De alternatieve Elfstedentocht is de hele zomer door te wandelen, roeien, fietsen, steppen of skeeleren.

Het is een stille, pikdonkere nacht. Alleen de olielampjes op de voor- en achterplecht van de boot verlichten de rietkragen langs de sloot. De riemen plonzen in een gelijkmatig tempo door het water. Af en toe vliegt een geschrokken vogel op uit het riet. Met z'n drieën roeien we al ruim een uur door het Friese land. Achter ons ligt Leeuwarden, ergens langs deze stille sloot moet het gehucht Weidum liggen. Daar zullen ploeggenoten ons aflossen.

door Sandra Kooke

Plotseling flitst het licht van een zaklantaarn over het water. Er klinken stemmen. 'Hierheen, jongens'. In het donker trekken handen ons op de kant. Terwijl wij de boot vasthouden, stappen twee nieuwe roeiers en een stuurman in. Ze zetten zich af tegen de kant en roeien in vijf slagen uit het zicht. Binnen twee minuten is de wisseling voorbij en treedt de donkere stilte weer in.

De nachtelijke tocht is onderdeel van de jaarlijkse Elfstedentocht voor roeiers. Zodra de winter voorbij is, nemen andere sporters bezit van het Elfstedentraject. De elf steden kunnen aangedaan worden per fiets of step, op skates of skeelers, per boot of kano, per auto of motor en natuurlijk wandelend.

Het eerste alternatief voor de schaatstocht was de fietstocht, die in 1912 - drie jaar na de eerste Elfstedentocht - werd georganiseerd door de Stichting De Friese Elfsteden Rijwieltocht. De Wandeltocht volgde in 1945. Daarna kwamen er moderner takken van sport als de skeeler en de step bij.

Het aantal deelnemers is de laatste tien jaar enorm omhoog gegaan. In plaats van enkele honderden schrijven enkele duizenden zich in. Daarom stelt de organisatie bijna altijd een limiet; de veiligheid en de overnachtingsmogelijkheden stellen hun grenzen.

De roeitocht is uitzonderlijk, omdat die als enige het officiële elfstedentochttraject volgt: over het water. Alleen varen de boten de tocht andersom: eerst van Leeuwarden naar Dokkum en dan pas via het zuiden en westen van Friesland terug naar Leeuwarden. De schaatsers doen Dokkum als laatste aan.

Roeivereniging Wetterwille is de organisator van de jaarlijkse roeitocht. De bijna 200 km wordt door de meeste teams in estafette geroeid. Maar er zijn ook drietallen die alles achter elkaar roeien. Iedereen moet binnen 24 uur binnen zijn.

Een paar uur voor de start worden de negentig boten, die per botenwagen zijn aangekomen, waterdicht gemaakt en voorzien van lampjes. In de loods van Wetterwille zitten honderden roeiers een Chinese maaltijd weg te werken alvorens om acht uur 'savonds de tocht der tochten in het centrum van Leeuwarden begint. In de Friese hoofdstad slaan duizenden toeschouwers de happening gade.

Het is krap in de grachten van Leeuwarden. Om in te kunnen halen, moet onbehouwen worden geroeid en gestuurd. Van het gescheld uit andere boten moet je je niks aantrekken. Het eerste traject loopt tot het bruggetje van Bartlehiem. Het wordt al donker als we daar om even over negenen aankomen. Onze ploegmaten nemen het over. Wij zullen pas in Altstjerk weer aan de beurt komen.

Na een tijdje komen daar de eerste boten aan. Een prachtig gezicht als de olielampjes onder het bruggetje door zichtbaar worden. De Zwolsche, met Olympisch kampioen Nico Rienks aan boord, ligt al snel een half uur voor op de meeste andere roeiers.

Tegen de tijd dat onze boot aankomt, ligt in het kleine grachtje van Altstjerk een wirwar van boten en is in- en uitstappen een hachelijke onderneming geworden. Onder geschreeuw en getier varen de roeiers een voor een weg. Wie de bocht voorbij is, bevindt zich plotseling in niemandsland. De stilte en duisternis dalen over het land en de kadans van de eindeloos herhaalde roeibeweging neemt alle gedachten van de roeiers weg. Na IJlst komt de zon weer langzaam op. Tegen die tijd is de sfeer in de boot beneden peil. Verbeten wordt er tegen de wind in geroeid en de stuurman, die zit te kleumen en te vroeg meldt dat het volgende stadje eraan komt, krijgt alle ergernis en chagrijn over zich heen. Om zes uur 's ochtends zijn we kapot.

Na een korte slaapstop, waarin andere ploeggenoten het roeien overnemen, gaat de tocht verder van Workum naar Bolsward. De wind is opgestoken en waait ongehinderd over de weilanden. De stuurman kan proberen aan leizijde te varen, maar verder kunnen de roeiers alleen maar blijven trappen. De vermoeidheid laat zich gelden, het laatste deel van het traject neemt het zuchten en steunen toe. Iedereen heeft blaren en zoekt naar middeltjes om er zo min mogelijk pijn van te hebben. Maar uiteindelijk komt Leeuwarden in zicht. En met een elfstedenkruisje om de nek vallen we onderweg naar huis achterin de auto in slaap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden