De Appel is toe aan meer dan alleen de harde kern

'Een feest in een platgebombardeerd landschap." Zo typeert directeur Ann Demeester de nieuwe, permanente huisvesting van kunstcentrum de Appel. Gisteren werd het gebouw aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam geopend door prinses Máxima. Demeester: "We zijn natuurlijk blij met ons nieuwe gebouw en met het bericht dat de Raad voor Cultuur onze subsidieaanvraag heeft geaccepteerd. Maar het is wel dansen op andermans graf."

De Appel, in 1975 opgericht en sindsdien organisator van tentoonstellingen van hedendaagse kunst en een eigen curatorenopleiding, is Nederlands oudste presentatie-instelling, en de enige in Amsterdam die na september subsidie krijgt van het Rijk. Grote andere instellingen, zoals W139 en De Rijksakademie, vingen bot bij hun aanvraag.

Demeester: "Het huidige kunstbeleid is contraproductief, en het rapport inconsistent. Instellingen worden voorts tegen elkaar uitgespeeld, terwijl je veel beter kunt samenwerken in tijden van schaarste. Dat gaan we nu dus zo veel mogelijk doen."

De Appel was al jaren op zoek naar nieuwe huisvesting. Het oude pand aan de Nieuwe Spiegelstraat was te duur. De laatste paar maanden zat de Appel in een anti-kraakpand in de Amsterdamse Pijp. Demeester: "Ook heel mooi, en onze harde kern van moderne kunstliefhebbers vond het prachtig. Maar we willen meer mensen bereiken." Het nieuwe pand, een herenhuis op twee stappen van het Centraal Station, huurt de Appel van de stad Amsterdam. Met de opbrengst van een benefietveiling in 2009, waar werk van 'eigen' kunstenaars werd verkocht, kon de renovatie worden betaald. Prinses Máxima heeft het gebouw gisteren geopend, tot 1 juni zijn er feestelijke activiteiten. Morgen is er gratis appeltaart.

Naast vier tentoonstellingszalen zijn er een (gratis toegankelijke) bibliotheek en kantoren met uitzicht op het BinnenIJ. Het is een gebouw met een geschiedenis. Neergezet door een tabakshandelaar, in de jaren dertig de basis van de socialistische Arbeiders Jeugd Centrale. In de grote zaal op de eerste verdieping traden Pink Floyd en Jefferson Airplane op in poppodium Fantasio in 1968. Meditatiecentrum De Kosmos volgde, met een sauna in het souterrain - daar zit nu het eigen café, Moes. De laatste huurder was het Nederlands Popinstituut. Bij de grondige renovatie voor de Appel werd middenin het gebouw een brede lichtschacht gemaakt. Maar niet alles werd strakgetrokken: de ouderdom mag gezien worden.

De openingstentoonstelling heet 'Topsy Turvy', Engels voor 'ondersteboven', door de Appel vertaald als 'De wereld op z'n kop': een tentoonstelling over carnaval op z'n breedst. Als thema in de moderne kunst, maar ook als alternatief voor traditionele demonstraties op straat: carnaval is immers ook de gelegenheid om machthebbers te bekritiseren. De 'V for Vendetta'-strips zijn er te zien - de Occupybeweging gebruikte het masker als herkenningsteken. Rafelige banieren van een Duits kunstenaarscollectief hangen vanaf de vierde verdieping naar beneden. Maar er is ook intiemer werk, zoals een video over de liefde van een man voor zijn zes honden die hij naar de zes vrouwen in zijn leven noemde. Het Teylers Museum gaf 17e-eeuwse prenten in bruikleen, het Stedelijk Museum Amsterdam het schilderij 'Carnaval in Vlaanderen' van James Ensor. Een schilderij waarop een feestende menigte met leedvermaak toekijkt hoe een vogel door twee katten wordt mishandeld. Een feest met een scherp randje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden