Reportage

De autoritaire leiders van Algerije en Marokko zijn bijzonder kwetsbaar

De Algerijnse hoofdstad Algiers. Beeld Hollandse Hoogte / Ton Koene

Algerije en Marokko hebben beide een machtige overheid. Maar die macht is kwetsbaar. Deel 20 en het slot van de reisserie van Jonathan Holslag langs de rafelranden van Europa.

Europa beschouwt de landen in Noord-Afrika als een dam die de migratie uit het diepe zuiden van dat continent intoomt. Terwijl het reservoir erachter volloopt, lijken we echter nauwelijks aandacht te schenken aan de broosheid van de dam. Ik sluit mijn reis langs de buitenranden van Europa af met een bezoek aan Algerije en Marokko, twee landen die door onze ministers steeds vaker worden bezocht om er te praten over samenwerking inzake vluchtelingen en migranten. Algerije en Marokko worden beide bestuurd door autoritaire regimes, het ene land door een president-voor-het-leven en het andere door een machtige monarch. Maar in beide gevallen blijken die sterke mannen bijzonder kwetsbaar.

Beeld Louman & Friso

Moskee

De snelweg die de luchthaven van Algiers, de hoofdstad van Algerije, verbindt met het centrum leidt langs een gigantische bouwwerf. Hier wordt een nieuwe moskee opgetrokken met een minaret van tweehonderd meter hoog. Mannen zijn in de weer met lasapparaten. Vrachten stalen balken liggen klaar voor montage. Maar de mannen noch het staal zijn Algerijns. Het zijn Chinezen die de moskee bouwen met Chinees materiaal. En dat op een moment dat de werkloosheid in het land naar schatting oploopt tot vijftien procent. Een schande, vindt mijn taxichauffeur.

De toon is gezet en terwijl de chauffeur honderduit praat, denk ik terug aan mijn eerste taxiconversatie in Istanbul, enkele maanden geleden, die bijna dezelfde analyse opleverde: mensen hebben het wel door dat de politieke klasse religie gebruikt om economische mistoestanden te verdoezelen. De moskee biedt voor veel mensen de geborgenheid en solidariteit die ze elders in de grote steden missen. Het geloof biedt hen de waardigheid die ze in het dagelijkse leven niet krijgen. Maar veel van de gesprekspartners op mijn bezoeken aan de zuidflank van Europa, van de taxichauffeur en de bakker tot de onderwijzer, toonden zich allergisch voor het politieke misbruik van religie.

Deze luchthavenlaan voert langs bijna alle grote problemen waarmee het land worstelt. Naast de moskee strekt zich een olieraffinaderij uit, maar de inkomsten uit olie- en gasinvoer zijn geslonken van 75 miljard dollar in 2011 naar 27 miljard dollar in 2017. Dat leidde tot een kaalslag op het overheidsbudget en stakingen. Aan de andere kant van de weg ligt het parkeerterrein van een groot winkelcentrum er verlaten bij.

"Wat wil je? Mensen worden hier armer in dit land en alles in de winkels wordt duurder. Wat denkt u dat die barman daar verdient? 30.000 dinar (210 euro, JH) per maand, maximaal, en dat is niet genoeg als je weet dat de maandelijkse huur van een klein appartement aan de rand van de stad 25.000 dinar bedraagt." Aan het woord is Lila Massi, een rechten-studente, die ik samen met haar jaargenote, Djamila Taoufik, ontmoet in de buurt van de Kathedraal van het Heilig Hart. De kathedraal heeft de merkwaardige vorm van de koeltoren van een kerncentrale. Rondom heerst bedrijvigheid. Kramen met vis, groenten en fruit. "Ondanks de olie en het gas is onze economie nooit echt sterk geweest. De regering int het geld en verdeelt dat via overheidsbedrijven. Zo hield zij zichzelf in stand, maar echt ondernemerschap kwam er daardoor nooit. Nu merken we daar de gevolgen van." Wat valt eraan te doen, pols ik? "Op korte termijn, niets", antwoordt Djamila, "Mensen weten het niet meer. Wie kan vertrekken, vertrekt."

Rolstoel

Algerije telt veertig miljoen inwoners en de bevolking groei snel. Dat de toestand in het land precair is, werd me tijdens mijn bezoek door iedereen benadrukt en niets toont dat dramatischer aan dan de fysieke toestand van zijn staatshoofd: de 81-jarige president Abdelaziz Bouteflika. Hij is aan zijn rolstoel gekluisterd en diplomaten zeiden me dat zijn stem zelfs te zwak is om een conversatie te voeren. "Het kan elk moment met hem gedaan zijn en dan breekt de hel los", waarschuwt een Franse diplomaat. "Er zal gevochten worden om de macht, tussen het leger, de inlichtingendiensten en machtige oligarchen. Nu al proberen zij de steun van buitenlandse spelers te krijgen: Europa, de Verenigde Staten, Saudi-Arabië, Turkije, Qatar en zelfs Iran. Algerije dreigt opnieuw een strijdperk te worden, met energie, repressie en religie als wapens."

Gaan we dan terug naar een burgeroorlog zoals tussen 1991 en 2002? De oorlog toen brak ook uit in een context van onzekerheid, hoge werkloosheid, corruptie en inflatie. Het Islamitische Bevrijdingsfront, het FIS, mobiliseerde de bevolking op dat moment ook door in te spelen op de publieke ontevredenheid, maar werd via de Moslimbroeders bewapend, aanvankelijk door Libië en Saudi-Arabië, nadien wellicht door Iran en Qatar. De gelijkenissen tussen de economische problemen aan het begin van de burgeroorlog en de toestand vandaag zijn groot. Tegelijkertijd blijkt de macht van de regering van Bouteflika zowat een weerspiegeling van de curve van de aardgasprijzen: een steile klim vlak na de burgeroorlog, stagnatie sinds pakweg 2012 en snelle verzwakking sindsdien.

Kan de bevolking niet gewoon in opstand komen, zonder achter islam-extremisten aan te hollen en met verkiezingen? Volgend jaar zijn er verkiezingen. "Mensen geloven er niet meer in en gaan gewoon niet stemmen. Aan de ene kant willen ze verandering, maar aan de andere kant willen ze niet terug naar het geweld van vroeger", verklaart opnieuw Lila Massi. "Het is ieder voor zich. De islamitische bewegingen zijn eigenlijk de enige die op voldoende grote schaal mensen op de been kunnen brengen. Soms komen jongeren nog op straat, maar de meeste jongeren willen hier vooral weg." Die boodschap hoor ik meer. Grote protesten zijn niet uit te sluiten, zeker als Bouteflika overlijdt, maar daarna zou vooral een proces van politieke fragmentatie en criminalisering volgen, een proces waarin radicalisme zich gemakkelijker zal manifesteren.

Tanger

Het is tijd om te vertrekken, naar buurland Marokko. De landsgrenzen tussen beide zijn gesloten, dus moet ik opnieuw het vliegtuig in. In vergelijking met het regime in Algerije lijkt de Marokkaanse koning veel steviger in het zadel te zitten en te blaken van zelfvertrouwen. Koning Mohammed VI wordt in Europa gezien als een verlichte monarch die garant staat voor een gematigde islam. Maar klopt dat? Ik ben op weg naar Tanger en het Marokkaanse vasteland komt in zicht.

Sinds mijn laatste bezoek blijkt nog meer van de grillige kustlijn te zijn ingenomen door havendokken: havens voor luxejachten, havens voor tankers en havens voor containerschepen. Geografisch is Tanger de synaps tussen het Europese en Afrikaanse continent, alsook tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Het is de commerciële poort tussen vier werelden. Tot nog toe zag Tanger de gigantische schepen op weg naar Rotterdam en Antwerpen vooral voorbijvaren, maar nu wil het een deel van de koek. "Tanger is de meest favoriete bestemming voor buitenlandse investeringen in heel Afrika", vertelt havenmanager Ahmed El Ftouh trots. "En dit is slechts het begin."

Marokko groeit. Overal worden kantoorgebouwen opgetrokken. Villawijken schieten uit de grond. Het is het stabielste land in de regio en politici van over heel de wereld bewieroken de pragmatische hervormingen van het machtige koningshuis. Als kers op de taart wil Marokko in 2026 het WK voetbal organiseren. Voorlopig geven de dokken in het noorden van Tanger echter een desolate aanblik. Een enkel bulkschip ligt er. Er zijn genoeg redenen om het Marokkaanse groeimirakel voorzichtig in te schatten. Ondanks het succes van de auto-industrie heeft het land een groeiend handelstekort en ook de overheidsschuld is opgelopen.

De Marokkaanse plaats Tanger. Beeld Hollandse Hoogte / Laif - special Fee

Tevreden

Wie de situatie in Marokko geografisch probeert samen te vatten, kan de noordelijke kustvlakte, tussen Casablanca en Tanger, zien als het machtscentrum. Hier ligt de thuisbasis van de koninklijke familie en de industrie. Deze groene vlakte staat onder economische invloed van Frankrijk en religieuze invloed van het Saudi-Arabische koningshuis dat iets buiten Tanger overigens een enorm landgoed bezit. Rondom die microkosmos van marmer, jachten en paleizen mag zich, ver genoeg verwijderd van de Rivièra, een kleine nieuwe middenklasse vlijen, in geordende betonnen blokjes in kunstmatige woonwijken, achter het televisiescherm dat zowel Europese merken als pelgrimstochten naar Mekka promoot. Hier wordt gewerkt om te consumeren.

Rondom dit hartland wonen miljoenen Marokkanen in kleine dorpen, in de heuvels, in het Atlasgebergte en in de voorlopers van de Sahara. Dit is de uitgestrekte periferie van Marokko. Terwijl het hartland welvarend is, zijn burgers hier een stuk armer. En terwijl het hartland overwegend Arabisch is, wordt deze periferie bevolkt door Berbergemeenschappen. Eigenlijk is dat een voortzetting van de geschiedenis. Sinds zijn oprichting in de zeventiende eeuw probeert het Arabische koningshuis, de Alaoui, de berbers onder de duim te houden. De belangrijkste strategie daarbij was steevast om de economische contacten tussen het hardleerse achterland en de rest van de wereld te controleren. De dynastie doet het vandaag nog steeds. De koninklijke familie controleert met de Nationale Investeringsmaatschappij 5 miljard euro en met monopolies bepaalt zij wie er rijk wordt - en wie niet.

De snelweg van de kustvlakte door het Atlasgebergte is een tijdreis, een weg van twee snelheden, met auto's in het ene baanvak; ezelkarren op het andere, traag sjokkend, net zoals dat al honderden jaren gebeurt over deze karavaanweg tussen de Golf van Guinee en de Middellandse Zee. Hoe kijken de mensen hier naar de situatie? Over het koningshuis wil niemand veel kwijt en ondanks de armoede hoor je van weinig mensen dat het slechter gaat, in tegenstelling dus tot veel andere Noord-Afrikaanse landen. Heel veel jongeren slingeren echter tussen de traditie van de bergen en de moderniteit van de vlakte, tussen de geborgenheid van de dorpen en de anonimiteit van de steden, tussen de berberse fierheid op zelfredzaamheid en afhankelijkheid. Het is een soort van sociaal en cultureel niemandsland.

Oceaan

Vanuit de Atlas rijd ik via de oude saffraanroute naar de kust. De zwaluwen zitten in het lentezonnetje klaar om naar Europa te vliegen. Ikzelf ook. Met de oceaan in zicht heb ik het einddoel van mijn reis bereikt, een reis die mij van Groenland in de Atlantische Oceaan via Oost-Europa, de Balkan en het Midden-Oosten terug bij de Atlantische Oceaan bracht, in een klein Marokkaans vissersdorpje.

Ondanks de groei is Marokko kwetsbaar, want de middelen om de stabiliteit af te kopen zijn beperkt en veel Marokkanen voelen zich ongemakkelijk bij de aard van de vooruitgang. Tijdens mijn reis rondom Europa werd ik vaak geconfronteerd met geopolitieke uitdagingen, maar als iets voor mij bijdraagt aan de politieke onzekerheid, migratie en extremisme, dan bleek dat steeds opnieuw een ontwikkelingsmodel dat onvoldoende kansen biedt, kansen op welvaart, kansen op waardigheid en kansen op geborgenheid. Ook Europa zal daarmee in het reine moeten komen, want met prikkeldraad rondom een verdeelde samenleving redden we het heus niet.

En, neen, we hoeven heus niet terug naar de dorpen en de kerktorens van weleer, maar misschien valt in de afgelegen Marokkaanse dorpjes, in de bergen en langs de Atlantische kust toch iets te vinden dat wij in onze drang naar welvaart verloren en stiekem terugwensen: respect tussen de generaties, behulpzaamheid, fierheid op de vruchten van de arbeid en contact met de natuur. Wellicht moeten we vooruitgang wat meer gaan definiëren als een nieuw evenwicht tussen de weelde van de wereld en de geborgenheid van het dorp. De zon gaat onder. Een laatste vissersbootje trotseert de golven en loopt zijn haven binnen. Een mooier beeld om mijn reis mee af te sluiten kon ik mij niet bedenken.

De naam van de Franse diplomaat is bij de redactie bekend.

De Vlaamse politicoloog Jonathan Holslag reisde voor Trouw langs de rafelranden van Europa. Hij spreekt met politici en gewone mensen over om uit te vinden hoe Europa ervoor staat. Lees hier meer afleveringen van zijn serie.

Lees ook: Tanger is een magneet voor bedrijven, Spanje maakt zich zorgen

Sinds de goederenhaven van Tanger in gebruik is genomen, is de Marokkaanse havenstad een magneet voor bedrijven en werkzoekenden.

Lees ook: Algerijnse protestanten belijden hun geloof in het geniep

Hoewel het christendom in Algerije officieel niet verboden is, lopen de leden van de Protestantse Kerk niet te koop met hun geloof. Ze vrezen vooral de invloed en tegenstand van islamisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden