De baan van z'n leven en toch verlegt trombonist Jörgen van Rijen (26) zijn horizon.

De volle, rode lippen, met de twee kuiltjes duidelijk zichtbaar in de bovenlip, zijn onmiskenbaar die van een koperblazer. Jörgen van Rijen (29) lijkt in de wieg gelegd voor de trombone. Als zoon van de voorzitter van een harmonievereniging keek en luisterde hij als kleuter al geboeid naar de trombonisten. Vanaf zijn achtste kreeg hij les van een trombonist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO). Toen zijn leraar ziek werd, ging hij op zijn vijftiende over naar een nieuwe trombonist van het Rotterdams. En amper 21 jaar oud stapte hij in de voetsporen van zijn leraren en werd hij zelf trombonist bij het RPhO. En of dat nog niet genoeg was, werd hij een jaar later aangenomen als trombonist bij het Concertgebouworkest.

Tja, zijn studie was nog niet af. Hij had nog graag in het buitenland bij beroemde collega's in de leer gegaan. Maar een droombaan als deze laat je niet lopen. Van Rijen lacht een beetje verontschuldigend als de onwaarschijnlijke snelheid van zijn loopbaan aan de orde komt. Zo is het nu eenmaal gelopen. ,,Het conservatorium heb ik later afgemaakt. En ik heb een paar maanden in Lyon gestudeerd bij Michel Becquet, maar van mijn andere studieplannen kwam niet veel meer terecht.''

De eerste jaren was dat niet erg. Van Rijen: ,,Je zit bij repetities en concerten te luisteren en bent alleen maar dolblij dat je daarin mee mag spelen. Mijn eerste stuk bij het Concertgebouworkest was de Vijfde symfonie van Mahler. Mijn mond viel open van wat er om me heen klonk. Daar leer je dus ontzettend veel van.''

Maar vanaf zijn zesentwintigste begon er iets te knagen. Een midlifecrisis kun je het misschien niet noemen. Toch kwam bij Van Rijen de vraag op die normaal gesproken rond de veertig opdoemt: Is this all there is? Van Rijen: ,,Op mijn 26ste had ik de baan van mijn leven. Ik vroeg mij af: wat wil ik nu eigenlijk nog? Ik had geen zin om me de komende dertig jaar niet meer te ontwikkelen.''

Van Rijen ging lesgeven aan het conservatorium in Rotterdam, maar pakte zelf ook het studeren weer op. Hij reisde naar Chicago, waar het orkest de kraamkamer is van veel nieuwe trombonetechnieken. Ook logeerde hij een tijdje bij Christian Lindberg, de beroemdste trombonist ter wereld en de enige die als solist zijn geld kan verdienen. Maar trombonisten vormen maar een klein kringetje en Van Rijen wilde verder kijken.

,,Via een oud-collega kwam ik in contact met cellist Anner Bijlsma. Anners vader was trombonist en heeft een hele school van trombonisten opgeleid. Ik wilde graag eens met een cellist werken, omdat een cello en een trombone qua register op elkaar lijken. Het zijn verwante instrumenten.''

Wat leert Bijlsma hem? ,,Ik leer van hem niet over de trombone, maar over muziek. Hij houdt geen rekening met het instrument, maar zegt gewoon: 'Dit klinkt mooi en dit klinkt lelijk.' Soms is dat wel frustrerend. Als hij vraagt: 'Waarom doe je dit zo?' of 'Waarom klinkt dit zo lelijk?', is dat meestal omdat het zo moeilijk is. Maar daar kom ik niet mee weg. Dan moet ik gaan zoeken naar een manier die wel mooi klinkt. En als je voorstelling van hoe het moet worden maar sterk genoeg is, vindt je lichaam altijd een oplossing.''

Het verschil met de koperwereld is groot, vindt Van Rijen. ,,Als koperblazer ben ik allang blij als de noten er een beetje aannemelijk uitkomen. Dat is al moeilijk genoeg. Vooral in de hoogte is het lastig de juiste noot te raken. De g, a, b en cis speel je allemaal met de schuif in dezelfde positie. Het onderscheid tussen die noten maak je met je lippen. Dat blijft gedeeltelijk oncontroleerbaar. Maar ik wil loskomen van dit probleem. Mijn doel is dat mensen geen trombone meer horen, maar muziek.''

In eerste instantie behandelde Van Rijen tromboneconcerten met Bijlsma. Maar op een gegeven moment kwamen de cellosuites van Bach op de lessenaar te staan. ,,Die gebruiken trombonisten vaak als etude. Heel wat betere muziek dan de bekende Oost-Europese trombone-etudes. Sommigen spelen deze suites ook op concerten. Maar als ze al bijna onspeelbaar zijn voor cellisten, zijn ze dat helemaal voor trombonisten. Wij kunnen geen twee noten tegelijk laten klinken of de meerstemmigheid door klankverschillen boven water halen. Sommigen laten daarom gewoon wat noten weg. Allemaal niet zo bevredigend. Maar Anner heeft voor mij een trombonebewerking van de tweede suite gemaakt. En die is wel mooi geworden en toch speelbaar.''

Van Rijen zal in december de solopartij in het tromboneconcert 'Solo' van Luciano Berio bij het Concertgebouworkest spelen. Spannend? Ja. ,,Maar weet je wat pas echt spannend is? De Boléro van Ravel. Wat klinkt als een simpel melodietje is een ramp voor trombonisten. Eerst zit je tien minuten stil. Je probeert intussen je mondstuk warm te houden in je broekzak. Dan bij nummer veertien moet je inzetten op de bes, de hoogste noot die in de boekjes over trombone staat beschreven. Die bes is bij een trombone al gauw een a of een b of een c, want je moet hem met je lippen vormen. En dat kun je nooit honderd procent controleren. Zeker niet als je al tien minuten stil hebt gezeten en koude lippen hebt. Daar kun je maanden voor in de zenuwen zitten. Solo spelen is ook heel moeilijk, maar daar kun je je tenminste goed op voorbereiden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden