Review

De Argentijnse wonden zijn niet geheeld

De feiten zijn genoegzaam bekend. Van 1967 tot 1983 werd in Argentinië door een junta, die eerst onder leiding stond van Videla, en later van zijn opvolgers Viola en Galtieri, een vuile oorlog gevoerd tegen alle 'subversieve elementen', waarbij zeker dertigduizend burgers om het leven kwamen. De vermeende staatsvijanden werden eerst op brutale wijze ontvoerd en daarna in clandestiene concentratiekampen gefolterd. De nationale veiligheidsdoctrine was de ideologische dekmantel waarmee de repressie zichzelf legitimeerde. Het heette dat de christelijke waarden op het spel stonden en dat de westerse beschaving door grootscheepse zuiveringen van de ondergang moesten worden gered.

Argentinië was hiermee allerminst aan zijn proefstuk toe. Al sinds 1930 volgden de coups er elkaar op en heerste er een klimaat van politieke onverdraagzaamheid. Zelfs de door het volk op handen gedragen Perón had een uiterst autoritaire regeerstijl. Maar wat de rechtse dictatuur aanrichtte, tartte alle verbeelding.

Nu, vijfentwintig jaar later, betalen de Argentijnen nog steeds een zware tol. Veel families zijn gehavend, het sociale weefsel is stuk, en de economie bankroet. Op gerechtigheid hoeft het getroffen deel van de bevolking ook al niet te rekenen. De processen die in 1985 hooggespannen verwachtingen wekten zijn immers met een sisser afgelopen -meer bepaald met de ongrondwettelijke gratieverleningen van de vorige president Carlos Menem. Een holle verzoeningsretoriek moet die schandelijke straffeloosheid verhullen.

Dat de wonden niet zijn geheeld, maar integendeel van de ene generatie op de andere zijn overgedragen, blijkt onder meer uit de literaire productie van de laatste tijd. De romans die in de afgelopen twee jaar zijn verschenen handelen hoofdzakelijk over de morele en psychologische dilemma's die samenhangen met de door de militairen gepleegde babyroof. Twee ervan zijn in het Nederlands vertaald: 'Luz', van Elsa Osorio, waarin het hoofdpersonage op zoek gaat naar de identiteit die haar twintig jaar lang werd onthouden en erachter komt dat zij zo'n kind is dat bij haar gedetineerde biologische moeder werd weggehaald om aan een militair te worden toegewezen, en pas geleden 'Een geheim voor Julia' van Patricia Sagastizábal, het verhaal van Mercedes Beecham, een Argentijnse vrouw die in haar vaderland gevangen heeft gezeten en door een van haar ondervragers werd verkracht. Wanneer zij vrij komt, vestigt ze zich als balling in Engeland. Nog maar pas is ze in Londen aangekomen, of ze ontdekt dat ze zwanger is. Een tijd later bevalt ze van Julia, het kind van haar beul, de vleesgeworden vernedering van wie ze desondanks houdt.

Beide romans vullen elkaar goed aan omdat ze eenzelfde problematiek vanuit verschillende gezichtspunten belichten. In 'Luz' komt de gedupeerde dochter aan het woord terwijl 'Een geheim van Julia' vooral Mercedes' ambivalente gevoelens tot uitdrukking brengt. Hoewel er ook aanzienlijke verschillen zijn tussen de twee romans -'Luz' is beheerster geschreven en beter opgebouwd- vallen er enkele gemeenschappelijke kenmerken aan te wijzen. Beide hoofdpersonages zijn erg betrokken bij hun verhaal. Ze hebben de drang om orde aan te brengen in hun overhoop gehaalde leven en het schrijven vervult een therapeutische functie in dit proces. Mercedes beschouwt haar dagboek tevens als voorbereiding op het gesprek met Julia, waarvan ze weet dat het niet kan uitblijven. Ze is echter zo bang ook nog haar dochter kwijt te raken, dat ze het geheim angstvallig voor zich houdt.

Toch staat de waarheid, hoe pijnlijk ook, gelijk met de opluchting voor alle betrokkenen. Pas wanneer de personages ophouden tegen zichzelf te vechten, kan het rouwproces echt beginnen. Als Mercedes op een dag haar folteraar in Londen op straat tegenkomt, kan ze de confrontatie trouwens niet langer uit de weg gaan. Deze ontmoeting maakt van de roman ook een striemende aanklacht tegen de amnestie, waardoor alle verantwoordelijken vrijuit zijn kunnen gaan.

Deze getuigenisromans zijn in meerdere opzichten representatief. Ten eerste geven ze, zoals gezegd, aan met welke aspecten van de dictatuur Argentinië nog niet in het reine is. In de tweede plaats zijn ze kenmerkend voor de manier waarop vrouwelijke auteurs hun trauma's literair hebben verwerkt. Onderwerpen als verkrachting, moederschap en familiebanden, die diep in het lichaam ingrijpen en bijgevolg naast emotionele ook fysieke reacties opwekken, overheersen in deze boeken, zoals blijkt uit Mercedes' afkeer van mannen, of Luz' intuïtie dat ze niet het kind van haar (adoptie-)ouders is.

Aangrijpende en toegankelijke getuigenisromans als 'Luz' en 'Een geheim voor Julia' zijn nog in een ander opzicht interessant: ze zeggen iets over het gevoerde vertaalbeleid, waarin nauwelijks plaats is voor complexere werken, die flink wat voorkennis vergen met betrekking tot de Argentijnse literatuur en geschiedenis. Hoe begrijpelijk het is dat Nederlandse uitgevers hiervoor terugschrikken, bewijst het feit dat het cultboek van de jaren tachtig, 'Respiracion artificial'(Kunstmatige ademhaling)(1980) van Ricardo Piglia onlangs pas in Spanje, waar niet eens een taalbarrière geldt, uitgebracht werd. Dit neemt niet weg dat zo'n eenzijdige selectie een vertekend beeld oplevert.

'Respiracion artificial' is het voorbeeld bij uitstek van een verzetsroman die tijdens de dictatuur werd gepubliceerd. Het hermetische karakter ervan vloeit, behalve uit de literatuuropvatting van Piglia, voort uit zijn positie van toen. In tegenstelling tot vele anderen, die in ballingschap gingen, bleef Piglia namelijk in het land, zodat hij, door de heersende censuur en de hierop anticiperende zelfcensuur, zijn toevlucht wel moest nemen tot mystificatie- en camouflageprocédés. Om brandend actuele thema's als ballingschap, schending van briefgeheim, verklikking en geweld aan te kaarten, koos Piglia de omweg van de geschiedenis. Het schrikbewind van een andere Argentijnse tiran, de negentiende-eeuwse Rosas, vertoonde tal van overeenkomsten met dat van Videla en de zijnen. De goede verstaander had het door, terwijl de censuur verdwaalde in het dichte web van verwijzingen en citaten. Ook andere auteurs zochten in de geschiedenis van hun land naar de wortels van het kwaad. Thomás Eloy Martinez onderzocht de figuur en de opvattingen van Perón, terwijl Sylvia Ipartaguirre in het onlangs vertaalde 'Vuurland' een andere zwarte bladzijde, de uitroeiing van de Indianen, onder de loep nam. Naast de historische roman kende ook de detective vanaf de jaren tachtig een nieuwe bloei met schrijvers als Juan Pablo Feinmann. De redenen lagen voor de hand. Argentinië was een politiestaat, de junta pleegde misdrijven die schreeuwden om opheldering.

Dat er zo antirealistisch en indirect geschreven werd op een ogenblik dat de politiek het leven van de Argentijnse burger volkomen beheerste lag dus aan de censuur. Maar een blik op het werk van de schrijvers die wél het land hadden verlaten, leert dat deze tendens ook bij hen voorkwam, en bijgevolg ook andere oorzaken had. Een daarvan is de sterke anti-mimetische traditie in Argentinië met boegbeelden als Macedonio Fernández en Jorge Luis Borges. Voorts moet het internationale postmoderne klimaat worden vermeld, dat in de jaren tachtig ook volop in Argentinië woedde. Een gevestigde naam als Julio Cortázar, die vanuit Parijs schreef, verafschuwde wat hij 'de twijfelachtige nauwgezetheid van het realisme' noemde. Toen eenmaal alle kwalificaties waren uitgeput, ,,alle gebaren van ontzetting vermoeid en vervuild, konden de verschrikkingen in zijn vaderland enkel worden aangeduid als 'dat'.''

Manuel Puig, die in 1973 al op de zwarte lijst stond in zijn land, koos voor een metaforische benadering in onder meer zijn profetische roman 'De kus van de spinnevrouw' uit 1976, waarin een gevangeniscel model staat voor heel Buenos Aires, en bij uitbreiding voor heel Argentinië.

In de allegorie 'Niemand niets nooit'(1980) van de in Frankrijk wonende Juan José Saer worden langs de oever van Paraná-rivier regelmatig paarden vermoord, en komt een sinistere politiecommissaris met de bijnaam Het Paard bij een aanslag om het leven. De ongecontroleerde jacht op de moordenaar wordt uitgebeeld in een atmosfeer van politieke angst. Allerlei wilde speculaties zetten bij de bevolking psychologische mechanismen in werking die goed lijken op diegene die door de junta werden teweeggebracht.

Na de val van het regime in 1983 moesten literaire overwegingen plaatsmaken voor naakte feiten die zonder veel franje op de lezer werden losgelaten. Gevangenen -sommigen met, anderen zonder schrijfervaring- getuigden over hoe het was, waarbij veel aandacht ging naar de beproevingen van het lichaam, het veranderde tijd- en ruimtebesef, overlevingsstrategieën en de relatie met folteraars en lotgenoten. Bitter weinig daarvan is in het Nederlands vertaald; wel, zij het in een bekorte versie, de 'Herinneringen aan de dood' van Miguel Bonasso, en 'Gevangene zonder naam zonder nummer' van Jacobo Timerman.

Deze teksten zijn minder rechttoe rechtaan dan ze lijken. De overlevenden worden vaak verscheurd door schuldgevoelens, en door de paradox dat ze moeten spreken toen ze er het zwijgen wilden toe doen, terwijl er na afloop ternauwernood naar hen werd geluisterd, omdat het grote vergeten was ingezet, of omdat al snel oververzadiging optrad. Ironisch genoeg berust het getuigenis dus op eenzelfde soort evenwicht tussen wat wel en wat niet wordt gezegd als de biecht tijdens de ondervragingen in het kamp. In 1984 mondde deze golf van ijzingwekkende verslagen uit in het boek 'Nunca Más' (Nooit Meer), dat onder leiding van de gezaghebbende schrijver Ernesto Sábato tot stand kwam en het materiaal leverde voor de waarheidscommissie. Een decennium later, en inmiddels juridisch buiten schot, sloegen ook enkele laaggeplaatste militairen een mea culpa, dat door journalisten werd opgetekend.

Intussen zijn de Argentijnen in de ban van de vraag welk soort monumenten de littekens in hun steden recht kunnen doen. In wezen is het probleem echter hetzelfde gebleven: hoe het onzegbare uitdrukken? Misschien had Cortázar gelijk, en komen de witte krijtlijnen om de denkbeeldige silhouetten van de verdwenen kinderen op de Plaza de Mayo dichter in de buurt van het machteloze 'dat' dan de knapste roman of het indrukwekkendste museum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden