De Affaire / Schaf de antidiscriminatiewet af

Als gelovigen naar hartelust mogen discrimineren en haatzaaien, terwijl niet-gelovigen wel worden vervolgd, dan is er volgens Nahed Selim iets niet in orde met onze wetgeving.

Op 27 oktober 2007 werd Sayed Perwiz, student journalistiek in Afghanistan, gearresteerd op verdenking van ’belediging van de islam’. Op 13 mei 2008 werd Gregorius Nekschot, een Nederlandse cartoonist, gearresteerd op verdenking van belediging van moslims en mensen met een donkere huidskleur (hoewel dat laatste lijkt bedacht om de nadruk op moslims te verzachten).

Inhoudelijk is het verschil tussen de twee aanklachten gering. Sommige mensen maken er een sport van zich beledigd te voelen zodra over de islam met minder dan lof gesproken wordt. Juridisch is er wel verschil. De eerste zaak valt onder godslastering – iets wat in Nederland niet zo gauw tot een veroordeling leidt. De tweede valt onder de antidiscriminatiewet. En daar houdt de vergelijking tussen Perwiz en Nekschot op. De Afghaanse journalist werd op 22 januari 2008 ter dood veroordeeld. De Nederlandse cartoonist moet misschien voorkomen. Mocht hij worden veroordeeld dan is de straf niet mals. Gregorius Nekschot riskeert een straf van een jaar, twee in geval van herhaling, of een geldboete van 18.500 euro.

Pikant genoeg is in een land als Marokko de strafmaat voor belediging van de islam lager. In januari 2007 veroordeelde de rechtbank hoofdredacteur Driss Ksikes en journaliste Sanaa Elaji van het weekblad Nichane tot een voorwaardelijke celstraf van drie jaar en een boete van ruim 7000 euro. Hun vergrijp: zij hadden een themanummer gepubliceerd met grappen over de islam. Op een ervan zie je bijvoorbeeld een fundamentalist die met zijn zoontje speelt en hem liefkozend ’mijn kleine bommetje’ noemt. Er werd een wereldwijde handtekeningenactie georganiseerd om bij de Marokkaanse autoriteiten te pleiten voor het recht op vrijheid van meningsuiting. Op de lijst stonden honderden islamitische namen. Mocht de aanklacht tegen Gregorius Nekschot ooit tot vervolging leiden dan zal een dergelijke steuncampagne het minste zijn wat er zou moeten gebeuren.

De islamitische geschiedenis vanaf de tijd van Mohammed tot nu kent vele affaires waarbij de slachtoffers allemaal moslimopposanten waren. De arrestatie van de cartoonist vorige week is alarmerend omdat het in een patroon past dat al jaren zichtbaar is.

Toen twintig jaar geleden een fatwa tegen Salman Rushdie werd uitgesproken, zijn roman ’Duivelsverzen’ in het openbaar werd verbrand en er wereldwijd hevige hevige demonstraties tegen hem waren, leken dat nog exotische uitwassen.

Maar in 2000 gelastte het Onafhankelijk Toneel een toneelstuk (’Aïsja en de vrouwen van de Medina’) af, met dank aan onder meer PvdA-raadslid Fatima Elatik, en na dreigbrieven van fundamentalistische moslims. Zij maakten bezwaar tegen het ten tonele voeren van Aïsja, de echtgenote van de profeet.

Later waren er de bedreigingen tegen Ayaan Hirsi Ali en de moord op Theo van Gogh, vanweg hun film ’Submission’. De gewelddadige protesten in tal van landen vanwege een aantal Deense spotprenten heeft iedereen nog duidelijk op het netvlies. En dan waren er nog de foto’s van Sooreh Hera, die Iraanse homoseksuelen tooide met de maskers van de profeet Mohammed en zijn neef Ali. Ze mochten in 2007 niet in het Haagse Gemeentemuseum hangen. De film ’Fitna’ van de bedreigde politicus Geert Wilders leverde hem een officiële fatwa op van Al-Kaida.

De recentere affaires laten het patroon nog eens zien: moslims aanvaarden de vrijheid van meningsuiting niet zodra de islam bekritiseerd wordt. Sommige moslims beantwoorden kritiek zelfs met geweld en bedreigingen.

Als overheid kun je tweeën dingen doen. Of je beschermt de vrijheid van expressie en haar beoefenaars – ongeacht hun toon, stijl en smaak – zoals gegarandeerd in de Grondwet en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en zoals de meerderheid van de Nederlandse bevolking wil. Of je neemt de al dan terecht gekrenkte gevoelens van een deel van de moslims in bescherming – in de hoop daarmee gevrijwaard te blijven van dreiging en geweld in binnen- en buitenland. Jammer genoeg kiest de bestuurlijke elite in Nederland al decennialang consequent voor de tweede optie. Daarmee vervreemdt zij zich van een groot deel van de Nederlandse bevolking. Een politieke zelfmoord.

Het intimiderende machtsvertoon waarmee de arrestatie van Nekschot gepaard ging was totaal niet nodig. Maatschappelijk gezien is het zelfs zeer schadelijk. Het leidt tot een vergroting van de kloof tussen moslims en niet-moslims in Nederland. De handelwijze van het openbaar ministerie genereert onbedoeld een sterk ressentiment jegens moslims. Via het Meldpunt Discriminatie Internet dienden zij immers de klachten in; zij zijn verantwoordelijk voor de aangifte tegen Gregorius Nekschot.

Eerder ging het openbaar ministerie veel minder ijverig te werk, terwijl de aanklachten vergelijkbaar waren.

In april 2005 besloot het OM de stichting die de Amsterdamse El Tawheed-moskee beheert niet te vervolgen. Het had een onderzoek ingesteld naar moslimlectuur, na meerdere aangiften en na Kamervragen. Er werden geen computers noch telefoons van bestuursleden van de El Tawheed-moskee in beslag genomen. Bij geen van de heren, met of zonder baard of tulband, werd ’s ochtends aangebeld, niemand werd dertig uur opgesloten in een cel. Het parket Amsterdam deed zijn onderzoek in alle rust, zoals het hoort, zonder de bestuursleden te intimideren of te beletten in hun dagelijks functioneren. Staan moskeemensen bij het OM boven een satiricus? Mag de sterke arm van de staat zo schandalig discrimineren?

Drie boeken werden destijds onderzocht op mogelijke strafbaarheid: ’Fatwas of muslim women’, ’De weg van de moslim’ en de ’Gids voor islamitische opvoeding’.

De eerste twee werden onder andere in de El Tawheed-moskee verkocht. Bestudering van de boeken leidde tot de conclusie, aldus het OM, dat de inhoud „geen strafbare passages bevat”. Met ’strafbaar’ bedoelde het OM overtreding van hetzelfde wetsartikel op grond waarvan ook Nekschot wordt beschuldigd. Artikel 137c stelt diegene strafbaar „die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap”.

Als deze twee boeken geen strafbaar feit bevatten dan heeft dit wetsartikel geen enkel nut. We kunnen het dan net zo goed schrappen. Het werk van Nekschot is vergeleken met deze boeken is onschuldige kinderlectuur, een toonbeeld van beschaving – behalve dan dat het in zwaar pornografische vorm is gegoten. Maar pornografie is niet bij wet verboden.

Het OM vermeldde verder over de boeken: „Hoewel sommige passages op zich als beledigend kunnen worden gezien, moeten ze geplaatst worden in een bepaalde context. Het gaat om passages die kenbaar in direct verband staan met de uiting van een geloofsovertuiging, waardoor het strafbare (lees beledigende) karakter aan de passages ontvalt.”

Met andere woorden: elke uiting van belediging is toegestaan als ze in verband met godsdienst kan worden gebracht. Daarmee heeft het OM religie boven de wet getild. Gelovigen kunnen dus nooit worden vervolgd wegens belediging van andere groepen, andere rassen en het andere geslacht, terwijl gewone burgers wel kunnen worden vervolgd. Dit is onacceptabel. De antidiscriminatiewet is zodoende zelf discriminerend.

Niet alleen het openbaar ministerie plaatst godsdienst boven de wet, de rechtspraak in Nederland doet hetzelfde. In december 2001 werd de Rotterdamse imam El Moumni aangeklaagd door negenenveertig individuen en organisaties vanwege zijn uitlatingen in ’Nova’. Daarin had hij gezegd dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is en dat Europeanen lager staan dan honden en varkens omdat ze homo’s toestaan met elkaar te trouwen – uitspraken die hem in conflict brachten met wijlen Pim Fortuyn. De aanklacht was gebaseerd op de ’haatzaaibepaling’ uit artikel 137. Op 4 april 2002 werd de imam vrijgesproken, en ook in hoger beroep won hij de zaak.

Hoewel de rechtbank zijn uitlatingen in principe discriminerend vond, waren ze toegestaan op grond van de vrijheid van godsdienst. De imam had zijn uitspraken immers gebaseerd op de Koran en andere heilige geschriften. Bij zijn vertrek uit Nederland in juni 2006 verklaarde El Moumni overigens dat hij ten tijde van de affaire veel steunbetuigingen had ontvangen van christelijke docenten en de kerken.

De rechtspraak in Nederland staat het imams toe dat ze haatzaaien. Ze kunnen niet vervolgd worden, in tegenstelling tot intellectuelen, kunstenaars, cartoonisten, columnisten, cabaretiers, politici en gewone burgers. Dit is de Nederlandse interpretatie van de vrijheid van godsdienst, als je de jurisprudentie erop naslaat. Op deze manier wordt de vrijheid van godsdienst een vrijbrief voor gelovigen; zij worden boven atheïsten geplaatst.

In andere Westerse landen volgen ze deze interpretatie niet. In Spanje bijvoorbeeld werd een imam wel veroordeeld, ondanks de vrijheid van godsdienst. In 2004 kreeg imam Mohammed Kamal Mustafa een celstraf van een jaar en drie maanden. In een boekje had hij duidelijk gemaakt hoe mannen hun vrouw het beste kunnen bestraffen als zij ongehoorzaam is. Hij adviseerde zijn gelovigen haar „op handen en voeten te slaan met een lichte stok die geen littekens of kneuzingen achterlaat”.

Vergelijkbare uitspraken deed de Haagse sjeik Fawaz Jneid in 2002. Hij veroorzaakte enige opschudding, door te roepen dat corrigerend slaan van vrouwen is toegestaan. Ook hij baseerde zich in de bewuste preek op teksten uit de Koran en de overleveringen van Mohammed. In tegenstelling tot de Spaanse rechtspraak, leidden zijn preken in Nederland niet tot strafvervolging, en zelfs niet tot het intrekken van zijn werkvergunning.

Het verschil met Spanje was dat organisaties voor vrouwenrechten de zaak tegen imam Kamal Mustafa aanspanden. Hier zouden bijvoorbeeld het Clara Wichmann Instituut, het maandblad Opzij of het Humanistisch Verbond zulke zaken kunnen aanspannen. Van het Meldpunt Discriminatie hoeven we niet veel te verwachten. Daar komen ze pas in actie als moslims of allochtonen klagen over autochtonen of Nederlandse instellingen. En feministen kijken in Nederland liever de andere kant op.

Het is trouwens de vraag of een dergelijke zaak hier ooit tot een veroordeling zal leiden. De Nederlandse rechtspraak geeft bijna altijd de voorrang aan de vrijheid van godsdienst boven antidiscriminatiebepalingen. Van de Nederlandse rechtspraak hoeven we ook geen vonnis te verwachten zoals dat van het Britse hof, dat in februari 2003 imam El Faisal van de Brixton-moskee veroordeelde. Volgens de uitspraak riep hij op tot moord op hindoes, Joden en Amerikanen. Ook werd hij schuldig bevonden aan het aanzetten tot haat jegens niet-moslims. Ook deze imam had met gemak al zijn uitspraken kunnen herleiden tot de Koran en de overleveringen. Terecht zei een van zijn aanhangers buiten de rechtbank: „Als hij wordt veroordeeld, is dat ook een veroordeling van de Koran.” (De imam had trouwens ook nog geprobeerd de rechter met 50.000 pond om te kopen, meldde Scotland Yard.)

De facto zit het in Nederland dus zo: de volgelingen van Mohammed, Allah of welke God dan ook, mogen naar hartelust discrimineren, beledigen en haatzaaien. Ze vallen nooit onder de bepalingen van de antidiscriminatiewet. Mensen die niet namens een god of een profeet spreken kunnen wel vervolgd worden.

De vrijheid van godsdienst, aanvankelijk bedacht om discriminatie jegens andersgelovigen te voorkomen, is zelf verworden tot een legitimatie van discriminatie. Omwille van de gelijkheid van alle burgers voor de wet, de belangrijkste vereiste voor een rechtsstaat: schaf de antidiscriminatiewet af.

Nahed Selim is tolk en schrijfster. Haar laatste boek ’Allah houdt niet van vrouwen’ verscheen vorig jaar bij uitgeverij Houtekiet (ISBN 9052409587, euro 14,95).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden