Review

De auteurs plassen geen cappuccino

Jean-Jacques Suurmond las de drie essays vanwege de Maand van de Spiritualiteit. Zijn conclusie: ’Ze verrassen niet, ze helpen niet mijzelf te vergeten’.

Vanwege de maand van de spiritualiteit zijn er liefst drie essays verschenen. Ze komen uit de voornaamste gebieden waar vandaag spiritualiteit wordt gekweekt: de ’spiritueel ongebondenen’, de gereformeerde en de rooms-katholieke traditie. Ik lees de essays tijdens een lange treinreis op zondag.

Het boekje van Kluun leest lekker weg, wat je zou verwachten van een voormalige reclameschrijver en bestsellerauteur. Hij vertelt hoe het overlijden van zijn vrouw hem tot een spirituele zoektocht inspireerde. In de ’wittedoodsweken’ voor haar sterven straalde zij zo’n groot mededogen en vertrouwen in een leven na de dood uit dat er in hem een luikje naar boven openging. Kluun heeft allerlei journalisten en wetenschappers gemaild met de vraag of er een God is en een leven na de dood. Niet verrassend, antwoordden ze bijna allemaal met ’nee’ of ’dat is onzeker’ – inclusief tv-journalist Paul Witteman die elke dag begint met het pingelen van Bach. Ja, je kunt van Bach genieten zonder gelovig te zijn, zoals je ook seks kunt hebben met een partner die je niet kent.

Kluun is verontwaardigd over dit resultaat, vindt het niet representatief voor het Nederlandse volk en spreekt zelfs van een ’dictatuur van het atheïsme’. Hij brengt buitenlandse wetenschappers in stelling die heus wel geloven. Overigens heeft hij, voormalig misdienaartje, niks met de kerk. Het helpt niet dat hij de God van de Bijbel ervan verdenkt een ’bovennatuurlijk, machtig wezen’ te zijn, ’met persoonlijkheidskenmerken zoals wij mensen die graag zouden zien’. Na veel zwerven in het toverland van New Age, concludeert hij dat God ’een ander woord voor liefde’ is.

Het boekje van de vrijgemaakt gereformeerde predikant Jos Douma is vriendelijk protestants, zonder Maarten ’t Hart-achtige toestanden van ouderlingen die over de avondlijke rietvelden roepen dat je kanker een straf van God is. Wel komen de tien geboden langs, maar die bijten niet. Hij schrijft dat God eindeloos veel groter is dan we kunnen beschrijven, en dat is precies het gevoel dat ik aan zijn boekje overhoud.

In navolging van de Amerikaanse auteur over spiritualiteit Richard Foster, mij nog bekend van het Fuller Seminary, worden methodes aanbevolen om spiritualiteit te oefenen. Bij mij heeft dat nooit geholpen. Misschien omdat ik vroeger op het internaat van de bijbelschool verplicht werd om op mijn kamer ’stille tijd’ te houden – vooral vermoed ik om mij van de meidenvleugel weg te houden. Mijn grote probleem met oefeningen in spiritualiteit is dat ik daarin met mijzelf bezig blijf: nu ga ik bidden, nu moet ik geconcentreerd luisteren, nu ga ik danken. Ik, ik, ik. Eentonig, als het ka-dang, ka-dang van mijn trein. Maar misschien ben ik gewoon een hopeloos geval en slaan zulke oefeningen bij anderen water uit de rots. Douma schrijft in een bevindelijke, quasi-intieme stijl waar ik een beetje de kriebels van krijg, maar hij zal mensen in de gereformeerde traditie aanspreken.

Ik kijk op van mijn lectuur, want er komt een jonge meid met rugzak de coupé binnen. Vreemde tijd van het jaar om te gaan trekken, denk ik. Maar de rugzak blijkt wonderlijk genoeg vol koffie te zitten. Met een slangetje waaraan een kraantje zit plast ze een bekertje cappuccino vol. Lang nadat ze met een vrolijke groet verdwenen is blijf ik verbijsterd naar mijn koffie kijken, totaal vergetend dat ik in de trein zit.

Dan pak ik het derde essay dat geschreven is door Erik Borgman, rooms-katholieke hoogleraar in de theologie. Het is het meest studieuze werk, compleet met noten waaronder een verwijzing naar een boek van de zachtmoedige Piet Schoonenberg. Schoonenberg wilde de oude dogma’s een onderhoudsbeurt geven zodat ze vandaag weer even mee kunnen, en dat probeert Borgman op zijn manier ook.

Maar het essay heeft iets onevenwichtigs. Op een gegeven moment schrok ik, want kreeg het gevoel dat ik een preek zat te lezen. En warempel: dat bleek ook zo te zijn. Andere hoofdstukken bestaan uit voormalige lezingen en artikelen. Het uiteindelijke resultaat is een wat massief overkomende catechismus, ’met de waarheid als inzet’.

Borgman zegt zinnige dingen, zoals over zorgeloosheid, het belang van het hier en nu (’we moeten werkelijk zijn waar we zijn’) en citeert de mystica Catharina van Siena. Die vergelijkt de liefhebber van God met een dronkaard ’die niet aan zichzelf denkt maar alleen aan de wijn’. Maar daar is in dit boek weinig van te merken. Het is niet tipsy genoeg.

Als ’cultuurtheologisch essay’ wil het tonen ’hoe het christendom een alternatief vormt voor de spiritualiteit van new age-achtige snit’. Daarvoor is het echter te uitleggend, te weinig persoonlijk. De Bijbel wordt bijvoorbeeld vergeleken met een stad, met steegjes en ondergrondse verbindingswegen. Maar gezwegen wordt over het menselijk innerlijk dat je toch ook kunt zien als een wirwar van straten, roestige bruggen en de nodige achterstandswijken. New agers willen in dit opzicht niet iets anders dan de redactie van het Nos-journaal: het moet vooral persoonlijk zijn waarbij de camera gemiddeld elke vijf minuten op een betraand gezicht inzoomt. Nee, de Klunen van deze aarde zullen door dit essay hun zweefmolentjes niet aan de wilgen hangen.

Mijn probleem is dat geen van deze auteurs cappuccino plast. Ze verrassen niet, ze helpen niet mijzelf te vergeten. Ik kijk door het raam van mijn coupé: daar glijdt de werkelijkheid met haar glinsterende sloten en gak-gak ganzen op armlengte afstand voorbij, zonder dat ik er contact mee kan maken. Want ik zit opgesloten in mijn trein en kan er niet uit. Ook deze drie boekjes blijven elk in hun eigen coupé, in het wereldje van Happinez of een gereformeerd of rooms-katholiek denksysteem. Is dat erg? Och, veel reizigers in die coupés laten zich comfortabel voortwiegen, en dat zij ze van harte gegund. Maar zelf zou ik zo graag dichterbij een Werkelijkheid komen die ik denken noch beseffen kan. Ik heb iets nodig wat dronken maakt en het glas breekt.

Iets waardoor deze zondag een Dag des Heren wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden