De architect van de afrobeat

Afrikaanse ritmes zorgen met regelmaat voor invloed op de westerse popmuziek. Nu is het de beurt aan de afrobeat, waarvoor de Nigeriaanse drummer Tony Allen de basis legde.

Brian Eno noemde hem ’wellicht de beste drummer ooit’ en Britpop icoon Damon Albarn roemde hem als ’de eerste die me aan het dansen kreeg’. De Nigeriaanse drummer Tony Allen (Lagos, 1940) geeft vanavond in Utrecht zijn enige Nederlandse concert.

Alsof er telkens weer een nieuwe Stanley & Livingstone opstaan, zo keert Afrikaanse pop met een cyclische beweging terug in de westerse belangstelling. In de jaren zeventig met Osibisa en Manu Dibango, in de jaren tachtig met Youssou N’Dour, Ladysmith Black Mambazo en Salif Keita, het decennium daarop met Baobab en Cesaria Evora, en vandaag komt ze van alle kanten aangewaaid. Amerikaanse popgroepen als Vampire Weekend en The Dodos en de Nederlandse band Mdungu maken er furore mee. Er is geen dj meer die niet wat Ethiopische jazz en Nigeriaanse afrobeat in de koffer heeft.

Nieuw is dat levende legendes van rond de zeventig nu worden geadopteerd door popbands van naam. Ze vinden er een nieuwe inspiratiebron in. Zo bezorgde de Zaanse anarcho- punkband The Ex de Ethiopische saxofonist Getatchew Mekuria een tweede jeugd en kreeg zijn landgenoot Mulatu Astatke een hoofdrol toebedeeld in de Britse formatie The Heliocentrics.

Ook Tony Allen maakt een tweede carrière in zijn derde levensfase. Met de Engelse popsterren Damon Albarn van Blur en Paul Simonon van The Clash richtte hij The Good, The Bad en The Queen op. Het vermaarde platenlabel World Circuit ontfermde zich over zijn nieuwste album ’Secret agent’. Ondertussen stak het toonaangevende muziekblad Mojo de loftrompet over de nieuwe golf uit Afrika en bracht een speciale compilatie-cd uit. Mojo scheef afgelopen september: „Hoewel Afrika altijd al fenomenale muzikanten heeft voorgebracht, hebben de meesten moeten vechten om buiten eigen land te worden gehoord. Maar de laatste tijd zijn er steeds meer westerse labels die hen een wereldwijd podium bieden. Het album ’Africa Rising’ is de feestelijke weerslag hiervan. Welkom bij de ultieme soundtrack van je zomer.”

Allen, breed lachend en hip gekleed, blijft er de rust zelve onder. „Mijn afrobeat is er al 35 jaar, ik heb er gewoon op moeten wachten tot afrobeat in het westen zou worden ontdekt. Mensen sluiten hun ogen voor iets wat vlak voor ze ligt, nu gaan die ogen open.”

Geboren uit een Ghanese moeder en Nigeriaanse vader groeide Allen in Lagos op met de radio: „We hadden veel westerse muziek, maar ik luisterde ook naar jazz van drummers als Art Blakey en Alvin Jones. En natuurlijk James Brown. Hij kwam naar Lagos, maar speelde in het vijfsterren Palace Hotel, dat was

voor de big shots, dus ik had geen kans hem te zien. Altijd had ik de droom zijn drummer te mogen zijn, want die grooves konden veel beter vond ik.”

Tussen 1968 en 1979 drumde hij in het orkest van Fela Kuti met wie hij de afrobeat ontwikkelde, een complexe mix van Yoruba ritmes met James Brown grooves. „Allebei hadden we een andere benadering. Fela schreef als een zanger, ik als een drummer.” Allen verliet de band van Kuti en diens hofhouding met 35 vrouwen in 1979. „Hij had een groot ego, altijd moest ik werken volgens zijn aanpak, in alles had Fela het laatste woord. Ik wilde meer vrijheid, mijn eigen ding doen, dat was onmogelijk bij hem.” Ze bleven vrienden, Kuti produceerde zelfs Allen’s debuutalbum.

Met Kuti deelt Allen nog steeds het engagement. Net als bij hem bezitten zijn teksten een boodschap op onweerstaanbare dance beats. De albumcover van ’N.E.P.A.’ (Never Expect Power Always) uit 1984 bestaat uit een collage van nieuwsberichten over rellen, verkeersproblemen en mismanagement bij de nationale telefoonmaatschappij. Op ’Secret agent’ zet hij die lijn voort: ’Elewon Po’ (teveel gevangenen) is een aanklacht tegen het gevangenissysteem in Nigeria.

„Soms gebruik ik volkswijsheden om mensen een hart onder de riem te steken, zoals in ’Atuwaba’. Maak je niet druk, wanneer de zaken er slecht voor staan, kunnen ze alleen maar beter worden. Dat is mijn motto.”

Tony Allen. (FOTO BERNARD BENANT)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden