De autoriteitenfluisteraar

En daar is ie weer: Dig Istha, de troubleshooter van... ja van wie eigenlijk? Van wie hem voor een vorstelijke vergoeding inhuurt. Buitenlandse zaken, Financiën, de PvdA, bureau Berenschot, justitie, of de KLM bijvoorbeeld. Ditmaal haalt Dig Istha (49) de krantenkolommen als voorzitter van het bestuur van de Stichting Nederlands Filmmuseum dat niet wil deelnemen aan een centrum voor Beeldcultuur.

Hans Marijnissen

Staatssecretaris Rick van der Ploeg zal zichzelf een zwakkere tegenstander gewenst hebben. Vermoedelijk heeft de stichting in november 1997 Istha niet als voorzitter aangesteld als voorschot op het te verwachten getrek om het Beeldinstituut (komt dat in Amsterdam of Rotterdam?), maar het bestuur is in ieder geval te complimenteren met een vooruitziende blik. Met Istha lijk je een oorlog te kunnen winnen.

Istha is een adviseur met een rechte rug, die soms wat in ronde bewoordingen spreekt, te hard en te duidelijk is, maar staat voor zijn zaak, althans voor de zaak die hij moet verkopen. Hij is een charmeur, soms wat norsig; Felix Rottenberg noemt hem een 'Amerikaan binnen Nederlandse verhoudingen'. Istha is niet de figuur die graag in de pers figureert, het liefst werkt hij achter de schermen, of náást de persoon in de schijnwerpers om hem af en toe een adviesje in te fluisteren.

Hij begeleidt mensen, zo zegt hij zelf, naar de publiciteit, maar eenmaal daar aangekomen moeten zij het zelf doen, al wil hij soms op autoritaire wijze corrigeren, waarbij hij zijn handen in zijn bretels haakt. 'De minister heeft niet gezegd wat hij heeft gezegd', is een bekende uitspraak van hem. En ooit dwong hij minister Winnie Sorgdrager (justitie) al een door haar geautoriseerd interview met Opzij af te zwakken.

Istha kraakte als actief lid van de studentenbeweging met Ton Regtien eigenhandig de zware deuren van het Maagdenhuis in Amsterdam dat daarna bezet kon worden, en verliet die beweging weer toen Regtien een meer dan kameraadschappelijke verhouding met Istha's vriendin bleek te zijn begonnen. Hij ging daarop op wereldreis, en trad - eenmaal terug als verpleger - in dienst bij het inmiddels ter ziele gegane Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, waar hij door het werken met verwarde en suïcidale patiënten volgens eigen zeggen leerde wat crisismanagement was.

Die ervaring zou hem goed van pas komen. Als diplomaat in Rabat, Brussel (als woordvoerder van secretaris-generaal van de Navo Joseph Luns), Cairo, en opnieuw Brussel (EG). Maar ook daarna, als woordvoerder van toenmalig minister van buitenlandse zaken Hans van der Broek en adviseur van Bram Peper als burgemeester van Rotterdam. En nog sterker bij zijn geslaagde pogingen de PvdA in 1994 uit het moeras te trekken waarin de partij onder andere na het vertrek van Elske ter Veld terecht was gekomen.

Istha gooide in de PvdA-verkiezingscampagne het roer radicaal om. Als eerste wist hij de PvdA zo ver te krijgen niet met de 'sociaal-democratie' campagne te voeren, maar met de persoon Kok, wiens betrouwbaarheid het goed deed bij de potentiële kiezers. Die zochten na Lubbers een nieuwe premier, en Kok voldeed aan dat profiel, en of hij van de PvdA was kon een grote groep kiezers weinig schelen. Verder liet Istha de PvdA de traditionele parlementaire pers de rug toekeren. De partij zocht in de campagne bewust de lokale pers op, en Kok ging op bezoek bij populaire ondervragers als Andries Knevel, Ursul de Geer en Ivo Niehe. Kok werd uiteindelijk premier.

Winnie Sorgdrager, minister van justitie in het eerste paarse kabinet, zette bij haar aantreden de justitie-voorlichter op straat die haar voorganger Hirsch-Ballin had achtergelaten, oud-Tijdsein hoofdredacteur Henk van Rhee. Om Istha aan te trekken die nu na het CDA (Van den Broek) en de PvdA, D66 ging dienen. Dat departement, in crisis door de toen nog lopende IRT-affaire, kon wel wat goed nieuws gebruiken.

Ook buiten de muren van het departement zocht justitie Istha's hulp. Nadat een mega-drugszaak tegen Charles Z. op een fiasco was uitgelopen, waarbij de leden van het openbaar ministerie niet alleen door criminelen waren bedreigd, maar ook door de pers werden gemangeld, dacht justitie dat een persoon als Istha onontbeerlijk was in een volgende megazaak: die tegen drugsbaron de Hakkelaar. Voor het eerst in het Nederlandse strafprocesrecht werd de zaak niet alleen in de zaal, maar vooral daarbuiten uitgevochten.

De twee officieren van justitie M. Witteveen en F. Teeven lieten zich privé en in de raadkamer volgen door een verslaggever van weekblad Vrij Nederland, er werd gezwaaid naar de camera, en de magistraten wisten feilloos op het juiste moment de juiste actualiteitenrubriek te vinden. Dankzij Istha, voor 3250 gulden per dag. Zijn adviezen bleken achteraf trouwens niet door iedereen op prijs te worden gesteld. De officieren Teeven en Witteveen zeiden dat Istha hun zaken had gemeld die zijzelf ook wel hadden kunnen bedenken, zoals: 'niet geeuwen in de camera'. En Sorgdrager vond de adviezen broodnodig, maar schrok van de kosten, zei ze in antwoord op kamervragen over wat de 'voorlichtingsaffaire' ging heten. Istha oogstte meer kritiek, bijvoorbeeld op zijn functie van presentator bij NCRV's 'Hier en Nu Nieuwspoort'. Hij zou volgens critici onmogelijk de functie van (politiek) adviseur en die van journalist gelijktijdig kunnen uitvoeren.

Istha wordt door al zijn connecties, verschillende banen en fluisteradviezen ook wel 'dokter spin' genoemd, een Nederlandse versie van de vooral Amerikaanse typering. Had Van der Ploeg hem maar ingehuurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden