Opinie

De alledaagse wreedheid indrukwekkend vormgegeven

DEN HAAG - ,,Lieve God, U bent rechtvaardig'', kwijlt de vader als een gevreesde attaque uitblijft. Dat zijn dochter, die zojuist de dood van haar kind heeft vernomen, een tikkeltje anders tegen die rechtvaardigheid zou kunnen aankijken? Hij loopt haar straal voorbij.

De Hongaars-Oostenrijkse schrijver üdön von Horváth (1901-1938) had een buitengewoon scherp oog voor de feilen in menselijke relaties. De eigenbaat, hypocrisie, domheid, hij tekende het naar het leven. Gespreksflarden in cafés en op straat noteerde hij op sigarendoosjes en velletjes papier, en verwerkte hij in zijn stukken. Dat verleent zijn werk een nog altijd opmerkelijke vitaliteit, maar ook verontrustende authenticiteit. Destijds verweten critici hem cynisme, maar de nationaal-socialisten wisten wel beter: zo raak trof Von Horváth het benepen kuddedenken van de mens, rijp voor het fascisme, dat zijn stukken sinds 1933 van de Duitse podia werden gebannen.

Von Horváth is absoluut een politiek schrijver. Maar anders dan die van tijdgenoot Bertolt Brecht is zijn pen niet bijtend, zelfs verre van moralistisch. Hij portretteert de wereld, de mens zoals-ie werkelijk is: heel gewoon, braaf het eigen straatje schoonvegend, kritiekloos gehecht aan vaste regels, graag de kop in het zand en inconsequent als dat te pas komt. Wie aan die verstikkende burgerlijkheid wenst te ontsnappen, is niet meer gewenst. Dat ondervindt Marianne in 'Verhalen uit het Wienerwald' ('Geschichten aus dem Wienerwald', 1931), dat nu door het Nationale Toneel wordt gespeeld. Zij kiest voor een gepassioneerde verliefdheid in plaats van voor een van jongsaf geplande verloving, wordt door haar vader radicaal verstoten, en de rest doet of z'n neus bloedt.

Drie jaar geleden toonde Antoine Uitdehaag in zijn regie van 'Sladek' (1929) al een stevige greep op het werk van Von Horváth te hebben. Zijn affiniteit is er alleen maar intenser op geworden. Deze 'Verhalen uit het Wienerwald' is van grote klasse, licht én aangrijpend, ironisch én hartgrondig. De voorstelling balanceert voortreffelijk op de grens van het ouderwetse melodrama, dat aan het stuk verkleefd zit, en de pijnlijke onvolkomenheid van menselijk gedrag dat het stuk vandaag de dag zijn geldigheid verleent. Uitdehaag heeft het stuk niet gemoderniseerd, integendeel. Hij gebruikt de drakerige elementen om de intentie op scherp te zetten. Om een onecht kind maken wij ons niet meer druk, maar een biechtvader die zowat in één adem berouw verlangt voor de poging de vrucht te doden en voor het vervolgens in zonde ter wereld brengen van dat kind, dat komt wel aan. Op zulke dingen legt Uitdehaag het accent.

In stuk en voorstelling is het de uiterlijke schijn die doen en laten bepaalt, schitterend vertaald in de vormgeving. Uitnemend gesteund door belichter Kees van de Lagemaat is Paul Gallis boven zichzelf uitgestegen met tableaus die overduidelijk decor zijn en soms tegelijk verwijzen naar (kunstwerken uit) het nazitijdperk. Ook qua kleurgebruik. Een taps toelopende rots met kasteelruïne tegen een rode lucht, strak gekaderd in een pikzwarte achtergrond. Een winkelstraat van bordkartonnen gevels, los van elkaar hangend en afgesneden in de tekst op de winkelruit. Heel suggestief is bovenbedoelde biechtscène. De stralenbundel waar Marianne in staat, vlak voor zij ter biecht gaat, wordt meedogenloos doorsneden door een naar voren geschoven, intimiderend grote biechtstoel.

In deze setting en in kostuums (Dinorah Iorio) die subtiel op de tijd van oorsprong zijn geïnspireerd, is gekozen voor gestileerd spel dat een zekere overdrijving en lichte ironie combineert. Dat dwingt je als kijker te blijven meedenken en je niet te laten meeslepen door het verhaaltje. Hoewel niet iedereen die toon helemaal te pakken heeft, is het ensemblespel overtuigend. Pijnlijk is hoe Marie-Louise Stheins als Marianne in drie uur van een jong naïef meisje verandert in een vertrapte vrouw en, erger, in een toch nog willoos slachtoffer van de heersende fatsoensnormen. Grandioos is Stefan de Walle als Alfred, haar minnaar, een botte vlerk, die het hart op de verkeerde plek heeft. De Walle speelt het klaar weerzin op te roepen en je tegelijk met een leipe schijnheiligheid te laten snappen waarom Marianne voor hem valt en hij het lievelingetje van zijn hardvochtige grootmoe is. 'Verhalen uit het Wienerwald' is een indrukwekkende confrontatie met alledaagse wreedheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden