De Albanezen boeren zo slecht nog niet

De eerste klas van het Mirko Mileski-gymnasium in Kicevo, een stad in west-Macedonië, telde in het schooljaar 1989/1990 31 leerlingen: 20 Macedoniërs, 7 Albanezen en 4 Turken. Het was vooral een jongensklas. Slechts twee meisjes, allebei Macedonisch, maakten er deel van uit.

Nicole Lucas

Van de Albanezen wisten er slechts drie over te gaan naar de tweede klas, van de Turken niet één. Alle zittenblijvers hielden de school voor gezien. Inmiddels zijn de moslims merendeels in het buitenland beland. Ze wonen en werken in de Verenigde Staten, Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland, zenden regelmatig geld - soms veel geld - naar huis en komen voor vakantie terug naar Macedonië. De orthodoxe Macedoniërs daarentegen hebben hun geboorteland niet verlaten. Ze werken, tegen veelal een karig loon, in een (al dan niet voormalig) staatsbedrijf, doen klussen of zijn werkloos.

In een notendop, zegt Kristof Bender, medewerker van het gerenommeerde onderzoeksinstituut European Stability dat zich op voormalig Joegoslavië concenteert, toont de levensloop van deze klas de diepe kloof die er door de Macedonische samenleving loopt. En die, zo waarschuwt hij, opnieuw tot strijd tussen Slavische en Albanese Macedoniërs kan leiden. ,,Het akkoord van Ohrid heeft vorig jaar een eind gemaakt aan de strijd, en dat is natuurlijk heel goed, maar het heeft de onderliggende oorzaken van het conflict niet aangepakt.''

Onderzoek dat Bender, samen met anderen, verrichtte in de regio rond Kicevo - de streek waar Ali Ahmeti vandaan komt, leider van de Albanese guerrillero's die vorig jaar plotseling voor zoveel onrust zorgden - laat zien wat die factoren zijn. In de stad en naaste omgeving wonen zo'n 52 000 mensen, de helft Albanezen, veertig procent Macedoniërs. Vijftig jaar geleden leefden ze vrijwel allemaal op het platteland, en verdienden de kost als schaapherder of boer.

Voor de communisten was dat echter maar een achterlijke manier van bestaan. Ze bouwden grote fabrieken en lokten de arbeiders naar de stad. Vooral de Slavische Macedoniërs bleken voor die lokroep gevoelig. Zij verlieten massaal de dorpen, gingen aan de slag in de nieuwe, grote staatsbedrijven of werden ambtenaar. De Albanezen bleven grotendeels achter op een platteland dat meer en meer verwaarloosd werd.

Als ze het voorbeeld van de Slaven wilden volgen, werd ze dat vaak onmogelijk gemaakt. Ze werden geweerd uit hogere functies, met als gevolg dat veel jongeren op school voortijdig afhaakten: wat had een opleiding immers voor zin? Bender: ,,De Albanezen zochten hun eigen overlevingsstrategieën. Voor zover mogelijk begonnen ze eigen handeltjes, eigen bedrijfjes. Maar vooral vertrokken ze naar het buitenland, en gingen als gastarbeider werken.''

Decennialang waren de Slavische Macedoniërs beter af. Tot zo'n vijftien jaar geleden. Toen begon het langzame, maar niet te stuiten verval van de industrie. Staatsbedrijven werden voor een deel geprivatiseerd, afgeslankt, gesloten. Van de 6600 banen die deze sector telde in Kicevo en omgeving in 1990, is de helft verdwenen. ,,En het hadden er veel meer kunnen zijn, want in veel gevallen houdt de staat met subsidies en leningen noodlijdende bedrijven in leven'', zegt de Oostenrijkse onderzoeker.

Krampachtig klampen de Slaven zich vast aan de banen bij de overheid, waar ze haast het monopolie hebben: slechts veertien procent van de banen bij de overheid - het onderwijs uitgezonderd - is in handen van Albanezen. ,,De staat probeert ook, hoewel ze minder geld heeft, de werkgelegenheid daar te handhaven. Al het geld gaat naar salarissen, waardoor er niets overblijft voor investeringen.'' Met paradoxale gevolgen: in Kicevo werd in 1986 begonnen met de bouw van een nieuw ziekenhuis. Er werden muren opgetrokken en een dak gelegd, toen was het geld op. In 1992, toen ergens weer wat middelen vandaag geschraapt waren, kwamen er ramen in. Daar is het bij gebleven.

Bender: ,,De Slaven zien hun inkomen langzaam, maar gestaag verminderen en tegelijk allerlei voorzieningen verslechteren. Ze voelen zich volstrekt onzeker.'' Tegelijk moeten ze constateren dat de Albanezen het heel wat beter doen. Die weten, door eerdere ervaringen, beter om te gaan met de eisen die de nieuwe tijd stelt. De nieuwe priv-sector die zich in Kicevo heeft ontwikkeld is Albanees. Ze bezitten tientallen winkeltjes - 184 om precies te zijn, volgens het rapport dat Beder c.s. opstelde - waar tapijten, meubels, sieraden en bruidsjurken worden verkocht.

Maar vooral profiteren ze van hun familieleden in het buitenland. Volgens een heel voorzichtige schatting sturen de gast arbeiders jaarlijks meer dan 16 miljoen euro richting Kicevo. Dat is aanzienlijk meer dan de Slavische Macedoniërs verdienen bij de overheid en de voormalige staatsbedrijven. Jaloers zien de Slaven hoe de Albanezen grote huizen bouwen en in de zomer met mooie auto's hun opwachting maken in Kicevo. ,,Hoe kan dat, terwijl ze nauwelijks opleiding hebben gehad'', vragen ze zich af, om daaruit te concluderen dat het geld dus wel zal zijn verdiend op een manier die het daglicht niet kan verdragen.

Hoewel materieel beter af, zijn ook de Albanezen ontevreden. ,,Hun blik is gekleurd door het verleden, toen ze werden buitengesloten en zich buitengesloten voelden'', zegt Bender. ,,Ze vinden dat ze geen gehoor krijgen bij de staat.'' Ze profiteren ook veel minder van openbare voorzieningen, moest hij concluderen, na een bezoek aan dorpen in de omgeving van Kicevo. In een sterk gecentraliseerde staat als Macedonië valt het platteland buiten de boot, en eigenlijk alles wat buiten de hoofdstad Skopje ligt.

Dat gebrek aan vertrouwen in de staat is er mede-oorzaak van dat de Albanezen het vele geld dat zij het land binnenbrengen vooral besteden aan consumptie. Voor grootschalige investeringen wordt het nauwelijks gebruikt. Kicevo kent één uitzondering: textielfabriek Himara van Bajram Selimi. Deze Albanees kwam in 1994 terug uit Frankrijk, waar hij al zijn eigen bedrijf had opgebouwd. Hij kocht het pand van een coöperatie die eerder failliet was gegaan en begon een nieuw bedrijf.

Opmerkelijk is dat, op de baas en de accountant na, een meerderheid van de werknemers Macedonische vrouwen zijn, die op straat waren komen te staan toen Kikoteks, een staatsbedrijf, failliet ging. ,,Dat is deels traditie'', verklaart Bender de afwezigheid van Albanese vrouwen op de werkvloer: ,,Zij blijven thuis bij het gezin. Bovendien zet het voor hen nauwelijks zoden aan de dijk. Ze hebben vaak een man en een zoon in het buitenland. Laat die ieder 1200 euro netto per maand verdienen en tweederde daarvan nodig hebben om bijvoorbeeld in Duitsland te leven. Blijft er altijd nog 800 euro over om naar huis te sturen. Waarom zou een vrouw dan voor 100-125 euro in een fabriek gaan werken ?''

Dat Albanese kapitaal is ondertussen wel de meest voor de hand liggende bron van buitenlandse investeringen, meent Bender. ,,Mensen in de regio hebben enorme dromen, dat Fiat of Basf of een ander groot bedrijf komt en dan met één klap de economie redt. Maar dat is volstrekt irreëel. Dat gebeurt misschien in Hongarije, maar niet in Macedonië waar een jaar geleden nog werd gevochten.''

In Kicevo en omgeving is het destijds rustig gebleven. Volgens Bender willen de bewoners van de regio ook graag dat het vreedzaam blijft. ,,Maar als er economisch niet snel iets verbetert, is er grote kans dat iemand misbruikt gaat maken van de ontevredenheid.'' Paradoxaal genoeg heeft het Akkoord van Ohrid de kiem gelegd voor nieuwe onlust. Het heeft de Albanezen de garantie gegeven dat ze meer banen krijgen bij de overheid. ,,Dat eenvoudigweg oplossen door meer banen te creëren kan niet, want het IMF houdt de overheidsuitgaven nauwkeurig in de gaten. Er komen in die sector de komende jaren eerder minder dan meer banen. De Slavische Macedoniërs weten dus dat hun kansen bij de overheid alleen maar kleiner worden.''

Toch zullen ze dat moeten accepteren, meent Bender, maar het zou daarbij helpen als de Albanezen zich realiseren dat het opeisen van hun aandeel 'hier en nu' niet de beste strategie is. Bovenal moet de particuliere sector worden gestimuleerd. Albanees kapitaal en Macedonische kennis zouden een prachtig pact kunnen sluiten, mijmert Bender. ,,Helaas is dat niet ieders perspectief.''

Het ergste moet nog komen in Macedonië. Steeds meer banen verdwijnen, de overheid moet bezuinigen. Ondertussen eisen Slavische en Albanese Macedoniërs ieder hun deel van een kleiner wordende cake. De nieuwe regering, die vandaag de instemming moet krijgen van het parlement, zal alle zeilen moeten bijzetten om een nieuw conflict te voorkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden