De atleet overleefde Duitse strafmarsen

Joop Snep 1921-2016

Zijn vader Peter was eind negentiende eeuw uit Nederland naar Duitsland gegaan om daar zijn vak, meubelmaker, nog beter onder de knie te krijgen - dat land was wat dat betreft het walhalla. Hij ontmoette er Gertrud die zijn vrouw zou worden en met wie hij acht kinderen kreeg, twee dochters en zes zoons, de jongste was Joop. Als kind speelde Joop vaak in de werkplaats van zijn vader, van hem leerde hij het vak dat hij later in zijn leven tot in de puntjes zou beheersen; hij kon z'n geluk niet op toen hij op z'n zesde een figuurzaagdoos kreeg.

Daar in Bonn aan het Stiftplatz waar het gezin woonde, zag hij vechtpartijen tussen jonge nazi's en linkse jongeren, hij klom op de keukentafel om een goed uitzicht te hebben. De opkomst van de nazi's en het daarmee gepaard gaande geweld was voor de ouders een van de redenen om naar Nederland te verhuizen. Wat ook meespeelde was dat de meubelmakerij door de hyperinflatie failliet was gegaan - biljetten van honderdduizenden mark waren de volgende dag niets waard, de kinderen speelden er een soort monopoly mee.

Joop was negen toen het gezin in Amsterdam arriveerde. Op school, maar vooral op straat, leerde hij al snel Nederlands. Hij was een goede leerling, die zeker de HBS had kunnen halen, maar daarvoor hadden zijn ouders geen geld. Joop ging naar de ambachtsschool waar hij zich verder bekwaamde in het meubelmakersvak. Voordat hij de zaak van zijn vader overnam, moest hij van hem een tijdje bij een baas werken.

Hij was bovendien een uitstekende sporter. Hij kon vooral fantastisch turnen en werd lid van een gymnastiekvereniging, hij turnde in katholiek verband. Maar hij was ook goed in handbal. Hoewel hij zelf amper kon schaken, was hij enthousiast over de successen van Max Eeuwe. Met vriendjes speelde hij op het trottoir voor zijn huis aan de Leliegracht de wedstrijden om het wereldkampioenschap na. En niemand kon beter dansen dan Joop, daarin kon hij zich helemaal uitleven.

Valse papieren

Intussen was vader Peter als reisleider gaan werken voor een bedrijf dat bustochten naar Duitsland organiseerde. Als de bus niet vol was, nam hij op de terugweg Joden mee die nazi-Duitsland wilden ontvluchten. Het was illegaal, maar het ging bij de grens altijd goed.

Het was de voorbode van verzetswerk dat Peter na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ondernam en waarbij hij al gauw zijn zoon Joop betrok. Met valse papieren wisten zij Joden van Nederland naar de grens te brengen op weg naar het neutrale Zwitserland. Maar ze werden verraden en gearresteerd, de vluchtroute werd opgerold. Via kamp Amersfoort werden ze op transport gesteld.

Joop en zijn vader kwamen in oktober 1942 terecht in concentratiekamp Sachsenhausen, ten noorden van Berlijn. Daar moesten ze meedoen aan het zogeheten schoenencommando. Om de appèlplaats heen lag een loopbaan van zevenhonderd meter, met zeven verschillende soorten plaveisel. Elke dag moesten ze van zes uur 's ochtends tot vijf uur 's middags over die baan lopen, rondje na rondje, elf uur lang, een afstand van ongeveer de marathon, 42 kilometer, met tussen de middag een hap brood en een kop waterige soep. Soms moesten ze zware bepakking meetorsen, en naziliederen aanheffen. Bewakers zweepten de gevangenen op en sloegen erop los als ze niet snel genoeg waren. Bij bosjes zegen ze van uitputting ineen, volgens schattingen vielen er per dag tien tot vijftien doden.

De gevangenen gingen ervan uit dat het een puur zinloze strafmaatregel was, verzonnen door een masochistische geest. Pas ver na de oorlog kwam een Duitse historica erachter dat deze Schuhprüfstrecke een initiatief was van Duitse schoenfabrikanten die door de schaarste aan materialen wilden uittesten welke stoffen een goede vervanging waren, en kampgevangenen waren spotgoedkope proefpersonen - zij liepen allerlei typen schoenen tot op de draad en tot bloedens toe op. De Wehrmacht, op zoek naar gedegen kistjes voor de Duitse soldaten op de slagvelden, werd ook opdrachtgever.

Vader en zoon Snep overleefden het experiment. Zij belandden na verloop van tijd in het buitenkamp Lichterfelde in Berlijn met een minder spartaans regime. Joop kreeg tot zijn verbijstering te horen dat hij terug moest naar Amsterdam om zich daar voor de Arbeitseinsatz te melden. Hij dook onder in zijn vaders bedrijf aan de Prinsengracht. Daar ging hij weer meubels maken. Een paar maanden later keerde zijn vader terug uit Duitsland.

Vakman

Na de oorlog bleef Joop actief in de meubelmakerij. De zaken gingen goed, hij nam twee broers van hem in dienst. Hij had de reputatie een voortreffelijke vakman te zijn, niet alleen in Amsterdam, maar tot over de grens. Hij kreeg mooie opdrachten om huizen in te richten, ver na zijn pensioen deed hij dat ook voor zijn familie.

Hij nam het sporten weer op, en het dansen. Joop was dansleider bij dansfestijnen in Krasnapolsky. Daar, maar ook op feesten met familie en vrienden, was hij de gangmaker. Hij stond bol van de energie en de levenslust. Hij ging met veel meisjes om, die hij van het turnen kende. Joop was in de dertig toen hij de wijkverpleegster Leny leerde kennen die zijn zieke vader en later zijn zieke moeder verzorgde. Ze trouwden in 1960 en kregen twee dochters.

Op de avond van 4 mei had hij het meestal moeilijk; als hij op tv naar de dodenherdenking op de Dam keek, biggelden de tranen over zijn wangen. Joop en Leny spraken veel met hun dochters over hun ervaringen in de oorlog.

Na de dood van zijn vrouw in 1999 vond hij een nieuw levensdoel. Op haar begrafenis klampte iemand hem aan - hij was later vergeten wie - die hem vroeg of hij op de hoogte was van het bestaan van de Stichting Nederlandse Vriendenkring Sachsenhausen. Dat was hij gek genoeg niet. Joop zocht contact, en kwam vervolgens ook in aanraking met het Internationale Sachsenhausen Comité. Daar werd hij namens Nederland lid van, en vorig jaar erelid. Vele jaren sprak hij op 4 mei bij de dodenherdenking in Sachsenhausen, georganiseerd door de Nederlandse ambassade. Vorig jaar nog vertelde hij in een documentaire van de Duitse tv over zijn ervaringen als Schuhläufer. Bij de herdenking dat jaar in het Belower Wald liep hij naar de bevriende spreker toe, omhelsde hem, barstte in snikken uit, en begon, in het Nederlands, het onzevader te bidden.

Ook op scholen in Nederland en Duitsland sprak hij over de verschrikkingen van de oorlog. Nooit meer Sachsenhausen, nooit meer Auschwitz, was zijn boodschap. De scholieren hingen aan z'n lippen. Hij vertelde zijn levensgeschiedenis aan Willem Peeters van de website Omzien. Zijn dochters en kleinkinderen gaf hij een groot gevoel van rechtvaardigheid en rechtsgelijkheid mee. Zowel Duitsland als Nederland onderscheidde hem.

De laatste jaren woonde Joop in verzorgingshuizen in Amsterdam. Hij had last van parkinson en hartritmestoornissen, maar was toch in redelijk goede gezondheid, volgde de Olympische Spelen in Rio nog op de voet, zag Epke misgrijpen op de rekstok. Zorgelijk was wel dat hij regelmatig viel, maar hij had zelf een constructie gemaakt waardoor hij dat dacht te kunnen voorkomen.

Afgelopen zaterdag zou hij 95 jaar geworden zijn. Op de laatste zondag van augustus brak hij echter zijn heup. Vijf dagen later stierf hij aan complicaties na de operatie.

Peter Joseph Snep werd geboren op 24 september 1921 in Bonn. Hij overleed op 2 september 2016 in Amsterdam.

Hij had goede herinneringen aan zijn jeugd in Bonn, Duits was de eerste taal die Joop Snep leerde. Maar Duitsland was ook het land waar hij gevangen zat in een concentratiekamp.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden