De Albanezen zijn alleen aardig als ze slapen, zegt de Macedonier

In Macedonie bestaat 65 procent van de bevolking uit Macedoniers. De Albanezen bestrijden dat. Er wonen veel meer Albanezen dan het gezag er wil toegeven. Het is niet het enige twistpunt tussen de bevolkingsgroepen. De Albanezen willen geen minderheid zijn. In de naamgeving van de republiek zou dat tot uiting moeten komen.

NICOLE LUCAS

Als de vragensteller wat geschrokken terugdeinst, zegt de dame op verachtelijke toon, als was het een verklaring: “Albanezen, ze zijn alleen aardig, als ze slapen.” En nee, ze weet echt niet waar dat adres is. Het blijkt, na enig rondzwerven, nog geen 200 meter van haar vandaan.

We schrijven - opnieuw - Macedonie. Tetovo deze keer, een levendige plaats dertig kilometer ten westen van de hoofdstad, Skopje. En deze onverwachte confrontatie maakt in een klap duidelijk: Macedonie heeft het niet alleen moeilijk met bepaalde buren. Macedonie heeft ook problemen met zichzelf.

Macedonie, immers, bestaat maar voor een deel uit Macedoniers - die volgens Grieken en Bulgaren overigens uberhaupt niet bestaan. Boze tongen beweren zelfs dat ze in hun eigen land in de minderheid zijn.

Volgens officiele gegevens maken ze ruim 65 procent van de bevolking uit, maar het zijn vooral vertegenwoordigers van de Albanezen die dat cijfer te vuur en te zwaard bestrijden.

Dat getal is veel te hoog, zeggen ze, en de keerzijde daarvan is dat het aantal Albanezen in Macedonie veel te laag is ingeschat. Ruim 21 procent volgens de volkstelling van 1991, maar daar klopt niets van, beweren de Albanezen. Zij hebben er namelijk - uit wantrouwen over de wijze waarop de census zou verlopen - niet aan meegedaan.

Wij vormen zeker eenderde van de bevolking, zegt Mithad Emini op het hoofdkantoor van de Partij voor democratische welvaart (PDP) - de grootste partij van Albanezen - in het centrum van Tetovo, vlak bij de bazar waar Albanees de voertaal is en mannen met witte petjes bij het koffiehuis een potje rummykub spelen, “en misschien zijn we nog wel met meer”.

De statistische onderschatting, zegt hij, is tekenend voor de wijze waarop de Albanezen door de Macedoniers worden behandeld. Oftewel: “we werden en worden gediscrimineerd.” Waarna een litanie volgt die moet bewijzen dat de situatie van de Albanezen in Macedonie weliswaar niet helemaal vergelijkbaar is met die van de Albanese 'broeders' in de door Serviers beheerste provincie Kosovo, maar toch wel bijna net zo slecht.

De PDP-secretaris overdrijft. Zeker: er is reden tot ontevredenheid en ongerustheid. Zo verdienen Albanezen gemiddeld aanzienlijk minder, zijn ze sterk ondervertegenwoordigd in het bestuurlijke apparaat en is hun opleiding lager.

Maar hier is geen politieterreur, zoals aan de noordelijke grens, hier zijn Albanese media niet verboden, hier zitten zelfs vijf Albanezen in het kabinet.

Het was ook niet zonder reden dat de EGcommissie die moest beslissen welke voormalige Joegoslavische deelrepublieken al dan niet voor erkenning in aanmerking konden komen, destijds alleen bij Slovenie en Macedonie geen vraagtekens zette. De positie van minderheden was daar redelijk geregeld en gegarandeerd, heette het.

Maar daar zit hem nu precies de kneep. De Albanezen haten het als zodanig te worden aangeduid. Ze willen erkend worden als 'constituerende natie'. Macedonie zou volgens de grondwet het land van Albanezen en Macedoniers moeten worden. Maar dat is nou net wat de Macedoniers niet willen.

Meer scholen, meer ambtenaren, meer lokale autonomie, vooruit. Maar een natie? Dat nooit. “Het volgende wat ze dan eisen is het omzetten van Macedonie in een federatie met een apart Albanees deel, dat zich vervolgens aansluit bij Kosovo en Albanie.

Maar wat blijft er dan nog van ons land over?'' verwoordt een zakenman het algemene 'Macedonische' gevoel. En hij verwijst naar een voorval in april 1992, toen tijdens een demonstratie in Struga, bij het meer van Ohrid, een parlementslid openlijk opriep tot de vorming van een Albanese 'Republiek van Ilirida' in het westen van Macedonie.

De Macedoniers weten zich in hun afwijzing daarvan gesteund door de internationale gemeenschap. Zowel de EG als de VS hebben herhaaldelijk laten weten dat zij niets voelen voor een federalisering van Macedonie.

De Albanezen, dat wil zeggen hun politieke leiders, weten dat ook en hebben voorlopig maar eieren voor hun geld gekozen.

Weliswaar boycotten zij in 1991 zowel de volkstelling als het referendum over onafhankelijkheid, maar ze hebben inmiddels een belangrijke stem in de regering, die verder voor het grootste deel uit oud-communisten bestaat. Ook zij realiseren zich dat ze beter af zijn onder de huidige president, Kiro Gligorov, dan wanneer de radicaal nationalisten van de IMRO-VMRO de macht grijpen.

Ondertussen heeft de samenleving echter iets van Nederland in de tijd van de verzuiling: samenwerking aan de top, gescheiden aan de onderkant.

Want de kloof tussen Macedoniers en Albanezen is aanzienlijk en openbaart zich om te beginnen al op geografisch terrein: de Albanezen zitten vrijwel zonder uitzondering geconcentreerd in het (noord-)westen van het land, het gevolg van de grenzen die in 1912 rondom Albanie werden getrokken.

Daarnaast gaan ze naar verschillende kerken (de Albanezen naar de moskee, de Slaven naar de orthodoxe kerk) en trouwen ze, mede als gevolg daarvan, nauwelijks met elkaar. Uit een enquete blijkt dat met name de Albanezen ook hun vrienden voornamelijk in eigen kring zoeken en het liefst alleen mensen van dezelfde etnische afkomst naast zich zien wonen. Het is symptomatisch voor het feit dat de twee groepen bepaald niet erg 'aardig' over elkaar denken en nogal wat vooroordelen tegenover de ander hebben.

Het is een patstelling die de 'Macedonische kwestie' nog ingewikkelder maakt dan zij al is. Want het heeft er inmiddels toe geleid dat niet alleen Griekenland, maar ook Albanie zich met de naam van de 'voormalige Joegoslavische deelrepubliek Macedonie' is gaan bemoeien.

Onlangs liet het weten niet akkoord te zullen gaan met de naam Slavo-Makedonija, die Griekenland bij wijze van compromis had voorgesteld. Dat doet geen recht aan de grote Albanese gemeenschap, aldus een brief aan de Veiligheidsraad, die aldaar - Albanie deed er nog maar een schepje bovenop - bijna 40 procent van de hele bevolking uitmaakt.

Kiro Gligorov heeft tot nu toe een broos evenwicht kunnen bewaren, al kon ook hij niet verhinderen dat het in november vorig jaar tot relletjes kwam tussen de politie en Albanese demonstranten, waarbij drie doden vielen. Veel greep op wat er buiten de grenzen gebeurt, heeft hij echter niet en juist daarvandaan - en voor een keer zijn Albanezen en Macedoniers het dan wel eens - komt de grootste kans op verstoring van de balans.

Oproer in Kosovo is wat het meest wordt gevreesd: want dat stelt de loyaliteitskwestie nadrukkelijk en bijna onontkoombaar aan de orde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden