De angst nooit meester

Soloreligieuzen belegden vorige week een avond rond deze nieuwe geloofsvariant. Maar hoe nieuw is ze eigenlijk? Hoogleraar Anton van Harskamp stelt drie kritische vragen. Wat stelt de soloreligiositeit helemaal voor?

door Anton van Harskamp

Wie zijn de soloreligieuzen en wat houdt hun religiositeit in?

Gebruikmakend van Jan Oegema's appèl tot religieuze 'outcoming': soloreligieuzen zijn mensen die het verkerkelijkte christendom verlaten hebben, maar toch nog steeds waarde hechten aan de mystieke traditie van datzelfde christendom. En het zijn mensen die uit literatuur hun religiositeit alleen construeren, 'onder de leeslamp', terwijl ze toch enig verlangen hebben naar gezamenlijkheid.

En hun religiositeit? Het gaat om mensen die in plaats van het geloof aan een Vadergod daarboven, een besef hebben gekregen van het goddelijke als de eenheid of de samenhang van al wat 'leven' is. En het gaat óók nog eens om mensen die die eenheid van het 'leven' via de introspectie van het eigen innerlijk ervaren, én zich daarin onthechten van hun ego, kennelijk om bij een niet-zelf of een hoger of dieper 'zelf' uit te komen.

Maar er ís wat met die soloreligieuzen. Want ze zijn bang, bang om voor hun religiositeit uit te komen. Ze dúrven niet wat Willem Jan Otten durfde, geeft Jan Oegema aan.

Maar: dat is niet juist! We moeten zeggen: de solo's wíllen niet wat Otten durfde. Want Otten heeft het juist over een persoonlijke God, zelfs over een Vader die hem gevonden heeft. Ook heeft Otten in de katholieke kerk een ritueel thuis gevonden. En, om nog maar één ding te noemen: Otten schrijft en spreekt van kwaad, ook kwaad in hem, van zonde dus, én van zijn behoefte aan vergeving, een behoefte die voor hem een reden is om te leven in dat geloof aan een persoonlijke God. Nee, Otten is een anti-soloreligieus.

Is de soloreligiositeit bijzonder, uniek? Antwoord: nee, zeker niet.

In West-Europa, dat kleine stukje aarde dat door haar euroseculariteit een uitzondering is in een van religies bol staande wereld, is al vanaf de jaren zestig een beweging gaande van kerkverlating, maar ook van voortbestaan, soms zelfs groei van vrij zwevende religiositeit.

Verder is er onder de vele mensen die nog wat met religiositeit hebben, een beweging gaande van afnemend geloof in een persoonlijke God, van een 'ontvaderend' Gods- besef dus. En er is onder vele soorten gelovigen een groeiende populariteit te bespeuren van de gedachte van het goddelijke als Geest, of als levenskracht, of als energie.

ün er is een specifiek type van spiritualiteit onder 'vrijzwevenden' aan het groeien, niet alleen bij Oegema's soloreligieuzen, maar ook bij new agers, lezers van 'De Cursus in wonderen', bezoekers van spirituele festivals, leden van Spiegelogische fanclubs, et cetera. Het is een spiritualiteit, die als focus het individuele 'zelf' heeft - zoekt naar zelfkennis of naar vervolmaking van het 'zelf' door zelfexpressie. Ze zoekt vanuit dat 'zelf' vaak door 'ontlediging van, zeg maar, het plattere, alledaagse, verstandelijk ego', een verbinding met anderen, de natuur (een neiging tot kosmische spiritualiteit). Daarnaast heeft ze een veranderlijke religieuze stijl. Waardoor deze vrijzwevenden zich niet storen aan de ideologische grenzen tussen tradities, waardoor ze ook ideeën, symbolen, metaforen van hun eigen religiositeit niet absoluut nemen, en de ene overtuiging of het ene symbool heel gemakkelijk kunnen inruilen voor een andere.

Kortom, op een breed terrein groeit een spiritualiteit die veel van doen heeft met die van de soloreligieuzen.

Hoe de soloreligiositeit te beoordelen?

Laat ik aanknopen bij een gedachte van Jan Oegema die hij ontleent aan zijn leidsman, Simon Vestdijk. Die gedachte komt erop neer dat de 'voltooide' soloreligieus, die dus niet meer bang is, een hogere mate aan integratie heeft, dat wil zeggen - citaat - meer 'in balans is met zichzelf en de wereld om hem heen', dan, bijvoorbeeld, traditionele christenen of 'ethische' christenen.

Een geïntegreerd persoon zijn is voor Vestdijk, én voor Oegema, én voor de echte soloreligieus dus, iemand die in zijn of haar gedrag en in de voorstelling van de werkelijkheid een eenheid tot stand heeft gebracht tussen subject en object, tussen zichzelf en de wereld. “Iemand die een bloem heel duidelijk voor zich ziet“, schrijft Vestdijk, “is als het ware met die bloem geïntegreerd.“ En dit geïntegreerd-zijn is ook het geval wanneer de mystiek-introspectieve persoon zichzelf als object van beschouwing heeft.

Maar waarom is dat in balans met zichzelf en de wereld zijn zo nastrevenswaardig? Het antwoord van Vestdijk én Oegema is dat de geïntegreerde soloreligieus meester is over het eigen geloof; niet slaaf van dat geloof. De soloreligieus wil meester zijn, zo mogen we zeggen. In een traditionele gelovigheid kán dat niet, daar is kortweg gezegd God 'de' meester, of de kerk, of andere geestelijke machten.

Maar is daar wat mis mee? Ja.

Heel wat gelovigen zullen zeggen dat kenmerkend voor religieus geloof juist is dat men zich géén meester voelt, dat het geloof je meesterschap juist op het spel zet. Désanne van Brederode schreef pas: “Iemand zet zich, door te geloven, op het spel. Je gaat een verbond aan dat in wezen een eenzijdig verbond is - het is volgens mij je reinste hovaardige flauwekul te denken dat Jezus, God of welke hoge pief dan ook - ik voeg toe: de Geest of de levenskracht of de energie - akkoord gaan met jouw contract'.

Heel wat godsdienst- en cultuurpsychologen zullen aangeven dat achter de wil tot meester-zijn vermoedelijk gevoelens van existentiële onzekerheid en angst zullen liggen, die dus 'overdekt' worden door de wil tot beheersing.

En (sommige) theologen zullen aangeven dat juist dat 'in balans zijn' met zichzelf en met de wereld aanduidt dat deze religiositeit zich aanpast aan 'de wereld', en precies past in het culturele klimaat, waarin een nietszeggende en niet tot handelen leidende spiritualiteit populair is. Zij menen dat in de christelijke religie aangenomen wordt dat individuen níet in balans zijn met zichzelf, ook dat de wereld níet ís zoals ze moet zijn.

Oudere theologen zouden kunnen zeggen: 'ik' ben niet in balans, de wereld is niet in balans, omdat de zonde werkt: 'ik' moet nog verlost, ik moet nog veranderd, de wereld moet nog veranderd, dat is: met gerechtigheid vervuld.

Ik sluit af met stellingen.

Soloreligiositeit heeft een familiegelijkenis met nieuwetijdsachtige spiritualiteit. Ze heeft een antichristelijke spits. En: de nog niet voltooide soloreligieuzen zijn bang. Dat zullen ze altijd blijven, zolang ze toegeven aan de wil om meester te zijn over hun eigen geloof, want die wil verraadt bangheid. Zij zijn daarom niets anders dan 'de bange meesters van hun eigen geloof'.

www.trouw.nl/godsbeelden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden