De affaire die het land deed huiveren

BRUSSEL - Met de arrestatie van Marc Dutroux, op 12 augustus 1996, deed België de meest afschrikwekkende ontdekking uit zijn recente geschiedenis. Eerst was er het grote verdriet om de verdwenen en vermoorde meisjes, daarna volgde de verontwaardiging. Meer dan 300 000 mensen stapten zwijgend door de straten van Brussel nadat de man die Dutroux had opgepakt, Jean-Marc Connerotte, van het onderzoek was gehaald.

Op de verontwaardiging volgde woede, toen duidelijk werd hoeveel blunders er waren begaan bij het zoeken naar de verdwenen kinderen. Die woede ebde het afgelopen jaar echter weer weg. De optimisten onder de Belgen begonnen te geloven dat er door de affaire Dutroux eindelijk iets zou veranderen. Dat beetje optimisme werd gisteren genadeloos de grond in geboord door Dutroux' ontsnapping, ook al was die kortstondig.

Na zijn arrestatie in 1996 leidde Dutroux de Belgische justitie naar de verblijfplaats van Sabine Dardenne en Laetitia Delhez. De meisjes konden op 15 augustus worden bevrijd. Ze zouden de enigen zijn van de zes meisjes die Dutroux voor zover bekend heeft ontvoerd, die levend uit zijn handen wisten te komen. Op 17 augustus werden in Sars-la-Buissière de lichamen opgegraven van Julie Lejeune en Mélissa Russo. En na een macaber pokerspel dat Dutroux wekenlang met de Belgische justitie speelde, kon men in Jumet de lijken vinden van An Marchal en Eefje Lambrecks.

De begrafenissen van Julie en Mélissa, van An en van Eefje werden volksoplopen. De verbeten, nauwelijks ingehouden woede jegens politiek, justitie en politie was alom voelbaar. De verhalen kwam los over Dutroux, over zijn vrouw Michèle Martin en zijn vermeende compaan Michel Nihoul. Verhalen die België deden huiveren; er waren in koelen bloede kinderen vermoord, of opgesloten en aan hun lot overgelaten tot zij van de honger stierven.

Daar kwam bij dat Dutroux in 1996 niet aan zijn 'proefstuk' was, zoals de Vlaming zegt. Dutroux was verscheidene malen eerder gearresteerd en veroordeeld voor het ontvoeren en misbruiken van jonge kinderen. Er kwam een geschiedenis boven water die voor geen gewone Belg meer te volgen was.

De rijkswacht wist dat Dutroux zijn kelders had verbouwd, naar men aannam voor het opsluiten van ontvoerde kinderen. Justitie had een brief - naar later bleek van Dutroux's moeder - waarin gemeld werd dat er verdachte zaken met jonge meisjes gebeurden in een van Marc's huizen. De speurders observeerden, deden zelfs een huiszoeking, maar vonden Julie en Melissa, die in de kelder zaten opgesloten, niet. En Dutroux werd nooit in verband gebracht met de verdwijning van An en Eefje.

Er werd een parlementair onderzoek ingesteld naar wat er allemaal was misgegaan in de zedenzaak. Een onderzoek dat begon onder hoogspanning. Luttele weken voor de parlementaire commissie onder leiding van de Vlaamse liberaal Marc Verwilghen de werkzaamheden begon, was onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak-Dutroux gehaald. Connerotte had een bord spaghetti gegeten op een benefietavond ten behoeve van ouders van verdwenen kinderen. Een avond waarop ook Laetitia en Sabine aanwezig waren, de twee meisjes die door Connerotte waren bevrijd.

Het volk schreeuwde om een justitie die medeleven zou tonen met de slachtoffers van misdaden. Maar het gezicht van die nieuwe justitie, Connerotte, werd vanwege dat bord spaghetti van het onderzoek gehaald. Het leidde tot rellen in België en tot de witte mars door Brussel.

Enkele dagen na die witte mars begon de parlementaire commissie aan een onderzoek dat bijna een jaar in beslag zou nemen. Tijdens de verhoren van speurders, magistraten en ouders, die integraal op de Belgische televisie werden uitgezonden, werd duidelijk dat de samenwerking tussen de verschillende diensten van justitie en politie ver te zoeken was. Sommige diensten werkten eerder tegen dan met elkaar. Heel België raakte ervan overtuigd dat dát de werkelijke oorzaak was van het feit dat vier van de zes slachtoffers van Dutroux niet levend waren teruggevonden.

En erger: veel Belgen konden zich niet voorstellen dat dit zo maar was gebeurd. Het had er alle schijn van dat justitie Dutroux niet had wíllen vinden. Het gonsde van de geruchten over bescherming op hoog niveau, over pedofiele netwerken, waarin politici, magistraten, ja zelfs de koning betrokken waren. Toen zich een hele rij vrouwen in Neufchateau meldde met verhalen over dergelijke netwerken, leek men op een zaak te zijn gestoten die België niet zou overleven.

De parlementaire commissie vroeg en kreeg toestemming om een onderzoek te doen naar die bescherming op hoog niveau, hoewel justitie nog druk was met hetzelfde spoor. Het liep uit op een anti-climax, voor velen. Maar de conclusie van de commissie was eigenlijk de meest vernietigende die men kon denken: er was geen groots complot waardoor Dutroux ongestraft zijn gang kon gaan, er was alleen de totale onmacht van justitie en politie tegenover een misdadiger van zijn kaliber. Wie naging hoe gemakkelijk het voor Dutroux geweest moest zijn om lang, heel lang uit de klauwen van justitie te blijven, hield de ogen niet droog.

Voor de politiek was de tijd gekomen om justitie te hervormen. Niet dat men daar niet eerder aan gedacht had. Maar de Belgische magistratuur leefde in een vorige eeuw en en nagelde iedere inmenging onmiddellijk aan de schandpaal als een inbreuk op het principe van de scheiding der machten.

Van lieverlee werd justitie het minst belangrijke departement dat er in de Belgische politiek te vinden was. De Waalse christendemocraat Melchior Wathelet combineerde het vrolijk met Economische Zaken en een vice-premierschap. Iedereen is het er inmiddels over eens dat Wathelet de meest waardeloze minister van justitie is geweest, die België ooit heeft gehad. Hij was bovendien de man die in 1992 zijn handtekening zette onder de vervroegde vrijlating van Dutroux. Voordat de zedenzaak losbarstte had Wathelet de Belgische politiek echter verlaten om rechter te worden bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. En de Belgische regering zorgde ervoor dat zijn benoeming daar buiten de Dutroux-storm werd gehouden.

Voor Wathelets opvolger, de ambitieuze Vlaamse christendemocraat Stefaan De Clerck, was de zaak-Dutroux de gelegenheid om het Belgisch gerecht te moderniseren, om een eind te maken aan de politieke benoemingen van magistraten en om een eind te maken aan een justitie die meer zitvlees heeft dan spierballen.

De Clerck heeft het afgelopen jaar zijn wettelijke maatregelen duizenden malen moeten verdedigen tegenover een gehoor van ongelovigen. Hoewel de woede in de Belgische publieke opinie wegebde, wilde het geloof dat er iets zou veranderen maar niet groeien. Zeker niet bij de ouders van de verdwenen kinderen, waarvan sommigen van lieverlee zelf een politieke partij oprichtten. Maar ook niet bij leden van de parlementaire commissie, die gisteren verklaarden dat de ontsnapping van Dutroux aantoonde dat hun aanbevelingen niet snel genoeg waren opgevolgd.

Dutroux was niet de eerste zware crimineel die ontsnapte. Maar de manier waarop hij wegkwam was zo knullig, dat hij met de hervorming van justitie niets te maken heeft. Voor de Belg lijkt het er niet toe te doen; juist die knulligheid toont in zijn ogen aan dat politie en justitie niet deugen. Nu niet. Nooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden