De angst voor het Oosten

De Europese Unie gaat uitbreiden naar het oosten. Duitsland vreest overspoeld te wor den door arbeiders uit Polen en Tsjechië. De Europese Commissie heeft besloten dat deze werkzoekers kun nen worden tegengehouden tot zeven jaar na de toe treding. Volgens sommigen is dat nog te kort.

Komen ze nou of komen ze niet? Aan de grens tussen Duitsland enerzijds en Polen en Tsjechië anderzijds heerst angst vanwege de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie. Aan Duitse zijde, waar sommigen al vloedgolven van Polen over zich heen zien komen, maar ook aan Poolse en Tsjechische zijde, waar men vreest dat de in 1945 verdreven Duitsers terug zullen komen.

Ze komen niet, zeggen de mensen met verantwoordelijkheid geruststellend. Maar ook zij, de regeerders, de ondernemersorganisaties, de internationale vriendschapsverenigingen pleiten voor de zekerheid toch voor overgangstermijnen. De grens gaat open, maar zeker niet in één keer. Werkzoekende Polen, Hongaren en Tsjechen bijvoorbeeld, mogen straks maximaal zeven jaar geweigerd worden, zo stelde de Duitse EU-commissaris Günter Verheugen woensdag in Brussel voor.

Dat is te kort, roepen sommigen in Duitslands grensgebieden, waar de angst voor het Oosten het sterkste leeft. Zoals blijkt wanneer Anton Halbich een voordracht houdt over de uitbreiding van de EU. Hoewel hij hier spreekt als vice-voorzitter van de Europa-Union in Würzburg, een vereniging van burgers die vóór Europese eenwording zijn, bezigt hij een taal die veeleer lijkt op die van een Britse euroscepticus. Er staat Duitsland een immigratie te wachten die de komst van de gastarbeiders en hun gezinnen in het verleden nog overtreft, zegt Halbich, en hij toont onheilspellende dia's met kaarten vol grote, dikke pijlen die westwaarts wijzen, naar Duitsland.

Zoals steeds als de angst voor het oosten opspeelt, baseert ook Halbich zich op voorspellingen van professor Hans-Werner Sinn van het Münchense onderzoeksinstituut Ifo. Ten minste vier miljoen mensen uit de tien Midden- en Oost-Europese kandidaat-lidstaten komen naar het Westen, vooral naar Duitsland, voorspelt Sinn, met de nadruk op 'ten minste'. Om de logica van zijn prognose te onderstrepen wijst Sinn er steeds op dat in het Oosten de lonen doorgaans een tiende bedragen van die in het Westen; dat ook de prijzen er lager zijn, wordt in alle ophef vergeten.

Met de voorspellingen van Sinn in de hand, roepen de Duitse bouwondernemers al om beschermende maatregelen. Zij eisen daarom dat de immigratie de eerste tien jaar aan maxima wordt gebonden, dat Oost-Europese bouwondernemers de eerste tien jaar geweerd worden, en dat buitenlandse werknemers die in Duitsland werken al na een maand dezelfde sociale premies moeten betalen als Duitse bouwvakkers.

Maar terwijl in het Duitse grensgebied en door sommige lobbyisten Sinn wordt aangehaald, vegen andere experts zijn voorspellingen van tafel. ,,Het Ifo heeft onserieus werk afgeleverd. En mij bevalt niet hoe die gegevens door de bouwondernemers worden gebruikt'', zegt Herbert Brücker van het Berlijnse onderzoeksbureau DIW. Hij spreekt tijdens een hoorzitting van het Duitse parlement op 4 april over de te verwachten immigratie uit het Oosten.

Zelf heeft het DIW voorzichtiger prognoses gedaan: als er tien landen in het oosten toetreden en de mensen vrij zijn naar het westen te verhuizen, dan zullen er in de eerste tien jaar 220 000 mensen per jaar naar Duitsland verhuizen, terwijl die migratie na tien jaar in omvang zal halveren. Van die 220 000 nieuwe inwoners zal naar verwachting een derde werk zoeken, wat tot ,,nauwelijks merkbare effecten op de arbeidsmarkt zal leiden'', aldus Brücker.

De Duitse migratie-onderzoeker Norbert Cyrus stelt de Bondsdagleden eveneens gerust. ,,Uit alle ervaringen blijkt dat de feitelijke migratie veel kleiner is dan het aantal mensen dat in enquêtes 'ja' antwoordt op de vraag of ze een paar jaar in het buitenland willen werken.''

Bovendien benadrukken de experts dat de immigranten niet in de grensregio's zullen blijven hangen. Want Duitsland mag dan rijk zijn, juist aan de oostgrens is er werkloosheid. De meeste immigranten zullen dan ook naar de dichtbevolkte industriegebieden in het Westen doorreizen.

Petra Hintze, van de Kamer van Koophandel in het door werkloosheid geplaagde Oost-Duitse Neubrandenburg, zegt het nog wat scherper: ,,De werkloosheid is bij ons, inclusief de verborgen werkloosheid, 27 procent en het wordt vermoedelijk binnenkort nog meer. Wat maakt dan één Poolse grensarbeider extra nog uit?'' Zij wijst liever op de voordelen van Pools-Duitse toenadering, de nieuwe marktkansen die Oost-Duitsland krijgt als de grenzen opengaan.

En zo trekt een parade van experts langs, die de leden van de Bondsdag allemaal hetzelfde vertellen: er is geen reden voor al te veel ongerustheid. Maar de leden van de conservatieve CSU uit Beieren, dat grenst aan Tsjechië, zijn niet onder de indruk. ,,Deze theoretische adviezen helpen ons niet verder. De cijfers zijn verwarrend. Vooral rond de grens Beieren-Tsjechië zijn beperkende maatregelen nodig'', meent Klaus Hofbauer (CSU) uit het grensstadje Cham. ,,We hebben een gelijkere welvaart nodig, anders komt er een aanpassingsschok. Wat doet de EU om Polen meer op EU-niveau te brengen? Hoe vinden we vervangend werk voor tien miljoen Poolse boeren?'', vraagt zijn partijgenoot Gerd Müller.

Namens de ambachtslieden rond het Beierse Regensburg waarschuwt Toni Hinterdobler de Bondsdag voor al te snelle openstelling van de oostgrens. Vooral lokale dienstverleners, zoals aannemers of schoonmaakbedrijven, vrezen dat straks Tsjechische bedrijven met busjes vol goedkope werknemers de grens overkomen en hen van de markt vegen. Maar onderzoeker Brücker vindt deze roep om protectie onrechtvaardig. ,,In Oost-Europa is de industrie in elkaar gestort en daar hebben wij van geprofiteerd. Het is oneerlijk om nu de grens te sluiten.''

Eén groep die het opengaan van Duitslands oostgrens zonder meer toejuicht, is de Bond der Verdrevenen. ,,De Bond is er voor dat de kern van Europa, de EU, niet ophoudt bij de Oder-Neisse-grens en zich openstelt voor uitbreiding naar het oosten'', zegt voorzitter Erika Steinbach 5 april op een persconferentie in Berlijn. Steinbach behartigt de belangen van de 12,5 miljoen mensen van Duitse afkomst die van 1944 tot 1950 uit het huidige Polen, Tsjechië en andere Midden- en Oost-Europese landen zijn verdreven. Hoewel deze etnische zuivering, die niet alleen nazi's trof maar bijvoorbeeld ook Duitstalige joden, diepe sporen heeft nagelaten, is er in het naoorlogse Duitsland hoogstens besmuikt over gesproken. In de DDR was het onderwerp ronduit taboe, terwijl West-Duitsland de nostalgie naar het verloren Oosten liever inruilde voor de zoveel meer belovende ruk naar het Westen, waar met Amerika en Europese eenwording vrijheid, welvaart en een nieuwe identiteit lonkten.

Maar hoe meer zij werden genegeerd, des te fanatieker ze werden, de verdrevenen en hun nakomelingen die zich als zodanig organiseerden. En zo bestaan ze nog steeds, de organisaties van mensen die verjaagd zijn uit Oost-Pruisen, Silezië, Sudetenland en andere gebieden in het oosten. Van revanche hebben zij al in 1950 uitdrukkelijk afstand genomen, en de Bond der Verdrevenen royeert stelselmatig leden die de indruk wekken de verloren gegane gebieden gewapenderhand te willen heroveren. Maar dat verdreven Duitsers op hun oude dag de verloren gegane grond terugkópen, dat moet toch mogelijk zijn, zegt Erika Steinbach, die behalve voorzitter van de Bond der Verdrevenen ook CDU-bondsdaglid is.

En dat is nu precies waar de Polen en de Tsjechen zo bang voor zijn: dat de grondgebieden die zij in 1945 etnisch hebben gezuiverd nu worden teruggekocht door degenen die zij toen hebben verdreven. Daarom heeft Polen, dat zich zo opwindt over de overgangstermijn van zeven jaar waarin Polen niet mogen werken in het Westen, op zijn beurt voorgesteld dat burgers uit de huidige EU, lees Duitsers, de eerste achttien jaar geen Poolse landbouwgrond mogen kopen. Erika Steinbach heeft al een compromisvoorstel gedaan: burgers uit de huidige EU-landen mogen geen Poolse grond kopen, tenzij ze zelf van die grond verdreven zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden