De Appel harde leerschool voor Van Dantzig

SCHEVENINGEN - In de trein op weg naar zijn eerste ontmoeting met theatergezelschap De Appel ving Rudi van Dantzig een gesprek tussen een man en een vrouw op. Ze mekkerden over een uitsmijter met mayonaise en friet erbij, twintig minuten overstaptijd, natte straten en godsallemachtig vuile coupé-ramen. Van Dantzig noteerde als een bezetene. Flarden van dit gesprek vormen de openingsregels van Van Dantzigs toneelstuk 'Toen gij naakt en bloot waart', dit weekeinde onder regie van de auteur in het Scheveningse Appeltheater in première.

AREND EVENHUIS

De weinig verheffende dialoog zet de toon voor de mensenkinderen die 'Toen gij naakt en bloot waart' bevolken. Daar doorheen weerklinken bijbelteksten, citaten van Vondel en Charles Ducal. Vrijwel kermend voorgedragen door het bindende personage De Schepper, die nog in elegantie & verfijning, in de poëtische mens gelooft, althans hoopt:

Hoe flonkeren de oevers hier van bdellion, turkozen; karbonkelen, onixsteen, en flikkrend diamant.... (-) De rug van 't dartel lam, gedoft met ene vacht Van gloeiend purperverf, getuigt door zijne dracht in welk een beemt het weit....

Maar amper hebben Adam en Eva hun eerste zoon gekregen of ook De Schepper slaat de zucht naar delicate taal aan gruizelementen: 'What - the fuck - is going on - here.....'. Met prompt daarop de regie-aanwijzing: '(strompelt af)'.

Niet helemaal toevallig vertolkt artistiek Appel-leider Aus Greidanus, in zwarte laarzen en gele oliejas rondstampsjokvoetend, de rol van De Schepper. Net zoals een theatergezelschap een bindende figuur behoeft, hebben de personages uit Van Dantzigs theatraal regie- en dramadebuut een leider nodig. Met 'een' of 'de' verlosser buitenscheeps pal voor de plecht, roeien de Appelacteurs en Van Dantzigs personages tegelijkertijd naar het licht, naar Het Licht en naar een helfelle toneellamp. Een schone - mogelijk wat te duidende - scène, waarin dramaschrijver en in dit geval vooral regisseur Van Dantzig in het midden laat of 'de verlosser' lijkt op Pol Pot, Petrarca, Jezus, Balanchine, Franco, Noach of op de in steriel-anonieme kledij gehulde figuur door wie de mensheid zich als pestbesmette varkens laat afvoeren.

Nadat De Appel hem als gastregisseur had gevraagd, begon danser en choreograaf Rudi van Dantzig links en rechts toneelstukken te lezen. Net zoals hij ooit voor Het Nationale Ballet door buitenlanden reisde op zoek naar een geschikte Romeo & Julia-versie, en er achter kwam dat hij beter eigenhandig een 'Romeo & Julia' kon maken. Hij begon te schrijven, stuurde de eerste delen van 'Toen gij naakt en bloot waart' naar De Appel met het dringende verzoek om er van af te zien indien het gezelschap er niet mee uit de voeten zou kunnen. De titel komt uit Ezechiel (“er werden zenuwen op hen, en er kwam vlees op, en hij trok een huid boven over hen, maar er was geen geest in hen...”). Maar de Appelleiding was tevreden; de repetities konden beginnen.

En daarmee meteen ook de eerste strubbelingen. Op de benamingen 'een gezin' en 'een echtpaar' na, had hij zijn personages niet nader benoemd. Het is in zijn theatrale schimmenrijk ook volstrekt onnodig om te weten hoe wie heet. In het script en tijdens de regie gaf Van Dantzig zijn personages de namen van de acteurs die het personage spelen. Dat stuitte op verzet: de acteurs wilden op het toneel niet met de eigennaam worden aangesproken. Hij weet niet of dat uit theatraal bijgeloof voortkomt - ach, wat is in een naam? - en veranderde de eigennamen in personagenamen. Zo werd actrice Carline Brouwer het personage Carla Houwers, Mirjam Stolwijk Marjan Kortrijk, Carol Linssen Bob Grijns en Pim Lambeau het personage Kim Grijns-Chapeau. Bij zijn choreografieën, waarbij met meer casts tegelijkertijd werd gerepeteerd, was de personagenaam daarentegen vaak handig: “Alle Romeo's hier komen!”, riep hij dan.

In tegenstelling tot zijn danschoreografieën, begonnen de theatrale repetities met vergaderingen. Van Dantzig: “Dansers vragen nooit. Bij een nieuw werk kijken ze je aan met een blik van 'wat gaan we doen?' Ze laten zich niet slaafs of als schapen leiden, maar beginnen blij, naief en open te werken. Soms barst er wel eens iemand in huilen uit als het niet gaat, maar er wordt niet gediscussieerd. Een acteursdag begint met praten, praten en praten. Dat was regelmatig destructief: zo praten jullie alles kapot.” “'Wat wil je nou toch Rudi?' vroegen ze keer op keer. Ik ben geen dictator, verre van dat, ik ben heel aarzelend. Ik leerde ook van de acteurs, maar moest toch vaak zeggen: jongens, waarom mag dat nou niet een beetje conventioneler zijn? Een ontluikende liefde wilde ik schuw en verlegen, en de acteurs stonden maar ruw en bits tegen elkaar op te botsen. Ik heb daar onder geleden. Zwijgend, wat duwend, een beetje terugnemend kom je dan tot iets wat ik niet precies wilde, maar waar ik wel gelukkig mee ben. Het moest geen acteurstoneel worden, maar een Van Dantzig-stuk”.

“Soms dacht ik: waarom ben ik hier nog? Als ik niet meer uit m'n woorden kon komen, nam Aus Greidanus de leiding over. Die heeft me goed geholpen, want ik verzonk soms in een groot zwijgen, zelfs in bitterheid. Al waren er ook acteurs die me zwijgend aankeken, de duim omhoog hielden en gebaarden: 'doorgaan Rudi, doorgaan'.”

De acteurs wilden weten waar ze aan toe waren: gaan we nou naar het vagevuur of naar het paradijs? Zijn we op een booreiland of in een onderwaterrijk? De gastregisseur wilde die vragen openhouden en probeerde uit te leggen dat ieder individu kennelijk een eilandje op een eiland blijft, dat mensen niet in staat zijn tot een eenheid te komen. Het zijn verdoelde reizigers op een boot, of een gespiegeld Ark van Noach-verhaal, waarom ook niet? Er is geen barmhartige Samaritaan aanwezig; ze gaan allemaal het schip in.

Ook over het script zelf kreeg Van Dantzig de wind van voren. “De acteurs lieten me ter plekke voelen dat ik te veel tekst had geschreven. 'Wat jij uitlegt, laten wij wel zien!' Ze wilden meer beweging - daar hebben ze volkomen gelijk in gehad. Maar ik schrok toen ik het script van de dramaturg wemelend van de doorhalingen terugkreeg. Ja zeg kom! 'Maak dat maar even anders', kreeg ik als schrijver ook van uitgeverijredacteuren te horen. Even anders? Daar wil ik eerst mee naar huis om eens goed over na te denken! Vreemd is dat toch: tegen een schilder of componist wordt nooit gezegd dat die dat maar eens even anders moet doen.”

Er diende zich zowaar een schisma in de Appeltroupe aan: sommige acteurs bezwoeren hem: 'We gaan niet meer om de tafel zitten, we gaan spelen! Doen!' Vertwijfeling sloeg zo hardnekkig toe, dat Van Dantzig het script aan Janine Brogt, huisdramaturg van Toneelgroep Amsterdam, voorlegde. Ook zij oordeelde dat er te veel geschreven stond. “Een harde leerschool op m'n oude dag”, zegt hij met dat innemende Van Dantzig-lachje en z'n fonkelende jongensogen. “En ja; als we het helemaal hadden uitgespeeld, was het een stuk van vier uur geworden.”

“Het was een harder proces dan een boek schrijven of een danschoreografie ontwerpen. Noerejev was ook niet makkelijk; en bij de Parijse Opéra zaten hele lastige, ongrijpbare karakters, maar dansers vormen uiteindelijk toch allemaal familie. In het theater ben ik buitenstaander gebleven. Iemand uit het Appelgezelschap zei me dat het een typische Appelmanier is om in het begin alles negatief te beoordelen, en via een langzame weg omhoog te komen.”

“Ik stelde me niet gemakkelijk teweer tegen die overvloed aan opinies. Na afloop van de try outs praatten acteurs met het publiek. Ze wilden dat ik daar ook bij kwam. Nog meer opinies! Ik ben er één keer bij gaan zitten. En ik heb m'n oren maar proberen dicht te doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden