Kathleen Ferrier

Anton de Kom-lezing

De Anton de Kom-lezing van Kathleen Ferrier: We oordelen, zonder ons in de ander te verdiepen

Kathleen Ferrier Beeld Werry Crone

Toen ze na vijf jaar in Hongkong terugkwam in Nederland, viel haar op hoe de samenleving is verhard en gepolariseerd, en hoe diep breuklijnen op het gebied van inkomen, religie en etniciteit zijn geworden. Dat vertelde Kathleen Ferrier dinsdag in Amsterdam tijdens de jaarlijkse Anton de Kom-lezing. Hier leest u een verkorte versie.

“Wie is je vader, wie is je moeder?” Sinds presentator Jörgen Raymann Tante Es in het leven riep, weet heel Nederland hoe een kennismaking in Suriname verloopt. Want zo gaat het als je geïnteresseerd bent in de identiteit van een ander: je voorgeslacht vertelt een verhaal.

Mijn vader was Johan Ferrier en mijn moeder was Edmé Vas. Mijn ene over-overgrootmoeder kwam als achtjarig meisje aan in Suriname, met de Lalla Rookh, de eerste gammele boot die contractarbeiders uit India naar Suriname bracht. Haar ouders hadden de overtocht niet overleefd en waren overboord gegooid. Mijn andere over-overgrootmoeder was een tot slaaf gemaakte vrouw uit Afrika. Mijn ene over-overgrootvader stamde af van Portugese Joden en de ander van Groningse boeren. 

En dan zijn er ook nog de banden met Schotland, de afstamming van opgejaagde Hugenoten uit Frankrijk, en mijn verwantschap met de beroemde zangeres naar wie ik ben genoemd. Toen mijn vader eens door een Nederlandse journalist gevraagd werd waar zijn wortels lagen, in Suriname of in Nederland, antwoordde hij dat die over de hele wereld verspreid liggen.

Mij is als kind steeds voorgehouden dat wij afstammen van de allersterksten, van hen die slavernij en mensenhandel overleefd hebben. “Wees je bewust van de kracht en moed van onze voorouders”, is mij vaak gezegd, “en draag die kracht uit met een opgeheven hoofd, een luisterend oor en een kritisch kijkend oog”

Ik heb op verschillende plaatsen in de wereld gewoond. Behalve in Suriname en Nederland, tien jaar in Latijns-Amerika, in Chili en Brazilië, en de afgelopen vijf jaar in Hongkong. Als je dan terugkomt in Nederland, vallen een paar dingen op. Hoe de samenleving is veranderd, verhard, gepolariseerd en hoe, om het kort te zeggen, de breuklijnen in de Nederlandse samenleving zoveel dieper lijken te zijn, dan vijf jaar geleden. Breuklijnen op gebied van inkomen, opleiding, religie, etniciteit, woonplek.

Loyaliteiten

Breuklijnen zijn hier niet nieuw. Nederland is van oudsher een verzuilde samenleving. Verschillende groepen waren er ook toen ik coördinator was van SKIN, Samen Kerk in Nederland, de vereniging van internationale kerken, of Tweede Kamerlid, namens het CDA. Maar toen was er wel de wens om een samenleving te zijn. En het lijkt mij nu, nog geen jaar terug uit China, alsof die wens er niet meer is. 

Integendeel, soms lijkt het of het er vooral om gaat de breuklijnen te benadrukken en te verdiepen. Dat jij anders bent dan ik en dat jouw wereld niets met de mijne te maken heeft. Omdat je een ander inkomen hebt, een andere opleiding, een andere religie, een andere kleur of een andere seksuele geaardheid.

We oordelen, zonder ons te verdiepen in die basisvraag: wat is de achtergrond, wie is de ander, wie is jouw vader en wie is jouw moeder, wat is jouw verhaal? Wat mezelf betreft: ik ben niet alleen een zwarte vrouw en feminist, ik ben ook moeder van twee zoons en liefhebber van yoga. Ik hou van Paramaribo, ik hou van Hongkong, ik hou van São Paulo en ik hou van Leusden. Ik heb meerdere identiteiten en loyaliteiten.

Slavernijverleden

Dat eendimensionale beeld waartoe we elkaar door gebrek aan werkelijke interesse zo gemakkelijk veroordelen, heb ik ook gezien in mijn huidige hoedanigheid als voorzitter van de beoordelingscommissie om te komen tot een nationale museale voorziening Nederlands slavernijverleden. Juist als het gaat om het zoeken naar verbinding in het kader van ons gemeenschappelijk slavernijverleden zie je wat er gebeurt als mensen tot eendimensionale identiteiten gereduceerd worden, waarbij bovendien etniciteit een bepalende rol speelt. De zwarte is de slaaf en slachtoffer. Het beeld van zijn nazaten blijft dat van slachtoffers. De witte is de slavendrijver en uitbuiter. Het beeld van zijn nazaten blijft dat van uitbuiters.

Johan Ferrier en zijn echtgenote Edmé in 1968 tijdens de receptie in verband met zijn benoeming tot gouverneur van het rijksdeel Suriname. Op de voorgrond dochters Joan (rechts) en Kathleen. Beeld anp

Die eendimensionale identiteiten waarin we elkaar gevangenzetten, de afwezigheid van gesprek, en de aanwezigheid van vooroordelen leidt in onze gepolariseerde samenleving tot een sterke ondervertegenwoordiging in bepaalde sectoren, van nazaten van tot slaaf gemaakten en sowieso van mensen met een bi- of multiculturele achtergrond. Men zegt wel diversiteit of zelfs inclusiviteit te willen, maar in werkelijkheid kiest men toch weer voor meer van hetzelfde.

Neem het openbaar bestuur. Terwijl van de iets meer dan 17 miljoen Nederlanders 23 procent, dat is ongeveer 4 miljoen, een migratie-achtergrond heeft, is één procent van de burgemeesters bicultureel, en 2 procent van de gedeputeerden. Het percentage vrouwen in de Tweede Kamer is lager dan in vorige regeerperiodes (nu 47, 2012: 60, 2010: 64) en er zit op dit moment geen enkele nazaat vanuit een voormalige kolonie in de Nederlandse volksvertegenwoordiging. De nieuwe Eerste Kamer kunnen we beter de Witte Kamer noemen, hoorde ik iemand terecht opmerken.

Nederlands voetbal

Maar er zijn ook maatschappelijke sectoren waar we een oververtegenwoordiging zien van mensen met een biculturele achtergrond, nazaten van tot slaaf gemaakten in de voormalige koloniën, of van de voormalige gastarbeiders uit Turkije en Marokko of, recenter, vluchtelingen. De sport natuurlijk! Ja, waar zou het Nederlands voetbal zijn, als men daar de hang naar boreale suprematie had doorgevoerd? 

We zien het ook in de zorg. Politici spreken bij voorkeur over de oververtegenwoordiging van biculturele Nederlanders in de criminaliteit, maar ik hoor ze zelden over de ‘oververtegenwoordiging’ van biculturele Nederlanders aan het bed van zieken, ouderen en stervenden. Want ons zorgstelsel, en dat geldt trouwens ook voor andere sectoren, zou volledig instorten als we, zoals sommige mensen graag willen, terugkeren naar vroeger, toen het leven overzichtelijk was, de EU niet bestond, de gulden het betaalmiddel was en de Nederlandse bevolking overwegend roomwit.

Ook geopolitiek zien we ingrijpende verschuivingen. Om maar iets te noemen: de opkomst van Azië, van India en zeker van China. Het werelddeel herbergt 5 miljard inwoners, twee derde van de wereldbevolking, twee derde van ’s werelds megasteden, twee derde van de mondiale economische groei, zes van de tien grootste banken, acht van de tien grootste legers, vijf nucleaire machten, gigantische technologische ontwikkelingen, de nieuwste lichting topuniversiteiten. Dat alles heeft men in Nederland en Europa vol overtuiging eeuwenlang de rug toegekeerd. Nu wij eindelijk oog beginnen te krijgen voor wat daar gaande is, weten we niet wat we ermee aan moeten, omdat we niet zijn voorbereid.

Gebrek aan kennis leidt tot angst. ‘China wil ons alles afpakken. Tot aan onze landbouwgronden toe, de klei waar we uit getrokken zijn.’ En ja, dan kom je aan de identiteit van Nederland, dus pas op.

Schanierpunt

Onze blik is steeds gericht op het Westen, op de VS. Precies de plek waar momenteel de neergang plaatsvindt. De VS en het Verenigd Koninkrijk, de motoren achter het industriële tijdperk zijn piepend tot stilstand gekomen en maken de decadentie, het verval van dit tijdperk, pijnlijk zichtbaar. De VS, de leider van de westerse wereld, door een politiek bestuur dat het land in een morele chaos stort en het VK door een onzalige brexit die het failliet van de politieke cultuur glashelder maakt.

We staan op een scharnierpunt, het begin van een andere tijd. Voor mij is het duidelijk: we moeten op een radicaal andere manier naar onze samenleving, naar onze manier van leven en naar onszelf kijken. Radicaal anders omgaan met onze planeet, radicaal anders omgaan met elkaar vooral.

Terug uit Hongkong viel mij op dat de breuklijnen in de samenleving verdiept zijn, maar waar ik echt van schrok, is dat ze zijn doorgedrongen tot in onze instituties.

Als taalgebruik dat mensen onderverdeelt in categorieën gemeengoed wordt in politiek, bestuur, wetenschap en onderwijs en als we ook daar niet terugdeinzen voor etnisch profileren, bevinden we ons op zeer glad ijs.

Het is mijn overtuiging, dat, wanneer we antwoorden willen geven op de vragen van vandaag, we genoodzaakt zijn de volle breedte van de diversiteit van de mensheid in te zetten. Zonder dat, zonder inclusiviteit, redden we het niet. De tijd van superioriteit, van inferioriteit, van wegkijken en je veilig in bubbels terugtrekken, is voorbij.

China

Om te beginnen is het goed eens te kijken vanuit een ander perspectief. Want tot nu toe is het perspectief altijd dat van de machthebber geweest, de geprivilegieerde positie. Als je het slavernijverleden bekijkt vanuit het oogpunt van de slaven, krijg je een heel ander verhaal. Zolang China de fabriek van de wereld was en we naar hartenlust goedkope kleren en speelgoed konden kopen, was het best. Maar nu China alles in huis heeft om dé wereldleider te worden en technologisch in vele aspecten ver voor loopt op Europa, wordt China een bedreiging en gaan alarmbellen rinkelen. En zolang Sylvana Simons leuke radio- en tv-programma’s presenteerde, was ze iedereens lieveling. Maar toen ze de politieke arena betrad, ging de beerput open.

Als je de zogenaamde opkomst van China vanuit het land zelf bekijkt, is het helemaal geen opkomst, maar het terugkeren naar de rechtmatige plek in de wereld die dit land, met een cultuur van 5000 jaar, toekomt na een korte periode van 150 jaar dat het anders was.

Nog steeds zijn er mensen, wetenschappers en onderzoekers, die denken dat als er ergens in een land een groeiende middenklasse is, die toegang krijgt tot westerse producten, hun kinderen in het westen laat studeren, zoals nu in China, die middenklasse als vanzelf gaat verlangen net zo te worden als wij, hier in het liberale westen en gaat verlangen naar democratie. Ik denk het niet.

Naïve veronderstelling

Ongeveer diezelfde gedachte ligt ten grondslag aan de naïeve veronderstelling, dat, toen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw arbeidsmigranten naar de EU en Nederland gehaald werden, deze mensen vanzelf zo zouden worden als de meerderheid hier. Als ze maar lang genoeg hier woonden en we lieten ze maar een beetje hun eigen gang gaan, dan zouden ze vanzelf onze aantrekkelijke en superieure levensstijl overnemen. En daarbij hun achterlijke gewoontes uit het land van herkomst, op gebied van kleden, opvoeden, eten en vooral geloven, achterwege laten.

Dat is niet gebeurd. Integendeel. Een samenleving die vanuit het perspectief van de machthebbers en een superieure houding voetstoots aanneemt dat de meerderheidscultuur vanzelf leidend zal worden, komt bedrogen uit.

Beeld Werry Crone

Natuurlijk bepaalt in een democratisch land de rechtsstaat wat geoorloofd is en wat niet, maar als migrant zou je in alle vrijheid moeten kunnen bepalen wat jij overneemt en wat je behoudt, wat voor jou onopgeefbaar is.

Flintertje democratie

Na vijf jaar China ben ik mij er ten zeerste van bewust dat de waarden waar Europa voor staat, zoals burgerrechten, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting voor ons, hier in Europa, heilig en onopgeefbaar zouden moeten zijn. Dat zijn de waarden waarom de Europese Unie ooit begonnen is. We denken dat ze vanzelfsprekend zijn, maar dat zijn ze niet. In Hongkong gaan honderdduizenden mensen de straat op om voor die rechten, voor vrijheid en veiligheid, voor het flintertje democratie dat daar nog is, op te komen.

We kunnen deze waarden alleen beschermen door veel nauwere Europese samenwerking. Democratie beschouwen als een vanzelfsprekendheid getuigt van naïviteit. En van gebrek aan respect en waardering voor hen die in ons belang hiervoor hebben gestreden en hun leven hebben gegeven, zoals Anton de Kom.

Bij die radicale wijziging hoort ook inclusief leiderschap. Het masculiene leiderschap heeft wat mij betreft zijn langste tijd gehad als ik kijk naar het old boys network van Trump en Poetin, Erdogan, XI Jinping, Bolsonaro, Duterte en Bouterse. Het is hoog tijd dat we feminien leiderschap meer kansen bieden. Van Jacinda Ardern, premier van Nieuw-Zeeland, tot het radicalisme van Alexandria Ocasio-Cortez, het jongste vrouwelijke congreslid ooit in de VS. Van Michelle Obama tot Sahle-Work Zewde, president van Ethiopië die zorgde voor een gender-equal kabinet.

Ook wij als burgers hebben veel meer macht en invloed dan we denken. We zouden, als mensen van goede wil, veel meer van ons moeten laten horen en ons daarbij ervan bewust zijn dat ons taalgebruik breuklijnen kan verdiepen of juist bruggen kan creëren.

Ook kunnen we zelf in actie komen als de politiek het laat afweten. Wat was het goed om te zien hoe velen de campagnespot van de SP over Hans Brusselmans ofwel Frans Timmermans publiekelijk afkeurden. Ik zie ook allerlei initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, mensen die zelf voedselbanken, kledingbeurzen en plastic-opruimacties organiseren.

Geheim van Suriname

Anton de Kom zelf is ook een groot voorbeeld van hoe je als burger je verantwoordelijkheid neemt door in verzet te komen, met alle risico’s van dien, als jouw hart en jouw geweten je dat ingeven. Zijn levensovertuiging was daardoor een directe afwijzing van armoede, onderdrukking en uitbuiting.

Mij wordt vaak gevraagd wat het geheim is van Suriname. Hoe kan het dat daar diversiteit wel een bron van kracht is, terwijl het op zoveel plekken in de wereld tot ellende en zelfs oorlog leidt.

Sommige mensen noemen Suriname een failed state vanwege het multiculturele karakter. Deze mensen wil ik duidelijk maken dat als Suriname een failed state is, en moreel en economisch is Suriname inderdaad failliet, dat zeker niet ligt aan de multiculturaliteit van de samenleving. Integendeel. In Suriname zie je dat het besef dat we elkaar als mensen nodig hebben om te overleven geen holle frase is. Ook al is er in Suriname natuurlijk ook sprake van discriminatie en ongelijk(waardig)heid, er heerst wel degelijk het besef uiteindelijk een samenleving te zijn.

Bij iedere werkelijke samenleving hoort dat de mensen in geprivilegieerde posities – of ze nu wit zijn, man, heteroseksueel, hoogopgeleid, gezond – afleren zichzelf centraal en als norm te stellen. En andersom: dat de mensen die niet in een geprivilegieerde positie verkeren, uit die slachtofferrol stappen. En dat zij niet de houding die zij bij machthebbers zo veracht hebben, zelf gaan overnemen.

“Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft”, zei Anton de Kom.

Dit is een verkorte versie van de Anton de Kom-lezing van Kathleen Ferrier. De lezing is een initiatief van het Verzetsmuseum in Amsterdam en Trouw.

Slavernijmuseum

Kathleen Ferrier (1957) was van 2002 tot 2012 Tweede Kamerlid voor het CDA en daarna universitair docent in Hongkong. Ze werkt nu als gastdocent en heeft verschillende bestuursfuncties. Ferrier leidt een beoordelingscommissie namens de gemeente Amsterdam voor een toekomstig slavernijmuseum.

Lees ook:

Anton de Kom-lezing: ‘We hoeven ons nergens voor te schamen’

Een verkorte versie van de Anton de Kom-lezing van schrijfster, beeldend kunstenaar en filmmaakster Marion Bloem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden