Interview

De Afrikaanse Bill Gates

"De strijd die we nu voeren in Afrika draait om het bouwen van naties. Die strijd is pragmatischer."Beeld Bloomberg

De in Soedan geboren miljardair Mo Ibrahim geeft veel van zijn geld weg, aan de beste Afrikaanse leiders bijvoorbeeld. Zo wil hij goed bestuur belonen en het beeld van Afrika veranderen. 'Zonder rechtsstaat gaat het niet.' Vandaag sprak hij op de Afrikadag in Amsterdam.

Zijn favoriete Afrikaanse leider? Mo Ibrahim (68), ook wel bekend als 'de Afrikaanse Bill Gates', doet daar geen enkele uitspraak over. Een inspirerend figuur, een held dan? Mandela mag niet; te makkelijk en niet meer onder ons. Nee, helaas. Ook daar kan de grootste filantroop uit Afrika niks over zeggen.

De in Soedan geboren multimiljardair geeft elk jaar een inmiddels beroemd geworden prijs weg voor excellent leiderschap op het continent, de Mo Ibrahim Prize for Achievement in African Leadership.

Althans, het geld dat eraan verbonden is - 5 miljoen dollar en levenslang 200.000 dollar per jaar, de grootste geldprijs ter wereld - komt van hem. Het selecteren van de winnaar gebeurt door een comité met onder anderen Graça Machel, de weduwe van Nelson Mandela, Mohamed El-Baradei, ex-hoofd van het Internationaal Atoom Energie Agentschap en Mary Robinson, de eerste vrouwelijk president van Ierland van 1990 tot 1997. "Als ik een voorkeur uitspreek voor iemand, zou dat zeer respectloos zijn tegenover het comité", zegt Ibrahim verontschuldigend per telefoon vanuit Londen, dat hij als verblijfplaats afwisselt met Monaco.

Afrikaanse beller
Ingenieur Ibrahim werd in Groot-Brittannië, waar hij studeerde, groot in de telecommunicatie. Maar hij werd rijk van het continent waar hij vandaan komt. Met zijn mobiele telefoniebedrijf Celtel richtte hij zich 1998 op de Afrikaanse markt, iets waar niemand anders destijds enige fiducie in had. Het bleek een meesterzet. In 2005 legde het Koeweitse telefoniebedrijf Zain, dat na de Arabische beller ook de Afrikaanse beller had ontdekt, 3,4 miljard neer voor Celtel. Tegen die tijd had Celtel 24 miljoen abonnees in 14 Afrikaanse landen.

Dat valt allang weer in het niet bij de huidige cijfers. Ibrahim lepelt ze desgevraagd op: "Nu zijn er 550 miljoen mobiele telefoons in Afrika. Meer dan in Europa. Toen wij begonnen waren er zo'n 3 miljoen vaste lijnen in heel Afrika, de meeste in Marokko, Egypte en Zuid-Afrika. De rest van het continent had bijna niks. Afrikanen staan nu met elkaar in contact."

Gevraagd naar de invloed daarvan op de ontwikkeling van het continent rolt er wederom geroutineerd een rijtje feiten van zijn tong. "Volgens een studie van de London School of Economics is er een verband tussen het aantal mobiele telefoons in een land en de hoogte van het bruto binnenlands product. Volgens die studie gaat met elke stijging van het aantal mobiele telefoons van 10 procent het bbp van een land met 2 procent omhoog. Nu zo'n 50, 60 procent van de 1,2 miljard Afrikanen een mobiele telefoon heeft, is de aanwezigheid daarvan dus verantwoordelijk voor 12 procent van de economische groei in Afrika", rekent hij snel. "Daardoor is Afrika opeens een interessante afzetmarkt geworden. Bovendien is er meer informatie en vrijheid. Boeren hoeven zich minder te laten piepelen door handelaren omdat ze op hun telefoon de marktprijs voor hun gewassen kunnen zien. Burgers kunnen zich via onafhankelijke media laten informeren in plaats van door staatszenders."

Strenge criteria
Na de verkoop van Celtel richtte de zakenman de Mo Ibrahim Foundation in 2006 op, die goed bestuur in Afrika wil bevorderen. Want er is niet alleen de Mo Ibrahim-prijs, maar ook de Mo Ibrahim-studiebeurs en de Mo Ibrahim-index. Die is veel belangrijker dan de prijs. De index is Ibrahims grootste investering, zo bereidde zijn communicatiemanager met Zuid-Afrikaanse tongval het interview voor. Alsof ze wilde zeggen: vraag niet alleen naar de prijs.

Die prijs is sinds de eerste keer in 2007 namelijk nog maar drie keer uitgereikt: in 2007, 2008 en 2011. In de andere jaren voldeed geen enkele leider aan de criteria, die volgens critici zo streng zijn dat ze het imago van een continent vol incapabele leiders juist versterken. Er werd zelfs gegrapt dat Ibrahims geld op was. Maar hij pareert de kritiek steevast met de opmerking: "Het is een prijs voor uitmuntendheid. Noem mij eens een Europese leider die uitmuntend is."

De jaarlijkse index verscheen eind september. Zoals voorgaande jaren scoren Mauritius, Kaapverdië, Botswana, de Seychellen en Zuid-Afrika hoog op de pijlers veiligheid, rechtsstaat, mensenrechten en duurzame economie (het allerslechtst scoorde Somalië). De winnaars van de prijs kwamen uit Botswana, Zuid-Afrika en Kaapverdië. De ex-leider van Mozambique kreeg de award als eerste.

Maar elk van deze toplanden vertoonde achteruitgang op minstens één van die aandachtsgebieden. De Seychellen en Zuid-Afrika scoren slechter op veiligheid en rechtsstaat, in Kaapverdië gaat de menselijke ontwikkeling achteruit en Botswana doet het economisch slechter.

Heeft de mantra 'Afrika verrijst', vanwege de groeicijfers op het continent, luiheid veroorzaakt onder Afrikaanse politici?
"We moeten oppassen niet zelfvoldaan te worden. Zeker nu de economische groei niet meer zo indrukwekkend is als een tijdje geleden. Anderzijds heb ik niks met uitspraken over een continent van 54 landen. De ene keer is Afrika een gekkenhuis, de andere keer het beste sinds gesneden brood. We lijken altijd maar te bewegen tussen extremen. Verrijst Libië? Nee, dat dreigt eerder onbestuurbaar te worden. Op sommige plekken gaat het beter dan op andere. In een deel van West-Afrika heerst ebola, waarom zou je dan je vakantie in Kenia schrappen? Dat is net zo absurd als zeggen dat je niet meer naar Parijs gaat, zo'n 4 uur vliegen van West-Afrika. Nairobi ligt er zes uur vandaan. De wereld kijkt nog steeds naar Afrika als één homp van hetzelfde, dat is een schande."

Toch is het opmerkelijk dat u, iemand die zo'n economische en sociale revolutie in Afrika teweeg heeft gebracht met handel in mobiele telefonie, zo'n enorm vertrouwen heeft in de staat en politici. Hoe komt dat?
"Zakendoen en ondernemerschap zijn belangrijk. Maar zonder een rechtsstaat, vergunningen en veiligheid, gaat het niet. De staat zorgt voor de juiste infrastructuur waarin je zaken kunt doen."

Maar is het nou handig om datgene wat goed leiderschap in veel Afrikaanse landen in de weg staat, namelijk corruptie, te bestrijden met nog meer geld?
"Mijn beste, wij bestrijden met deze prijs geen corruptie. Wij vieren uitmuntendheid en resultaten. Je kunt een charismatisch leider zijn, maar slechte beslissingen nemen. Hoeveel wegen heb je aangelegd, hoeveel scholen en ziekenhuizen zijn er gebouwd? Heeft je bevolking eten op tafel, toegang tot stroom? Wat heb je gedaan aan vrouwenemancipatie? Daar gaat de prijs om. Niet om corruptie. En denkt u dat 5 miljoen dollar indruk maakt op mensen die toegang hebben tot honderden miljoenen?"

Heeft u er zelf wel eens aan gedacht om president te worden? Om u kandidaat te stellen in uw geboorteland Soedan dat na 28 jaar Bashir wel toe is aan vers bloed?
"Absoluut niet. Als ik dat zou doen zou ik het verwijt krijgen dat ik het allemaal heb gedaan om de macht. Ik zou ook niet meer geloofwaardig zijn. Want het hele idee achter de prijs en onze andere activiteiten is dat politieke macht niet alles is. Dat er een leven is na de politiek. Wij nodigen oud-politici daarom juist uit om onderdeel te worden van het maatschappelijk middenveld."

In Amsterdam spreekt u over democratie. Wat betreft Afrika zijn daarover twee opvattingen: directe democratie versus verlichte dictatuur. Tot welk kamp behoort u?
"Ik heb het liever over participatie dan over democratie. Die draait te vaak enkel om verkiezingen elke vier jaar. Democratie zou moeten gaan om participatie van iedereen, ook armen en plattelanders. Tegelijkertijd spreken wij geen voorkeur uit voor politieke stromingen. Of het nou socialisme of kapitalisme is, voor ons is het resultaat het belangrijkst."

Nog even over die helden zoals Mandela: u kunt niemand noemen, maar zijn ze er eigenlijk nog?
"In mijn jonge jaren waren er meer Afrikaanse helden. Maar ik maakte de strijd om onafhankelijkheid mee. Zo'n emotionele strijd produceert makkelijker helden. De strijd die we nu voeren in Afrika draait om het bouwen van naties. Die strijd is pragmatischer. Die draait om het creëren van sterke, onafhankelijke instituties, zoals de rechterlijke macht en vakbonden. Zodat we eindelijk afkomen van de obsessie rond één centrale figuur die gouden bergen belooft. Dat zijn de grootste obstakels richting vooruitgang. En we gaan vooruit. Heel langzaam."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden