De babyboom wordt bejaarden-boom

Nederlanders hangen nog altijd sterk aan de verzorgingsstaat. Meer dan negentig procent van de 50-plussers vindt dat de overheid er garant voor moet staan dat zorgbehoevende ouderen, die zorg ook krijgen. Veel minder mensen zijn ervan overtuigd dat ze op diezelfde overheid kunnen rekenen als ze hulpbehoevend worden. Eén op de drie 50-plussers is daar allerminst gerust op.

Dit blijkt uit een opinieonderzoek dat het marktonderzoeksinstituut NIPO heeft uitgevoerd in opdracht van Trouw. Het is niet het enige teken dat veel Nederlanders bezorgd zijn over hun oude dag. Ruim een op de drie 50-plussers zegt zichzelf niet met een gerust hart toe te vertrouwen aan een verzorgings- of verpleeghuis, mocht dat nodig zijn. Jongere Nederlanders - van 18 tot 49 jaar - maken zich iets minder zorgen, al zou toch nog 22 procent van hen zijn of haar ouders niet graag naar een verzorgings-of verpleeghuis brengen.

Nederland vergrijst. De naoorlogse babyboom wordt nu in rap tempo een bejaardenboom. Over twintig jaar zullen drie miljoen Nederlanders de 65 zijn gepasseerd; in het jaar 2040 zijn dat er ruim vier miljoen. Dan zal ongeveer één op de vier Nederlanders 65 jaar of ouder zijn. Zal de zorg voor 's lands ouderen onder deze vergrijzingsdruk overeind blijven? Er zijn al zoveel problemen: wachtlijsten, personeelstekorten, klachten over de kwaliteit van de zorg.

Hebben de Nederlanders, jong dan wel oud, nog vertrouwen in ons stelsel van ouderenzorg, nu en in de nabije toekomst? En wie gaat die zorg betalen? Deze en andere vragen legde Trouw voor aan een representatieve steekproef van ruim 900 Nederlanders: een groep jongeren (18 tot 35 jaar), een middengroep (35 tot 50 jaar) en een groep ouderen (50 jaar en ouder).

Mensen onder de vijftig kregen de vraag voorgelegd of ze hun ouders of grootouders met een gerust hart naar een verzorgings- of verpleeghuis zouden brengen. Bij ruim één op de vijf luidt het antwoord 'nee'. Deze mensen vrezen vooral dat het personeel te weinig tijd heeft om goede zorg te verlenen - mogelijk een gevolg van de vele verhalen over hulpbehoevende ouderen op lange wachtlijsten en over demente bejaarden, overgelaten aan verzorgenden die voortdurend bezig zijn met een race tegen de klok.

Aan 50-plussers werd gevraagd of zij zichzelf met een gerust hart in een verpleeg- of verzorgingshuis zouden laten opnemen. 'Nee', zegt 34 procent. Omdat ook zij vrezen dat het personeel niet genoeg tijd voor hen heeft. Maar vooral omdat ze bang zijn hun zelfstandigheid en persoonlijke leefstijl te verliezen. Bovendien lijken discussies over euthanasie en versterving niet voorbij te gaan aan de 34 procent verontruste 50-plussers. Maar liefst de helft van hen is bang dat anderen zullen beslissen over hun leven en dood - iets waar jongeren zich veel minder zorgen over maken.

Dat juist veel oudere Nederlanders geen vertrouwen hebben in de ouderenzorg, verontrust C. Knipscheer, hoogleraar sociale gerontologie aan de Vrije Universiteit. Hij boog zich samen met Trouw over de onderzoeksuitkomsten. ,,Het gaat om één op de drie 50-plussers. Een hoog percentage binnen een groep mensen die toch vrij snel met die zorg te maken kan krijgen. De verantwoordelijke staatssecretaris mag zich daar niet bij neerleggen.''

Maar liefst 62 procent van de mensen boven de vijftig vindt dat de overheid op dit moment te weinig geld in de ouderenzorg steekt. Mensen tussen de 18 en 49 jaar delen die mening. De vergrijzing zal de kosten voor ouderenzorg sowieso opdrijven, ook als die op hetzelfde peil blijft als nu. Toch vindt tweederde van de mensen onder de vijftig dat de kwaliteit van de ouderenzorg beter moet. Daar willen ze best - naar draagkracht - aan meebetalen.

Ouderen tonen zich op dit punt bescheidener. Slechts weinigen vinden dat jongere generaties geld moeten neertellen voor een betere ouderenzorg. Ruim veertig procent van de 50-plussers is tevreden als de huidige kwaliteit blijft gehandhaafd.

Het lijkt tekenend voor de oudere generaties, die kennelijk geen al te grote wissel op jongeren willen trekken. Niet als het gaat om (financiële) solidariteit tussen oudere en jongere generaties, en niet als het gaat om de zorg van kinderen voor hun ouders.

Familiebanden worden losser, de individualisering rukt op. Onder jong en oud. Van de jongere ondervraagden vindt ruim 40 procent dat kinderen niet langdurig hoeven bij te springen in het huishouden van hun ouders. Bijna driekwart vindt dat kinderen niet verplicht zijn hun ouders gedurende langere tijd te helpen met hun lichamelijke verzorging, bijvoorbeeld met wassen en aankleden.

De 50-plussers zijn het hiermee meer dan eens: zestig procent van hen vindt dat kinderen geen huishoudelijke hulp hoeven te bieden aan hun ouders. Voor vier op de vijf ligt lichamelijke verzorging van ouders door hun kinderen al helemaal niet voor de hand.

,,Een belangrijk credo in deze tijd is: ik wil mijn kinderen niet tot last zijn'', zegt hoogleraar Knipscheer. ,,Naarmate mensen ouder worden, worden ze daar huiveriger voor, blijkt ook uit deze antwoorden. Als de vraag was geweest: vindt u dat uw eigen kinderen verantwoordelijk zijn voor uw huishoudelijke of lichamelijke verzorging, dan was een nóg groter percentage het daarmee oneens geweest. Zelfs al vinden mensen dat kinderen wél veel voor hun ouders moeten doen, dan weten ze voor hun eigen kinderen altijd wel excuses te verzinnen. Dat ze te ver weg wonen, dat ze zelf een druk gezin hebben, noem maar op.''

Los van wat kinderen wel of niet voor hun ouders willen doen, een meerderheid van de ouderen zou het liefst door een 'professional' worden verzorgd. Een van de geënqûeteerde 50-plussers verwoordt het zo: 'Als ik een herseninfarct krijg of verlamd raak, wil ik liever afhankelijk zijn van de zorg van vreemden dan die van mijn kinderen.'

Veruit de meeste 50-plussers - 93 procent - vinden dat de overheid verantwoordelijk is voor hun verzorging, mochten ze die nodig hebben. Een opvallend hoog percentage, vindt prof. Knipscheer. ,,Deze mensen leggen enorme claims bij de overheid. Terwijl ze nu toch al vijftien jaar meemaken hoe de verzorgingsstaat zich terugtrekt.''

Overigens hebben deze 50-plussers er veel minder vertrouwen in dat de overheid ook werkelijk voor ze klaar staat als ze zichzelf niet meer kunnen redden. Een flink deel van hen - 32 procent - rekent daar niet op.

Dat de verzorgingsstaat hard nodig blijft, blijkt wel uit de verwachtingen van mensen over hun financiële positie na hun 65-ste. Van de mensen tussen de 50 en 65 jaar verwacht ruim een kwart dat ze het financieel moeilijk zullen gaan krijgen. ,,Eén op de drie moet het met alleen AOW doen'', zegt Knipscheer. ,,Twintig tot dertig procent van deze mensen gaat straks echt marginaal de ouderdom in.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden