De Amerikaanse Praxis-God

aan het strand | Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven, vertelde hij in Trouw. 'Ik neem het woord God in de mond, om te zien of ik het kan uitspreken zonder te giechelen.' Op deze plek doet hij maandelijks verslag van zijn vorderingen.

De omgeving is betoverend. Er wordt uitgeserveerd op het strand, het strand ligt niet in Nederland maar op Aruba, de zon zakt nu pijlsnel achter de horizon, en ik zit blootvoets aan tafel, tenen kroelend in het zand, met een Nederlandse man die in de Verenigde Staten woont en zijn Afro-Amerikaanse vrouw, allebei net ontmoet. Maar volmaakte vreemden zijn we niet, want de Nederlander kent mij: van oude columns in de krant, toen hij nog in Nederland woonde en van mijn stem die hij op de radio heeft gehoord.


Nu is zijn vraag: schrijf ik nog steeds, is er nog iets nieuws? En terwijl ik besluiteloos ronddwaal in mijn verleden, brengt mijn geliefde in dat ik sinds een jaar naar de kerk ga, en mijzelf rooms-katholiek noem. En wat hij gelijk heeft, want het is de scherpste breuk in mijn leven in jaren, maar toch zou ik het zelf niet snel te berde brengen, uit verlegenheid of uit angst prekerig te klinken? Misschien is het geloof een vanzelfsprekendheid geworden in mijn leven. Maar kan dat zo snel?


Mocht mijn terughoudendheid te maken hebben gehad met vrees voor afwijzing: onnodig, want mij wacht het warme Amerikaanse onthaal, vooral van de vrouw. In Amerika houden ze van het geloof, niet allemaal, maar toch in meerderheid, ze vinden het een bruikbaar asset en eigenlijk ook een bewijs van goed gedrag. Bovendien is de Amerikaanse God, krijg je wel eens de indruk, ook meteen een headhunter en een baantjesjager, die ervoor zorgt dat niet alleen spirituele noden worden gelenigd, maar dat ook in alle materiële behoeften wordt voorzien. De Praxis-God, naar het gelijknamige Doe-Het-Zelf-bedrijf, waarbij Hij een flink handje meehelpt.


De vrouw vindt het meteen great dat ik gelovig ben geworden, en informeert nog even naar die katholieke denominatie, en of dat niet lastig is als homoseksueel. Ik zeg dat het niet lastig is, als je het vergelijkt met de situatie in Rusland, Iran, Jamaica en die 74 andere landen waar homoseksualiteit strikt is verboden.


En dan gebeurt er iets dat ik eerder heb meegemaakt wanneer het geloof ter sprake komt. De vrouw begint nu bij wijze van herkenning en spiegeling mij te vertellen over haar eigen spirituele ontwikkeling, behoorlijk gedreven. Er zijn tijden dat ze zich aan een strikt vasten houdt, ze drinkt dan enkel een zeker goedje waarvan ik de naam ben vergeten, en dan krijgt ze visioenen. Over haar carrière. Over de man die ze zal ontmoeten, deze Europese man met wie ze nu daadwerkelijk is getrouwd. Over bouwprojecten die ze moet beginnen. En ook vorige levens worden haar ontsloten.


Natuurlijk luister ik welwillend, maar het is toch een beetje of je vertelt dat je uit Nederland komt en iemand vervolgens enthousiast begint over die verrukkelijke restaurantjes in Kopenhagen. Het sluit niet aan. Het woord 'spiritualiteit' vind ik, ook nu ik 'God' uit mijn mond kan krijgen, nog steeds onuitspreekbaar. Trance, hypnose, klysma's met een hoger doel: het zal allemaal best, maar ik kan mijn aandacht er nooit bijhouden. De vervolmaking van de innerlijke mens alleen, los van tijd en plaats en vooral van andere mensen, lijkt me een oefening in versluierd narcisme.


Dat is hovaardig gedacht, alsof mijn geloof het enige echte is en al het andere gereduceerd kan worden tot 'bijgeloof.'


'Bijgeloof is het geloof van anderen', merkte de dichter J.C Bloem al fijntjes op.


Bovendien wemelt het in de katholieke kerk van wat een beetje protestant meteen af zal doen als bijgeloof - al is het beter te zeggen dat de rk-kerk pre-christelijke gewoontes in zich heeft opgenomen, in getransformeerde vorm. Juist dat aangeslibde verleden, dat verder reikt dan de christelijke jaartelling, geeft me een gevoel van continuïteit. Zoals de romanvorm een boodschappentas levert die allerhande ongelijksoortige verhalen kan bevatten, zo ook heeft de Moederkerk zich ontfermt over een allegaartje aan gewoontes en gebruiken, die alsnog in de rites zijn ingepast.


Het is niet uit zuiverheidsoverwegingen dat ik wantrouwend sta tegen alles wat 'spiritueel' heet of zichzelf zo noemt, integendeel. Het allerzuiverste geloof maakt me juist huiverig, en mensen die beweren dat ze het in bezit hebben stemmen bij voorbaat wantrouwend. Het volmaakte geloof heeft helemaal geen God meer nodig.


Het is het onvolmaakte van de christelijke praktijk, het eeuwige strevende karakter ervan, dat me raakt. En zonder die traditie van in ieder geval 2000 jaar her, zonder de kerkvaders, de geschiedenis, de verschillende theologische interpretaties en al die miljoenen en miljoenen voorgangers, zou het geloof niet meer voor me betekenen dan een persoonlijke eigenaardigheid, een idiosyncrasie.


Ik vertrouw op die oeroude vormen, en steiger bij het zelfgemaakte, zelfgeknutselde en haastig geïmproviseerde ritueel, dat helemaal op de persoon is afgestemd.


'Zelf Kamperen', zoals Gerard Reve het noemde, daar zie ik niets in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden