruim tienduizend inzenders had alles goed; de winnaar had drie fouten. Dat verbaast ons niet.

1. Hoe behoud je het best voor enkele uren de bubbeltjes in een halflege fles champagne?

In een afgesloten fles ontsnapt koolzuurgas uit de champagne totdat de druk zo groot is dat er een evenwicht ontstaat. Dat gebeurt pas bij zes atmosfeer, en dan is er veel gas ontsnapt. Voor de korte termijn is het effectiever om dat ontsnappen te remmen door de champagne te koelen (antwoord C).

2. Hoe drinken giraffen zonder dat water hun neus uit loopt?

Precies zoals andere zoogdieren (antwoord B): ze nemen een slok, sluiten alle kleppen in hun mond- en keelholte zodat het water wel door de slokdarm moet, en werken het dan via een peristaltische beweging naar de maag.

3. Twee personen slapen in een tent. Ze beschikken over twee slaapzakken. Resulteert het aan elkaar ritsen van de slaapzakken in meer of minder ruimte per persoon?

In een grote gezamenlijke slaapzak is de omtrek van de opening twee keer zo groot als bij een enkele slaapzak. Omdat het oppervlak van de opening evenredig is met het kwadraat van de omtrek, is dat in zo’n grote slaapzak vier keer zo groot. Per persoon heb je dus twee keer zo veel ruimte (C).

4. Het monogame huwelijk gebaseerd op liefde en vrije wil van de partners kreeg in Europa zijn juridische vorm tijdens de Middeleeuwen. Op welk recht steunt het normenstelsel dat doorslaggevend was voor deze innovatie?

De katholieke kerk maakte in de twaalfde eeuw van het huwelijk een sacrament, dat onverbreekbaar was, monogaam en, het belangrijkste: alleen kon worden gesloten tussen personen die niet al te verwant waren (antwoord C). Wat dit met liefde en vrije wil te maken heeft, ontgaat ons enigszins, maar het is waar dat dit sacrament dichter bij de moderne praktijk staat dan het Romeinse of Germaanse huwelijk.

5. Het Panorama Mesdag is een cilindervormig schilderij dat enkele meters van de toeschouwers is verwijderd. Aan de horizon zie je heel kleine scheepjes. Zie je die beter met een verrekijker?

Met een verrekijker vergroot je je beeld; de scheepjes komen wel ’dichterbij’. Maar dat wil niet zeggen dat je ook meer detail krijgt. Dat is er namelijk niet: Mesdag heeft de scheepjes juist bewust een beetje vaag geschilderd om diepte te suggereren. Met een verrekijker zie je daarom alleen de structuur van het schilderij beter (B).

6. Verbrand je tijdens het skiën vanaf de Zugspitze op een zonnige winterdag sneller dan aan het strand bij Zandvoort op een zonnige zomerdag?

Het officiële antwoord is C: het maakt niet uit, alleen verbranden op de Zugspitze andere lichaamsdelen dan op Zandvoort. De redenatie is als volgt: in de winter komt de zon niet zo hoog aan de hemel waardoor er meer UV-straling (vooral UV-B) wordt tegengehouden. Daar staat tegenover dat de sneeuw het licht weerkaatst en de skiër dubbel beschenen wordt. Deze effecten wegen tegen elkaar op.

Daar horen enkele kanttekeningen bij. In deze berekening is het op Zandvoort 1 juli en op de Zugspitze 1 maart. Dat is al randje winter. Op 25 december staat de zon een stuk lager en is het verbrandingsrisico veel kleiner dan in de zomer. Vervolgens hangt het ervan af wat je in Zandvoort doet. Voor een skiër maakt het niet zo veel uit; die wordt door de sneeuwreflectie van alle kanten beschenen. Maar de badgast moet zijn lijf wentelen. Als hij dat niet doet en bijvoorbeeld liggend op zijn buik in slaap valt, krijgt zijn rug alle straling en zal hij veel heftiger verbranden dan op een bergtop. Ten slotte maakte het nogal uit of je huid aan de zon gewend is: een gebruinde huid is dikker en minder kwetsbaar voor het zonlicht.

7. We nemen een kop koffie, gieten er een scheut Tia Maria in en doen er dan nog een scheutje koffieroom in. Wat gebeurt er?

De alcohol stijgt naar het oppervlak en dringt daar de roomlaag binnen. Daardoor vermindert de oppervlaktespanning van de roomlaag (zoals zeep dat met water doet). Op plaatsen waar geen alcohol terecht is gekomen, is de spanning gelijk gebleven en daardoor wordt de room-alcohol die kant op getrokken. Omdat het stijgen sneller gaat dan het samentrekken, ontstaat er een pulserende beweging (C).

8. Je zet een brandende kaars in een glazen jampotje op de rand van een draaischijf. Naar welke kant gaat de vlam, als de schijf stationair draait?

Het is een vreemd gezicht. Alle massa heeft moeite de draaibeweging te volgen en ’vliegt de bocht uit’. Zo ook de lucht in het jampotje. Maar omdat de hete lucht boven de kaarsvlam lichter is dan koude lucht, gaat de koude lucht naar buiten en de hete lucht, met vlam, naar binnen (C).

9. Welke klank hoor je als je naar een opname luistert van iemand die ‘pa-pa’ zegt, en tegelijk een filmpje ziet van iemand die met zijn lippen een ‘ka-ka’-beweging maakt?

Een onduidelijke vraag. Het goede antwoord is B: je hoort ta-ta. De verklaring is dat je hersenen in verwarring raken door de tegenstrijdige informatie en daarom een klank kiezen die tussen pa-pa en ka-ka in ligt.

Maar je hóórt gewoon pa-pa, wierp een quiz-deelneemster tegen. Dat je hersenen het geluid anders interpreteren, is iets anders.

10. Kunnen mensen elektromagnetische golven van mobiele telefoonmasten voelen?

Een TNO-studie concludeerde in 2003 dat je op deze vraag geen keihard nee kon antwoorden, maar toen het onderzoek daarna in Zwitserland werd overgedaan, kwam dat antwoord alsnog (C).

Tijdens de tv-opnames stond er nog ’zoals van mobiele telefoonmasten’. En dan is het antwoord natuurlijk ja: hou uw hand maar eens in een magnetron, dat voelt u wel.

11. Je hebt twee identieke blikjes cola. Eén schud je, de ander niet. Ze rollen daarna tegelijk een helling af. Welk blikje is eerder beneden?

Een deel van de energie die het blikje op de helling krijgt, gaat niet in zijn snelheid zitten, maar in het rollen. Hoe meer de cola in het blikje meerolt, des te minder snel komt het blikje vooruit. In 2001 liet David Kagan, een natuurkundeprofessor uit Californië, zien dat het ongeschudde blikje eerder beneden komt (B). Dit staat sindsdien bekend als het ’Shaken Soda Syndrome’. Kagan toonde aan dat de cola in het geschudde blikje niet meer meerolt doordat de druk in het blikje hoger is, maar doordat er meer luchtbelletjes in zitten. Het waarom daarvan kon Kagan niet goed verklaren. Tijdens de tv-opnames wist het ongeschudde blikje overigens pas bij de zesde poging te ’winnen’.

12. Als je een lamp tegen je duim houdt, zie je door het weefsel een rood schijnsel. Hoe komt dat?

Het goede antwoord is B: door de samenstelling van het licht. Wit licht bevat alle kleuren, zegt NWO, en alleen het rode komt door de duim heen.

Met de beste wil van de wereld kunnen we dit hooguit een beginnetje van het antwoord noemen. Want waarom wordt het rood? Door het bloed, natuurlijk. En zuurstofrijk bloed is donkerrood (antwoord A), zonder zuurstof is het wat blauwig. Daardoor doorstaat alleen de rode component van licht de tocht door de duim. Door de verstrooiing in het weefsel (antwoord C) wordt het wel een wazige gloed (net als het licht van koplampen in de mist) waardoor het bot onzichtbaar blijft, maar verstrooiing kleurt het licht niet rood.

13. Waarom is slechts een klein gedeelte van de middeleeuwse Arabische wetenschap in middeleeuws Europa bekend geworden?

De Arabische wetenschapscentra bevonden zich destijds in wat nu Irak en Iran is. Dat was ver verwijderd van Europa. Tegen de tijd dat de Arabische teksten hier waren vertaald, was de wetenschap allang achterhaald (C).

14. Had de Franse Revolutie positieve invloed op de Franse kookkunst?

Door de revolutie kreeg ook de burgerij toegang tot het goede leven. De kookkunst verliet de kastelen en verspreidde zich over het land. Koks die voor de adel hadden gewerkt, begonnen eigen restaurants. Door dit alles kwam de Franse keuken tot grote bloei (C).

15. Waarom worden de poten van een kerstkalkoen of ander gevogelte tijdens het braden vaak bedropen met vet?

Deze vraag stelt ons voor een raadsel. We hebben er allerlei deskundigen over geraadpleegd, maar iedereen zegt hetzelfde: je moet de borst bedruipen, niet de poten. De borst is eerder gaar en droogt sneller uit, terwijl poten met hun grote hoeveelheid bindweefsel moeilijker garen maar wel veel langer mals blijven.

Het officieel goedgekeurde antwoord is C: poten zijn kleiner en hebben daarom naar verhouding een groter oppervlak. Daardoor zouden ze sneller afkoelen en dat zou je kunnen voorkomen door ze te bedruipen. Een theoretisch verhaal dat niets met de praktijk in de keuken te maken heeft.

16. Je gooit een aantal keren met een dobbelsteen. Welk van de volgende drie uitkomsten maakt de grootste kans?

De vraag is eigenlijk: wanneer gooi je minimaal de verwachtingswaarde, bij veel of weinig worpen? Dat kun je uitrekenen, maar ook wel aanvoelen. Bij 12 worpen bijvoorbeeld verwacht je twee keer zes. Je kunt daar op twee manieren onder zitten (nul of één keer zes) en op tien manieren boven. Door deze scheve verdeling zit je vaker ’te hoog’. Bij heel veel worpen verschuift de kans voor minimaal de verwachtingswaarde (minstens één op de zes worpen een zes) naar 50 procent. Bij zes worpen zit je daarom nog het vaakst te hoog (antwoord A).

Oorspronkelijk was de vraag interessanter, toen ging het om precies de verwachtingswaarde. De berekening is wat ingewikkelder, maar de intuïtie vergelijkbaar. Bij heel veel worpen kom je relatief dicht in de buurt van het verwachte aantal, maar wordt het hoogst onwaarschijnlijk dat je precies één op de zes keer zes gooit.

17. Er ligt een groene, halfrijpe banaan op een schaal. Na een aantal dagen is deze rijp en geel geworden. Wanneer bevat de banaan de meeste calorieën?

Een groene banaan bevat veel zetmeel, in een rijpe is dat grotendeels omgezet in suikers. Dat is prettig voor sporters: suikers leveren snel energie. Maar bij de omzetting is wel energie verloren gegaan. De groene had dus meer calorieën (A).

18. Gebruikt een vliegtuig dat tegen de klok invliegt in de regel meer of minder energie dan hetzelfde vliegtuig op de retourvlucht van dit traject?

Piloten maken op intercontinentale vluchten vaak gebruik van straalstromen, krachtige winden die op de rand van de troposfeer waaien, op zo’n tien kilometer hoogte. De straalstromen zijn zeer geconcentreerd: ze zien eruit als een lint van een paar honderd kilometer breed en een kilometer of zes dik. De wind bereikt er snelheden van een vijf-, zeshonderd kilometer per uur en waait van west naar oost. Op vluchten van de Verenigde Staten naar Europa hebben piloten hem graag in de rug en zoeken ze hem op door de juiste vlieghoogte te kiezen (C). Op de terugreis mijden ze hem liever.

19. Wat is de zuinigste manier om je bad te laten vollopen met water van 38 graden Celsius?

Als je eerst het warme water erin doet, is het badwater gedurende de hele vulprocedure heter dan 38 graden. En verliest het meer warmte aan de omgeving dan wanneer je eerst het koude erin doet, en het water dus nooit warmer wordt dan 38 graden. Wie de mengkraan gebruikt, zit er precies tussen in. Bij koud eerst, is er dus het minste warmteverlies (A).

20. Wanneer loopt een bad water het snelst leeg?

Als de badgast blijft zitten, is het waterpeil hoger dan wanneer hij eruit stapt. Bij een hoger peil is de waterdruk hoger, en loopt het bad sneller leeg (A).

Tenzij de bader op het afvoerputje zit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden