De andere kant van Julian Schnabel

Boven: Zonder titel (Stella), polaroid, 61 x 51 cm, 2007Onder: Zonder titel (Olmo), polaroid , 61 x 51 cm, 2008 (FOTO'S JULIAN SCHNABEL) Beeld
Boven: Zonder titel (Stella), polaroid, 61 x 51 cm, 2007Onder: Zonder titel (Olmo), polaroid , 61 x 51 cm, 2008 (FOTO'S JULIAN SCHNABEL)

Schilder-filmer Julian Schnabel kan ook fotograferen. Met een handgemaakt toestel, model ijskast, maakte hij fraaie portretten die te zien zijn in het Fotomuseum Den Haag.

Henny de Lange

Met een zeldzame, handgemaakte polaroidcamera uit de jaren zeventig, zo groot als een ijskast, maakte de Amerikaanse kunstenaar Julian Schnabel vanaf 2002 direct-klaarfoto’s van 50 bij 60 centimeter. Hij fotografeerde alles wat ertoe deed in zijn leven: zijn gezinsleden en vrienden, zijn eigen kunstwerken in galeries en op tentoonstellingen en zijn huis, het door hem zelf ontworpen Palazzo Chupi in Manhattan, New York. De foto’s zijn nu voor het eerst in Nederland te zien, in het Fotomuseum Den Haag, dat daarmee een heel andere kant toont van Schnabel.

Julian Schnabel (1951) werd in de jaren tachtig bekend als schilder van grove, expressieve schilderijen, waarin hij onder meer gebroken serviesgoed verwerkte. In de jaren negentig brak hij door als filmregisseur, van onder meer ’Basquiat’ (1996) over het leven van graffiti- kunstenaar Jean-Michel Basquiat en ’The Diving Bell and the Butterfly’ (2007), het waargebeurde verhaal van Jean-Dominique Bauby die op zijn 43ste een hersenbloeding kreeg en daarna alleen nog maar met één oog kon knipperen. En of dat niet genoeg was, ontpopte hij zich ook nog als fotograaf. Zijn z’n foto’s inderdaad zo bijzonder dat het Fotomuseum daar een hele zaal mee moet vullen? Of speelt ook mee dat de fotograaf Julian Schnabel heet en als multitalent te boek staat?

Op de tentoonstelling hangen tachtig grootformaat foto’s in zwart-wit of sepia en met rafelige randen, waardoor ze een nostalgische sfeer oproepen. De meeste aantrekkingskracht hebben de portretten die Schnabel maakte van zijn familie en vrienden, onder wie zanger Lou Reed en acteur Mickey Rourke. Prachtig zijn de foto’s van zijn dochter en tweelingzonen en ook zijn zelfportretten mogen er zijn.

Minder overtuigend zijn de beelden die hij vastlegde van het interieur van zijn huis en van zijn eigen kunstwerken in zijn ateliers. Het heeft er veel van weg dat Schnabel die gemaakt heeft voor zijn eigen archief. In interviews heeft hij gezegd dat ze bedoeld waren als studiemateriaal en niet om op te hangen in een museum. Maar moet je dat geloven? Dan pak je toch een kleine camera in plaats van zo’n grote ijskast.

Julian Schnabel kan zich beter richten op het maken van portretten, leert deze expositie. Daar ligt zijn talent. Net als in zijn film over de verlamde Bauby zit hij zo dicht op de huid van de geportretteerde, dat je als kijker het gevoel krijgt heel dicht bij de persoon in kwestie te komen.

Dat Schnabel zelf kennelijk nog niet goed weet wat hij met de fotografie aan moet, blijkt uit de serie Crazy People, ook te zien in Den Haag. Hij maakte deze polaroids van door hem gevonden 19de-eeuwse portretten van psychiatrische patiënten, die waarschijnlijk gemaakt zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Schnabel fotografeerde de antieke fotootjes opnieuw, haalde deze mensen van het verleden naar het heden en laat daarmee, zoals hij het zelf nogal hoogdravend formuleert, ’voorbije momenten herleven’.

Het zijn indrukwekkende foto’s van die geesteszieke mensen, maar dat is vooral te danken aan de kracht van het originele materiaal.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden