Review

De archeologische ziel van Sigmund Freud

Freud, de sfinx van Wenen: de archeologische collectie van Sigmund Freud; Boom 1994; geb., 205 blz. - Fl. 59,50 (na 10 juli 1994 Fl. 69,50).

Op 5 november van datzelfde jaar schrijft hij dat zijn verzameling niet meer groeit, net als de eigenaar was zij op sterven na dood. Een voorbeeld van een Freudiaanse vergissing? Nauwelijks een week tevoren had de prinses hem nog een Venusbeeldje cadeau gedaan, tot even onder het middel naakt, kijkend naar zichzelf in een handspiegel: de vrouw die haar lichamelijk gebrek narcistisch-spiegelend ontkent. Wie volhoudt dat Freuds smaakvolle verzameling antieke voorwerpen met zijn analytische arbeid niets te maken heeft en dat Freud geen verstand had van archeologie, mag zich van mij na laten kijken.

Uit het boek 'Freud, de sfinx van Wenen' blijkt dat de Weense zielkundige de archeologische ontwikkelingen op de voet volgde. Door de werken van Johann Winckelmann (1717-1768), die algemeen geldt als de groe initiator van de antieke archeologie, nam de belangstelling voor de klassieke cultuur een hoge vlucht. Door zijn toedoen werd die cultuur vooral in het Duitsland van de achttiende en negentiende eeuw verheerlijkt en gepopulariseerd. Op deze wieken gingen steeds meer lieden uit de ontwikkelde klassen in Europa zich vermeien in de studie der oude talen, geschiedenis, literatuur, wetgeving en mythologie. Bovendien stroomden in Europa tijdens de eerste decennia van de negentiende eeuw, als gevolg van Napoleons Egyptische veldtocht, de antiquiteiten uit Egypte binnen. Door de ontcijfering van het hiërogliefenschrift door Champollion in 1822, kwam de ontsluiting van de verdwenen Egyptische beschaving binnen bereik.

De bloei van de archeologie als wetenschap loopt opmerkelijk genoeg parallel met het leven van Freud (1856-1939) zelf. Bij diens geboorte was Troje slechts een mythe en was plundering van antieke schatten in plaats van minutieus onderzoek van schervenmateriaal aan de orde van de dag. De eerste grote vondsten in Troje dateren van 1873. Het legendarische labyrint van koning Minos werd op Kreta opgegraven in 1900, het jaar waarin Freud zijn 'Traumdeutung' publiceerde, en het graf van Toetanchamon in de Vallei der Koningen werd ontdekt in 1922, toen hij 66 was. Freud kreeg door het lezen van archeologische boeken als Ilios (1881) van Heinrich Schliemann het gevoel dat de aarde één groot bodemarchief moest zijn. Het besef dat Troje echt had bestaan, moet een geweldige inspiratiebron zijn geweest voor zijn speurtocht naar de koninklijke weg van het onbewuste, de droom. Via brokstukken van de droom zou reconstructie van de vroegste geschiedenis van een mens voor het eerst mogelijk worden gemaakt.

Hoewel Freud al veel eerder in de ban van de klassieken raakte, deed hij zijn eerste aankoop pas in 1896, twee maanden na het overlijden van zijn vader. Waarom pas toen? Een andere vraag is hoe Freuds verzameldrift moet worden gezien. Is dit slechts een overblijfsel van een infantiele activiteit, een teken van anale fixatie of een vorm van autisme? Dan is Freuds hardnekkige gewoonte sigaren te roken ongetwijfeld een kenmerk van orale fixatie. De psychohistoricus Peter Gay noemt een veel praktischer reden. Na de dood van zijn vader hoefde Freud niet langer in diens levensonderhoud te voorzien, waardoor hij wat geld overhield. Mij overtuigt deze reden niet helemaal; voor Freuds moeder moest nog worden gezorgd, zij zou een hoge leeftijd bereiken.

We moeten het dieper zoeken. Freud was geobsedeerd door het thema van de vadermoord en het Oedipuscomplex. Toen hij in 1904 voor het eerst de Acropolis in Athene zag, kreeg hij plotseling een gevoel van vervreemding. In zijn onbewuste had hij nooit willen geloven dat dit wonder werkelijk bestond. Een andere verklaring voor deze acute depersonalisatie is dat hij zijn vader voorbij had gestreefd, die de Acropolis nooit had kunnen zien. Op het moment dat Jakob overleed, had Freud, die net veertig geworden was, behoefte aan steun. Hij voelde zich alleen staan in zijn experimentele behandeling van hysterische en neurotische patiënten. Als klankbord diende de Berlijnse kno-arts Wilhelm Fliess, een relatieve buitenstaander, met wie hij jarenlang correspondeerde. Te midden van het opkomend antisemitisme en vervreemd van zijn joodse verleden, had Freud behoefte aan vervangende ouderfiguren. In de objectwereld uit een ver en duister verleden vond hij deze. Op die manier kon het objectverlies door zijn vaders dood enigszins worden gecompenseerd.

Bovendien vormden de antieke voorwerpen een rechtvaardiging voor Freuds gewroet naar het onbewuste. Dat juist toen zijn droomonderzoek begon, kan dan ook geen toeval zijn geweest. Het was alsof de blik van Imhotep, de Egyptische evenknie van de Griekse god der geneeskunde Asklepios, Thot, die Egyptische mengeling van instinct en intellect, en de Griekse godin van de wijsheid Athene Freud èn zijn analysant aan wilden sporen toch vooral door te zoeken naar de sporen van voorbij. Want dat die er moèsten zijn, precies zoals Troje en Athene ooit hadden bestaan, stond vast. Freuds pacifying object world.

Later vond de Britse kinderarts en psychoanalyticus Donald Winnicott de term transitional object uit, waarmee hij de knuffel, pop of beer bedoelde die als troost diende voor het jonge kind wanneer het door de grote mensen alleen gelaten werd. Deze verklaring wordt ondersteund door het feit dat Freud de beeldjes elke morgen begroette en één daarvan elke keer opnieuw aanraakte. Maar nog belangrijker is natuurlijk, dat de voorwerpen hem louter esthetisch genoegen verschaften.

Behalve via vrienden zoals Ferenczi, kocht Freud van gerenommeerde kunsthandelaren. Dr. Julius Banko van het Weense Kunsthistorisch Museum vroeg hij herhaaldelijk de echtheid van een aanschaf te beoordelen, zoals de Atheense roodfigurige waterkruik waarop Oedipus met de sfinx staat afgebeeld, die in het echt stukken mooier is dan in het boek. Soms deed hij zichzelf een voorwerp cadeau om zijn stemming op te fleuren na een tegenslag. Van de 3 000 voorwerpen zijn er thans in Leiden ruim 100 te zien.

Dat Freuds grootste passie het oude Egypte was, is nooit zo tot me doorgedrongen. Toen Thomas Mann hem in 1932 in Wenen bezocht, spraken ze bijna voortdurend over die oude cultuur. Freud waardeerde Mann om diens fijnzinnige karaktertekening. Tussen 1926 en 1942 werkte Mann aan zijn Jozef-tetralogie. Freud raakte steeds meer gefascineerd door Mozes, die volgens hem geen jood maar een Egyptenaar moest zijn geweest.

Het staat vast dat Freud archeologie op één lijn stelde met het psychoanalytisch proces. Toch was de psychoanalyse van een oudheidkundige voor hem een schier onmogelijke zaak. Zo stopte Freud ooit een dergelijke behandeling, toen hij een Egyptoloog op de bank had. Zijn passie voor de Egyptische antieken werd hem te veel, meer geboeid als hij raakte door 's mans specialisatie dan door zijn zielsverdriet.

Eén keer zette Freud de analyse van een archeoloog wèl door, maar deze persoon lag dan ook niet op de bank, maar dook op in de roman Gravida van Wilhelm Jensen. In dit boek worden de lotgevallen van een jonge archeoloog beschreven die zijn seksuele verlangens kwijtraakte en zich geheel op zijn werk concentreerde. Na enige tijd werd hij verliefd op een reliëf in het Vaticaan waarop een vrouw stond afgebeeld met licht opgetrokken gewaad en ontblote enkel. Hij fantaseert dat zij in Pompeji bij de uitbarsting van de Vesuvius omgekomen is, en reist zelf naar Pompeji, waar hij een jeugdvriendin ontmoet die precies als de Gravida loopt. Het meisje geneest middels liefde de gestoorde archeoloog. Als geen ander slaagde Freud erin alle dromen in dit boek te ontcijferen, maar, verblind door de betovering van de kunstenaar, zag hij de fetisjistische fixatie op de enkel bij de oudheidkundige over het hoofd.

Voor wegblijvers van de tentoonstelling 'Ooit van Freud' in het Leidse Museum van Oudheden is het boek 'Freud, de sfinx van Wenen' een schitterend alternatief. Door de leerzame en prachtige essays is het meer dan een catalogus alleen. Wie dacht dat hij door Peter Gay's vermaarde biografie alle mysteries van de Weense zielknijper nu wel kende, blijkt zich in elk geval lelijk te hebben vergist. Het raadsel van de sfinx heet Freud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden