De ‘Arabische Lente’ borrelt weer, maar is dat nog wel een reden tot optimisme?

Een demonstrant beidt een bloem aan aan een politieman bij een protest in Algiers, half maart. Beeld Reuters

De ‘Arabische Lente’ borrelt weer, deze keer in Algerije en Soedan. Is een succesvolle revolutie mogelijk? 

Kan iemand nog optimistisch zijn over democratisering in het Midden-Oosten na alle ellende die de ‘Arabische Lente’ heeft voortgebracht? Een burgeroorlog in Syrië, in Libië, in Jemen, en een terugkeer of versteviging van autoritaire regimes en jihadisten in de regio: de voorbeelden tonen aan dat verandering in het Midden-Oosten gelijkstaat aan achteruitgang. 

Maar is het omgekeerd niet makkelijk om zo pessimistisch te zijn? Het voordeel van pessimisme is immers dat je nooit op dezelfde manier wordt afgerekend als blijkt dat je ernaast zit. Ook pessimisten zitten er geregeld naast. 

Politicologen kijken met veel belangstelling naar de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Na alle mislukte revoluties – met uitzondering van Tunesië – gist het opnieuw in de regio, deze keer in Algerije en Soedan. In april slaagden demonstranten in Algerije erin om president Abdelaziz Bouteflika weg te krijgen, die sinds 1999 de scepter zwaaide. Amper een week later brachten demonstranten in Soedan een dictator ten val. Omar Bashir moest na 29 jaar het veld ruimen.

Maar een val van een dictator betekent nog niet automatisch een verandering van regime. En is een verandering van regime wel mogelijk zonder bloedvergieten?

Omwenteling

De Griekse politicoloog Stathys Kalyvas, als hoogleraar verbonden aan Oxford en Yale, benadrukt voorafgaand aan het interview dat hij geen Algerije- of Soedan-expert is. Hij onderzoekt opstanden en revoluties en hij heeft er genoeg bestudeerd om te constateren dat de ontwikkelingen in de twee Afrikaanse landen geen unieke verschijnselen zijn. Aan voorspellingen durft hij zich niet te wagen, maar optimistisch is hij niet. 

Als een echte academicus begint Kalyvas over terminologie. Er valt volgens hem veel af te dingen op de term ‘revolutie’. “De meesten denken bij een revolutie aan een grote politieke omwenteling die een complete transformatie van de samenleving teweegbrengt, zoals de Russische Revolutie in 1917 of de Iraanse in 1979.” 

Het moeilijkste is, stelt Kalyvas, om een revolutie te herkennen terwijl die in de gang is. “Neem de Franse Revolutie van 1789. Veel van de mensen die in opstand kwamen, hadden geen idee wat ze wilden of waartoe hun acties zouden leiden. Maar achteraf wordt er een verhaal verteld waarin het lijkt alsof het doel van de mensen van begin af duidelijk was en dat het duidelijk was dat het regime zou vallen. Of neem een recenter voorbeeld: de Gele Hesjes in Frankrijk. Wij noemen ze nu demonstranten of opstandelingen. Slagen ze erin om de de Franse regering omver te werpen en de samenleving compleet te veranderen, dan zullen we het achteraf een revolutie noemen.”

Veel historici en politicologen hebben ‘een hardnekkige neiging tot consistentie en mooie, ronde verhalen’, vervolgt Kalyvas. “Ze weten hoe een verhaal afloopt en gaan dan onderzoeken hoe het zo heeft kunnen gebeuren. Ze zoeken informatie die bij het slot past. De revolutie had een duidelijk begin en alle gebeurtenissen die erop volgden, leiden op logische wijze tot de val van het regime. Maar in de praktijk verlopen revoluties chaotisch, het zijn onoverzichtelijke processen, die niet altijd de wetten van de logica volgen.”

Kalyvas vertelt over een van zijn studenten die onderzoek deed naar de revolutie in Tunesië. “Hij bracht de dynamiek vanaf de eerste minuut tot aan de val van de dictator tot in detail in kaart. Hij ontdekte dat, toen de onlusten in het binnenland begonnen, niemand het had over democratie. Tegen het einde, toen de demonstraties zich eenmaal verspreidden naar de meer ontwikkelde steden, pas toen viel het woord democratie voor het eerst. Achteraf wordt een verhaal verteld dat de revolutie vanaf het begin in het teken stond van democratie.”

Verdeeldheid

Terug naar Soedan en Algerije. Toen in beide landen de protesten begonnen, was ook daar onduidelijk waarin het zou resulteren. In Soedan begonnen de demonstraties in het kleine stadje Atbara, als reactie op het regeringsbesluit om de broodsubsidie op te heffen. In Algerije begonnen de demonstraties toen president Bouteflika aankondigde zich voor de vijfde keer verkiesbaar te stellen, terwijl hij na zijn beroerte in 2013 fysiek niet eens meer in staat is om te praten. Niemand had een paar maanden terug kunnen voorspellen dat Bouteflika en Bashir het veld zouden ruimen. 

Toch is er volgens Kalyvas een aantal wetmatigheden te ontwaren. Of een revolutie een succes wordt, hangt af van de opstelling van de regering en de krijgsmacht in het bijzonder. “Als revoluties slagen, komt dat bijna altijd door verdeeldheid binnen het regime. De elite berekent haar overlevingskansen en weegt haar belangen. Door de verschillende percepties en belangen ontstaan er scheurtjes binnen het regime en uiteindelijk bij de krijgsmacht. Het leger kan uit zelfbehoud kiezen voor de kant van de demonstranten, omdat het denkt dat het regime ten dode is opgeschreven. Maar de militairen kunnen ook de protesten gebruiken als middel om de regeringsleider af te zetten en zelf de macht te grijpen. Zo gaat het heel vaak.”

Neem de ‘Egyptische Revolutie’ in 2011, waar president Mubarak in de steek werd gelaten door de krijgsmacht. Generaal Tantawi nam de macht vervolgens van hem over. “De vraag is hoe zo’n uitkomst moet heten: een revolutie is of een klassieke coup? Ik denk het laatste. Zelfs de Bolsjewistische Revolutie in 1917 kwam in feite neer op een militaire staatsgreep.”

Ook in Soedan en Algerije is duidelijk te zien wie na het vertrek van Bashir en Bouteflika de touwtjes in handen hebben. Bashir werd afgezet door zijn defensieminister Ahmed Awad Ibn-Auf. Bouteflika kwam ten val nadat legerleider Ahmed Gaid Salah zijn steun uitsprak voor de demonstranten. Zowel in Algerije als in Soedan zijn de militairen niet van plan om de macht af te staan en de demonstranten zijn evenmin bereid om weer huiswaarts te keren. In Soedan zijn de leuzen “Ze hebben de ene dief vervangen door de andere” en “de revolutie is pas net begonnen” te horen, in Algerije de leus “Moe van de generaals, Gaid Salah: treed af!”

Bosbrand

Volgens Kalyvas staan de machthebbers voor een klassiek dilemma: “Als je te veel onderdrukt, kan een klein maastschappelijk vuurtje omslaan in een grote bosbrand. Maar als je te weinig repressie gebruikt, werk je ook een revolutie in de hand, want daarmee ontstaat het beeld dat je zwak bent.”

De nieuwe militaire leider van Soedan, Abdel Fattah al-Burhan, grijpt hard in tegen demonstranten. Tenminste 35 mensen werden deze week doodgeschoten bij een bestorming van een oppositiekamp. Hij heeft ook vervroegde verkiezingen uitgeschreven, terwijl er nog geen civiele regering is. In Algerije waarschuwt legerleider Gaid Salah de demonstranten om zich niet tegen het regime te keren. De overgangsregering heeft intussen de geplande presidentsverkiezingen van 4 juli uitgesteld, vanwege een ‘gebrek aan kandidaten’. Een nieuwe confrontatie met de oppositie dreigt en mogelijk een revolutie. 

Maar kan het in de landen alsnog leiden tot een ‘fluwelen revolutie’, zoals in Tsjechoslowakije in 1989? Een situatie waarin het regime de macht overdraagt zonder bloedvergieten? Kalyvas laat zich weer niet verleiden tot een voorspelling, maar erkent dat hij somber is. “In Tsjechoslowakije was het besef bij het regime al vrij snel dat het het niet zou redden en gaf het zich meteen gewonnen. In de Arabische wereld hebben veel regimes vertrouwen in zichzelf. Zij kiezen ervoor om te vechten. 

“Bovendien, in Oost-Europa waren er duidelijk twee kanten: het pro-democratische en het autoritaire kamp. In het Midden-Oosten heb je, met uitzondering van Tunesië, een repressief bewind aan de ene kant en een islamistische oppositie aan de andere kant. De islamisten zijn weliswaar tegen het repressieve regime, maar van henzelf is ook onduidelijk of ze democratisch zijn. Vanwege de angst voor de islamisten slaagt het regime er uiteindelijk toch in om de steun te krijgen van andere tegenstanders, de progressieven en democraten. Want die vrezen dat ze slechter af zullen zijn onder de islamisten. Voor een vreedzame transitie moet je in ieder geval twee partijen hebben, die weliswaar lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan, maar die gematigde vleugels hebben die elkaar verstaan en met elkaar communiceren. En die zie ik niet in Soedan en Algerije.”

Lees ook: 

De Soedanezen zijn verdeeld over vervolg revolutie

Een compromis tussen vertegenwoordigers van de volksopstand in Soedan en de generaals is in zicht, maar demonstraties blijven het oude regime buitenspel te zetten.

Waarom Algerijnen massaal de straat op blijven gaan: ‘De Macht is als een kameleon’

Al twee maanden is het onrustig in Algerije. De president is opgestapt, maar de demonstranten willen dat ook de andere oude machthebbers vertrekken.

Soedan wil militairen én burgers de macht geven, maar niet iedereen heeft vertrouwen

Een deling van macht tussen burgers en militairen moet de rust terugbrengen in Soedan, maar niet iedereen heeft vertrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden