De appel valt niet ver van de boom, en dat is nu net zijn zwakte

Beeld EPA

Op weg van de natuur naar de boomgaard is de appel door het oog van de naald gegaan.

De appel valt niet ver van de boom. Dat is zijn zwakte; onder die boom is weinig zon en veel concurrentie van andere appels die ook boom willen worden. Om te overleven moet de appel zich over grotere afstanden hebben verspreid.

Andere leden van de Rosaceae, de rozenfamilie, maken daarvoor gebruik van vogels. De kers en de framboos dragen kleine vruchten die een vogel gemakkelijk kan doorslikken. Met diens uitwerpselen raken de zaden verspreid. De grote-vruchtdragers, zoals appel, peer en perzik, konden ontstaan omdat ze kozen voor een bezorgdienst waarvoor kers en framboos te klein waren: de grote planteneters, zoals elanden, paarden en beren.

Domesticatie

Die voorgeschiedenis is bepalend geweest voor de domesticatie van de appel, voor de weg die de plant heeft afgelegd van de wilde natuur naar de boomgaard, schrijft de Duitse botanicus Robert Sprengler in vakblad Frontiers in Plant Science. In het Pleistoceen waren er in Europa en Azië veel van die grote planteneters en moet de appel zich over grote gebieden hebben verspreid. 

Maar dat geologische tijdperk werd afgesloten met een ijstijd. Die ijstijd heet de ‘laatste’ omdat we niet weten wat ons nog te wachten staat, en hij markeert de overgang, een kleine 12.000 jaar geleden, naar het Holoceen, het tijdperk waarin we nu leven. Die laatste ijstijd betekende het eind van veel grote planteneters. En dat heeft de appel en andere grote vruchten in serieuze problemen gebracht. 

Sprengler laat in zijn publicatie een kaart zien van het voorkomen van de appel, gebaseerd op archeologische vondsten; toen het ijs zich had teruggetrokken stonden er alleen nog appelbomen in een smalle strook langs de permafrost, een strook lopend van de zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk naar de Balkan.

Het huidige verspreidingsgebied van de appel is veel groter. Maar dat, zegt Sprengler, is niet te danken aan grote plantenetende dieren, maar aan de mens. Toen de ijstijd voorbij was, groeiden er verspreid over Europa en Azië verschillende soorten appels. Die soorten zijn met elkaar in contact gebracht toen de handelswegen van Oost naar West tot stand kwamen, de Zijderoute. De moderne appel is een kruising van drie of vier verschillende soorten. Kruisingen die min of meer toevallig zijn ontstaan toen de verschillende wilde soorten bijeen waren gebracht. 

Vrucht van de globalisering

Kruising levert in veel gevallen een nog grotere vrucht op, en dat moet ook met de appel zijn gebeurd, aldus Sprengler. De mens moet tevreden zijn geweest met het resultaat en de appelboom hebben gekoesterd. Maar wat er nu in de boomgaard staat is niet het resultaat van een slimme domesticatie door verdeling, zoals bij mais, rijst of tarwe. De mens heeft de gewilde eigenschappen van de appel niet genetisch verankerd. De moderne appel is van oorsprong een bastaard en de eerste, toevallige vrucht van de globalisering.

Lees ook:

Hoe de kat in huis kwam

Toen archeoloog Wim van Neer in Hierakonpolis de resten vond van zes katten, wist hij dat wat hem op school was geleerd niet waar kon zijn. De kat was al huisdier lang voordat hij bij een farao op schoot kroop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden