De ark en de bronzen boot

We lunchten bij Klausner. De kelner, een wat oudere man, herkende hem niet. Lutz Seiler vroeg, wijzend naar een tafel onder een raam: "Kunnen we daar gaan zitten?" "Ik weet niet of u kunt zitten", antwoordde de kelner ongeïnteresseerd, "die vraag kan ik niet beantwoorden." "Ach, de klassieke grap", zei Seiler met enig sarcasme.

Je schrijft een roman die alom wordt bezongen, die in 22 talen wordt vertaald, een roman die zich goeddeels hier in dit hotel-restaurant, deze Gaststätte, afspeelt, omdat je er in de zomer van '89 als afwaskracht hebt gewerkt, en dan krijg je er dezelfde barse behandeling als ieder ander.

"Ze haten toeristen", zei Seiler, auteur van de eilandroman 'Kruso', later tijdens de wandeling over Hiddensee, het droomeiland in de Oostzee. Dat was misschien wat al te kras, maar ik herinner me die vijandige stugheid en dat wantrouwen nog goed, dat je als bezoeker in lokalen en dorpen in de voormalige DDR tegemoet wasemde, destijds in de jaren na de Wende. Hiddensee is een idylle, bewoond door hoekige eilanders.

De titel 'Kruso' refereert aan Robinson Crusoe, maar in het boek is Kruso de afgekorte naam van Alexander Krusowitsch, een Russische Duitser of een Duitse Rus, die van de Gaststätte Zum Klausner een toevluchtsoord maakt voor de gestranden van die laatste DDR-zomer, de schipbreukelingen zoals hij ze noemt, degenen die even willen ontsnappen aan de grauwe knevels van de socialistische heilstaat, ontsnappen in een hippiegemeenschap met Kruso als guru en filosoof van de vrijheid.

Kruso. En Hiddensee was zijn ark.

Die vergelijking van het eiland met een schip maakte een kleine honderd jaar eerder ook de Nederlandse dichter Hendrik Marsman - daaraan herinnerde mij iemand via Twitter. Marsman verbleef enkele maanden op Hiddensee in 1921, logeerde er in of nabij de vuurtoren. 'Ruim en krachtig stroomde de zoute wind, die bloeide van de kruidenreuk, en achter de ruischende heuvlen der waatren waren de hemelen een paarlen schelp.' Zo schreef Marsman in De Gids, een artikel over de Oostenrijkse dichter Georg Trakl, wiens poëzie, hoe bijzonder, ook in 'Kruso' figureert. Het gedicht dat Marsman aan het eiland wijdde heet 'Hiddensoe' en opent met de woorden Bronzen boot.

Ja Hiddensee is een boot, de klif is zijn boeg, de vuurtoren zijn mast en 'de branding ruiste met ontblote tanden' - woorden van Lutz Seiler. Seiler is ook een dichter. Nee, hij is een dichter die zich van proza bedient.

Maar hoe keken de hoekige eilanders naar diens grote prozagedicht over hun eiland? "Het klopt voor 60 procent", citeerde Seiler grinnikend een van hen. In een ander spijs- en dranklokaal, het schilderachtige Zum Enddorn in Grieben, zei de eigenaar tegen me dat hij het boek na enkele hoofdstukken had weggelegd. Meer wilde hij er niet over zeggen. Een oudere visser die was aangeschoven zei dat zijn vriendin het nu las.

Zelf ervoeren we op Hiddensee de sensatie met de schrijver door diens boek te wandelen; nog even en we stolden zelf tot personages in inkt op papier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden